Voorzieningsuitgaven zijn als bijzondere uitgaven aftrekbaar – bij uitzondering ook wanneer inkomsten uit niet-zelfstandige arbeid op grond van een verdrag ter voorkoming van dubbele belasting (DBA) belastingvrij zijn. Nu komen er nog meer uitzonderingen bij.
Achtergrond
In beginsel is de aftrek van voorzieningsuitgaven als bijzondere uitgaven niet mogelijk wanneer deze samenhangen met belastingvrije inkomsten.
Hierop wordt echter om unierechtelijke redenen een uitzondering gemaakt, voor zover
- de voorzieningsuitgaven samenhangen met in de EU, in de EER of in Zwitserland behaalde inkomsten "uit niet-zelfstandige werkzaamheid", dat wil zeggen uit een dienstbetrekking,
- deze inkomsten op grond van een verdrag ter voorkoming van dubbele belasting (DBA) in Duitsland belastingvrij zijn en
- de werkstaat geen enkele fiscale verrekening van de voorzieningsuitgaven toestaat.
Dat verandert er
Door een wijziging is de uitzonderingsregeling niet alleen van toepassing op inkomsten uit arbeid, maar bijvoorbeeld ook op pensioeninkomsten of inkomsten uit een vrij beroep.
Inwerkingtreding
Dit geldt in alle openstaande gevallen.
Jaarafrekening loonbelasting bij buitenlandse inkomsten
Bij buitenlandse inkomsten is de jaarafrekening loonbelasting voortaan uitgesloten.
Dat verandert er
De jaarafrekening loonbelasting bij ontvangst van buitenlandse inkomsten waarop geen Duitse loonbelasting is ingehouden, wordt uitgesloten. Daarnaast moet door een wettelijke aanvulling worden voorkomen dat omstandigheden die zich buiten de concrete dienstbetrekking voordoen, leiden tot uitsluiting van de jaarafrekening loonbelasting.
Een jaarafrekening loonbelasting door de werkgever wordt bovendien uitgesloten wanneer voor de werknemer in het afrekeningsjaar in het kader van de forfaitaire voorzieningsaftrek in verband met de zorgverzekering verschillende kortingen in aanmerking zijn genomen. Hiermee moet in de betreffende gevallen een onjuiste jaarloonbelasting worden vermeden.
Inwerkingtreding
Geldt met terugwerkende kracht vanaf 1-1-2024.
Beperkte belastingplicht wordt uitgebreid
Onder de beperkte belastingplicht zullen in de toekomst meer inkomsten vallen.
Dat verandert er
Als "binnenlandse inkomsten" bij beperkte inkomstenbelastingplicht gelden voortaan ook inkomsten uit niet-zelfstandige arbeid wanneer deze worden toegekend voor perioden van vrijstelling van werk in verband met de beëindiging van de arbeidsverhouding.
Dit geldt wanneer zonder de vrijstelling de werkzaamheid in Duitsland zou zijn uitgeoefend. Daardoor worden inkomsten van werknemers die noch in Duitsland wonen noch daar gewoonlijk verblijven, belastingplichtig.
Duitsland heeft in dergelijke gevallen het recht deze inkomsten te belasten, omdat de werkzaamheid gedurende die tijd zonder de vrijstelling in Duitsland zou hebben plaatsgevonden.
Inwerkingtreding
Geldt vanaf de dag na de bekendmaking.
Vijfderegeling bij de loonbelasting
De vijfderegeling kan in het kader van de loonbelastinginhouding niet meer worden toegepast.
Dat verandert er
Momenteel kan de tariefverlaging voor bepaalde loonbestanddelen (vergoedingen, beloningen voor meerjarige werkzaamheden), de zogenoemde vijfderegeling, reeds bij de berekening van de loonbelasting in aanmerking worden genomen.
Omdat deze procedure voor werkgevers ingewikkeld is, wordt deze geschrapt. Werknemers kunnen de tariefverlaging nog steeds in de aanslagprocedure doen gelden.
Inwerkingtreding
Geldt voor het eerst voor de loonbelastinginhouding 2025.
Verhoging minimumloon: minijobbers kunnen vanaf 2025 meer verdienen
Door de verhoging van het wettelijke minimumloon naar 12,82 EUR per uur kunnen minijobbers vanaf 1-1-2025 meer verdienen.
Dat verandert er
De maandelijkse verdiengrens stijgt in het nieuwe jaar van 538 EUR naar 556 EUR. Deze grens wordt regelmatig aangepast aan het minimumloon.
Met de nieuwe verdiengrens is in 2025 een arbeidstijd van ongeveer 43 uur per maand mogelijk. Ligt het uurloon echter boven het minimumloon, dan vermindert de toegestane arbeidstijd dienovereenkomstig.
Inwerkingtreding
Geldt vanaf 1-1-2025
Werkloosheidsverzekering: premie stijgt voor hogere inkomens
De premie voor de werkloosheidsverzekering van 2,6 % wordt voor 2025 naar verwachting niet verhoogd. Toch stijgt de last voor hogere inkomens.
Het premiepercentage van de werkloosheidsverzekering bedraagt momenteel 2,6 %. Dat zal naar verwachting ook in 2025 zo blijven.
Per 1-1-2025 verandert echter de premiegrondslag (BBG) in de pensioen- en werkloosheidsverzekering. Door de geleidelijke gelijktrekking van de rekengrootheden in de afgelopen jaren is er vanaf 1-1-2025 nog slechts één uniforme BBG voor de rechtsgebieden Oost en West.
De verhoging van de premiegrondslag leidt tot een hogere financiële belasting voor werkgevers en werknemers met een hoger inkomen.
2025
2024
BBG (landelijk uniform) 8.050 EUR Premiepercentage ALV 2,6 %
BBG/West 7.550 EUR BBG/Oost 7.450 EUR Premiepercentage ALV 2,6 %
Werkgeversdeel 2025
Werkgeversdeel 2024
8.050 EUR x 1,3 % = 104,65 EUR
7.550 EUR/West x 1,3 % = 98,15 EUR 7.450 EUR/Oost x 1,3 % = 96,85 EUR
Sociale-verzekeringswaarden: zo hoog zijn de premiegrondslagen 2025
De vermoedelijke sociale-verzekeringswaarden voor het komende jaar staan vast.
Achtergrond
Met de verordening worden de maatgevende rekengrootheden van de sociale verzekering periodiek aangepast aan de inkomensontwikkeling van het voorgaande jaar. De waarden worden – zoals elk jaar – op basis van duidelijke wettelijke bepalingen bij verordening vastgesteld. Vanaf 1-1-2025 gelden de premiegrondslagen en de referentiegrootheid uniform in de nieuwe en oude deelstaten.
Premiegrondslag 2025: ziektekostenverzekering
De vermoedelijke premiegrondslag (BBG) in de wettelijke ziektekostenverzekering (GKV) bedraagt in 2025 naar verwachting 5.512,50 EUR per maand (66.150 EUR per jaar). Voor de sociale zorgverzekering gelden dezelfde waarden.
Jaarloongrens 2025 (verzekeringsplichtgrens)
De in het verzekeringsrecht relevante algemene jaarloongrens (JAEG) bedraagt in 2025 naar verwachting 73.800 EUR.
Voor werknemers die op 31-12-2002
- wegens overschrijding van de JAEG van 2002 (40.500 EUR) niet verzekeringsplichtig waren en
- bij een particuliere ziektekostenverzekering in een substitutieve ziektekostenverzekering verzekerd waren,
geldt de bijzondere JAEG. Deze bedraagt vanaf 1-1-2025 66.150 EUR.
Premiegrondslag pensioenverzekering 2025
De BBG in de algemene pensioenverzekering en in de werkloosheidsverzekering wordt naar verwachting vastgesteld op 8.050 EUR per maand, jaarlijks is dit 96.600 EUR. In de mijnwerkerspensioenverzekering bedraagt deze 118.800 EUR per jaar respectievelijk 9.900 EUR per maand.
Vanaf 1-1-2025 vervalt de scheiding van rechtsgebieden in "Oost" en "West". Dan gelden voor de gehele Bondsrepubliek uniforme rekengrootheden. Daarmee bedraagt de maandelijkse BBG RV vanaf komend jaar landelijk 8.050 EUR.
Referentiegrootheid 2025
De referentiegrootheid is een uniforme "referentiegrootheid" voor het gehele gebied van de sociale verzekering. Zij is dynamisch en wordt per 1-1 van elk jaar bij rechtsverordening aangepast aan de algemene loonontwikkeling. De maandelijkse referentiegrootheid bedraagt vanaf 2025 naar verwachting 3.745 EUR per maand respectievelijk 44.940 EUR per jaar.
Premietoeslag ziektekostenverzekering 2025
Voor vrijwillig ziektekostenverzekerde werknemers bedraagt het maximale werknemersdeel zonder aanvullende premie (7,3 %) voor de ziektekostenverzekering met recht op ziekengeld 402,41 EUR. Werkgevers moeten een premietoeslag van maximaal 402,41 EUR (7,3 %) betalen. Bij vrijwillig ziektekostenverzekerden moet de helft van de individuele aanvullende premie in acht worden genomen, bij particulier ziektekostenverzekerden de helft van de gemiddelde aanvullende premie.
Voorlopig gemiddeld inkomen pensioenverzekering
Het voorlopige gemiddelde inkomen bedraagt voor 2025 50.493 EUR.
Veelgestelde vragen
Veelgestelde vragen
Wanneer zijn voorzorgsuitgaven ondanks belastingvrije buitenlandse inkomsten als bijzondere uitgaven aftrekbaar?
Voorzorgsuitgaven kunnen bij wijze van uitzondering worden afgetrokken wanneer de bijbehorende inkomsten in de EU, de EER of Zwitserland worden behaald, op grond van een verdrag ter voorkoming van dubbele belasting in Duitsland belastingvrij zijn en de werkstaat geen enkele fiscale verrekening van deze uitgaven toestaat. Nieuw is dat deze uitzonderingsregeling niet meer alleen geldt voor inkomsten uit dienstbetrekking, maar ook van toepassing is op pensioeninkomsten of inkomsten uit zelfstandige beroepsuitoefening. De regeling geldt in alle openstaande gevallen.
Kan de Fünftelungsregelung in 2025 nog worden toegepast bij de inhouding van loonbelasting?
Nee, vanaf de loonbelastinginhouding 2025 kan de werkgever de Fünftelungsregelung voor schadevergoedingen of vergoedingen voor meerjarige werkzaamheden niet meer in de loonbelastingprocedure toepassen, omdat de regeling voor werkgevers als te ingewikkeld werd beschouwd. Werknemers kunnen de tariefverlaging echter nog steeds via de aangifte inkomstenbelasting claimen.
Hoe hoog is de Minijob-inkomensgrens vanaf 2025?
Door de verhoging van het wettelijk minimumloon naar 12,82 EUR per uur stijgt de maandelijkse inkomensgrens voor Minijobber per 1-1-2025 van 538 EUR naar 556 EUR. Hiermee is een arbeidstijd van circa 43 uur per maand mogelijk; bij een hoger uurloon neemt de toegestane arbeidstijd dienovereenkomstig af.
Hoe hoog zijn de premiegrenzen in de Duitse sociale verzekeringen in 2025?
Vanaf 1-1-2025 gelden landelijk uniforme bedragen. De premiegrens (BBG) in de pensioen- en werkloosheidsverzekering bedraagt 8.050 EUR per maand (96.600 EUR per jaar), in de mijnwerkerspensioenverzekering 9.900 EUR per maand. In de wettelijke ziektekosten- en zorgverzekering ligt de BBG op 5.512,50 EUR per maand (66.150 EUR per jaar); de algemene jaarloongrens voor de verzekeringsplicht bedraagt 73.800 EUR.
Wanneer is een loonbelasting-jaarafrekening door de werkgever vanaf 2024 uitgesloten?
Met terugwerkende kracht vanaf 1-1-2024 is de loonbelasting-jaarafrekening uitgesloten bij ontvangst van buitenlandse inkomsten waarop geen Duitse loonbelasting is ingehouden. Daarnaast is de afrekening uitgesloten wanneer voor de werknemer in het afrekeningsjaar binnen de Vorsorgepauschale verschillende kortingen voor de zorgverzekering in aanmerking zijn genomen, om een onjuiste jaarloonbelasting te voorkomen.
Welke inkomsten worden door de uitbreiding van de beperkte belastingplicht omvat?
Voortaan gelden ook inkomsten uit dienstbetrekking als binnenlandse inkomsten wanneer zij worden uitbetaald voor perioden van vrijstelling van werk in verband met de beëindiging van het dienstverband en de werkzaamheden zonder deze vrijstelling in Duitsland zouden zijn uitgeoefend. Daardoor worden betalingen aan werknemers belastingplichtig die noch in Duitsland wonen noch daar gewoonlijk verblijven. De regeling geldt vanaf de dag na de afkondiging.