Kennis

Bronbelasting in de bouw en vrijstellingsverklaringen voor bouwprestaties

Met de Duitse wet ter bestrijding van illegale praktijken in de bouwsector (bijv. zwartwerk) is ter zekerstelling van belastingvorderingen voor bouwprestaties een belastinginhouding ingevoerd. De grondbeginselen van deze belasting en de aandachtspunten daarbij lichten wij hieronder toe.

4 min leestijdBijgewerkt: 2023-05-09Aanbevolen

Met de Duitse wet ter bestrijding van illegale praktijken in de bouwsector (bijv. zwartwerk) is ter zekerstelling van belastingvorderingen voor bouwprestaties een belastinginhouding ingevoerd. De grondbeginselen van deze belasting en de aandachtspunten daarbij lichten wij hieronder toe.

Wie is verplicht tot inhouding van de belasting?

De bronbelasting in de bouw moet zowel door publiekrechtelijke rechtspersonen als door ondernemers in de zin van § 2 UStG worden afgedragen, wanneer aan hen een bouwprestatie in Duitsland is geleverd. De belastinginhouding is echter alleen van toepassing wanneer de prestatie in het kader van de onderneming wordt verricht. Tot een onderneming in de zin van het UStG behoren alle ondernemingen van een belastingplichtige die bedrijfsmatig of als vrij beroep worden uitgeoefend. Dus ook bedrijven die geen omzetbelasting afdragen (kleine ondernemers volgens § 19 UStG) of uitsluitend vrijgestelde omzetten realiseren (§ 4 UStG).

Welke prestaties vallen onder de belastinginhouding?

Volgens § 48 Abs. 1 EStG vallen alle prestaties die dienen voor het vervaardigen, herstellen, onderhouden, wijzigen en verwijderen van bouwwerken onder deze belastinginhouding. Belangrijk is ook dat bijkomende prestaties die op zichzelf geen bouwprestatie vormen maar daaraan ondergeschikt kunnen zijn, eveneens onder de belastinginhouding vallen. Hierbij geldt namelijk het leidende beginsel dat de bijkomende prestatie altijd het lot van de hoofdprestatie deelt. Het begrip bouwwerk moet daarbij ruim worden opgevat, zodat alle met de bodem verbonden installaties (bijv. tunnels enz.) hieronder vallen. Niet tot de bouwprestaties volgens § 48 Abs. 1 EStG behoren zuivere planningswerkzaamheden (constructeurs, architecten enz.), onderhoudswerkzaamheden aan bouwwerken of delen daarvan en schoonmaakwerkzaamheden, voor zover deze niet ondergeschikt zijn aan een bouwprestatie.

Drempelbedragen – belastinginhouding en vrijstellingsverklaring

Een belastinginhouding door de ontvanger van de prestatie (opdrachtgever) kan achterwege blijven wanneer de tegenprestatie aan de presterende partij (opdrachtnemer) in het lopende kalenderjaar 5.000 EUR niet overschrijdt. Verricht de ontvanger van de prestatie uitsluitend van omzetbelasting vrijgestelde prestaties in het kader van verhuur en verpachting (§ 4 Nr. 12 UStG), dan stijgt de grens naar 15.000 EUR per kalenderjaar. Worden de genoemde grenzen overschreden, dan kan een belastinginhouding toch achterwege blijven indien de presterende partij een geldige vrijstellingsverklaring kan overleggen. Is deze niet aanwezig, dan kan afdracht van de bronbelasting in de bouw vaak ook worden vermeden door de betaling van de ontvanger van de prestatie naar het daaropvolgende kalenderjaar te verschuiven. Daardoor kan mogelijk binnen de drempelbedragen worden gebleven.

Hoogte van de belastinginhouding

De ontvanger van de prestatie moet 15% van de tegenprestatie inhouden ten behoeve van het Finanzamt. De tegenprestatie omvat zowel de vergoeding voor de geleverde prestatie als de daarop betrekking hebbende omzetbelasting.

Verrekening van het ingehouden belastingbedrag

De door de ontvanger van de prestatie afgedragen bronbelasting in de bouw wordt bij de presterende partij verrekend met de te betalen belasting. Bij de verrekening wordt de volgende rangorde aangehouden:

  1. De bronbelasting in de bouw wordt eerst afgetrokken van de te betalen loonbelasting.
  2. Vervolgens vindt verrekening plaats met de voorlopige aanslagen inkomsten- en vennootschapsbelasting.
  3. Tot slot kan verrekening plaatsvinden met de naheffing inkomsten- of vennootschapsbelasting.

Blijft daarna een restbedrag over dat niet volgens § 226 AO kan worden verrekend, dan wordt dit aan de presterende partij gerestitueerd.

Vrijstellingsverklaring verlopen

In principe verloopt een door het Finanzamt afgegeven vrijstellingsverklaring 3 jaar na de datum van afgifte. Om hierbij ongemak te voorkomen, dient de ondernemer reeds enkele maanden vóór het verlopen van deze verklaring actie te ondernemen en bij het bevoegde Finanzamt een vervolgverklaring aan te vragen. Verzuimt een ondernemer dit en is de vrijstellingsverklaring reeds verlopen, dan dient alsnog onverwijld een vervolgverklaring bij het Finanzamt te worden aangevraagd. Daarnaast dient voor de in de tussenperiode opeisbare betalingen (tegenprestaties) uitstel te worden verleend totdat de nieuwe verklaring beschikbaar is. Pas vanaf het moment dat een geldige vrijstellingsverklaring aanwezig is, kan namelijk van belastinginhouding worden afgezien.

Praktijktip: geldigheid van de vrijstellingsverklaring controleren

Om de geldigheid van de vrijstellingsverklaring te controleren, kan de ontvanger van de prestatie dit elektronisch bij het Bundeszentralamt für Steuern doen of het Finanzamt van de presterende partij bellen en zich de aanwezigheid van een geldige vrijstellingsverklaring laten bevestigen.

Geen belastinginhouding door de ontvanger van de prestatie Wordt het verschuldigde belastingbedrag niet door de ontvanger van de prestatie ingehouden en afgedragen, dan kan een verzuimboete worden opgelegd. Deze bedraagt 0,25% van de af te dragen belasting voor elke maand van vertraging, met een minimum van 10 EUR. Bij verdere vertraging kunnen door het bevoegde Finanzamt eveneens rente- en boetetoeslagen worden geheven. Daarbij dient in principe in acht te worden genomen dat de bronbelasting in de bouw uiterlijk op de 10e van de maand volgend op de betaling van de vergoeding moet worden afgedragen.

Veelgestelde vragen

Veelgestelde vragen

  • Wie is verplicht tot inhouding van de Bauabzugssteuer?

    Tot inhouding verplicht zijn publiekrechtelijke rechtspersonen en ondernemers in de zin van § 2 UStG, voor zover zij een bouwprestatie in Duitsland ten behoeve van hun onderneming ontvangen. De verplichting geldt ook voor kleine ondernemers volgens § 19 UStG en voor ondernemers met uitsluitend vrijgestelde omzetten volgens § 4 UStG. Doorslaggevend is dat de prestatie in het kader van de onderneming wordt afgenomen.

    Permalink naar de vraag

  • Welke prestaties vallen onder de bouwinhouding volgens § 48 EStG?

    Onder de regeling vallen alle prestaties die dienen voor het oprichten, herstellen, onderhouden, wijzigen of verwijderen van bouwwerken. Het begrip bouwwerk moet ruim worden opgevat en omvat alle met de grond verbonden constructies, zoals tunnels. Zuivere planningswerkzaamheden van architecten of constructeurs, evenals onderhouds- en schoonmaakwerkzaamheden vallen er niet onder, tenzij zij als nevenprestatie ondergeschikt zijn aan een bouwprestatie.

    Permalink naar de vraag

  • Welke vrijstellingsgrenzen gelden bij de Bauabzugssteuer?

    De belastinginhouding vervalt wanneer de tegenprestatie aan de betreffende dienstverlener in het kalenderjaar niet meer dan 5.000 EUR bedraagt. Verricht de afnemer van de prestatie uitsluitend btw-vrijgestelde verhuur- en verpachtingsomzetten conform § 4 Nr. 12 UStG, dan wordt de vrijstellingsgrens verhoogd naar 15.000 EUR per kalenderjaar. Worden deze grenzen overschreden, dan moet de inhouding worden toegepast, tenzij er een geldige Freistellungsbescheinigung aanwezig is.

    Permalink naar de vraag

  • Hoe hoog is de bronbelasting en wanneer moet deze worden afgedragen?

    De afnemer van de dienst moet 15 % van de tegenprestatie inhouden en aan het Finanzamt afdragen. Heffingsgrondslag is de vergoeding inclusief de daarover verschuldigde omzetbelasting. De afdracht moet uiterlijk op de 10e van de maand volgend op de betaling plaatsvinden; anders dreigen toeslagen wegens te late aangifte en te late betaling.

    Permalink naar de vraag

  • Hoe lang is een Freistellungsbescheinigung geldig en hoe wordt deze gecontroleerd?

    Een Freistellungsbescheinigung (vrijstellingsverklaring voor de bouwheffing) is in beginsel drie jaar geldig vanaf de afgiftedatum; een vervolgverklaring dient tijdig vóór afloop bij het Finanzamt te worden aangevraagd. De afnemer van de prestatie kan de geldigheid online controleren bij het Bundeszentralamt für Steuern of telefonisch laten bevestigen door het Finanzamt van de dienstverlener. Ontbreekt een geldige verklaring, dan moet de bronheffing verplicht worden ingehouden.

    Permalink naar de vraag

  • Hoe wordt de ingehouden Bauabzugssteuer met de dienstverrichter verrekend?

    De afgedragen Bauabzugssteuer wordt bij de dienstverrichter in een vaste volgorde verrekend: eerst met de in te houden loonbelasting, vervolgens met voorlopige aanslagen inkomsten- of vennootschapsbelasting en ten slotte met bijbehorende nabetalingen. Een resterend bedrag dat niet op grond van § 226 AO kan worden verrekend, wordt door het Finanzamt aan de dienstverrichter terugbetaald.

    Permalink naar de vraag

Terug naar overzicht