Steeds meer jongvolwassenen willen internationaal studeren. Landen als de VS, het Verenigd Koninkrijk en Australië (niet-EU-landen) zijn daarbij populair. Voor de ouders rijst dan de vraag of de kinderbijslag doorloopt. Aan welke voorwaarden daarvoor moet worden voldaan, wordt hierna aan de hand van een actuele uitspraak van de BFH toegelicht.
De casus
De dochter van eiseres begon in jaar 01 met een studie in Australië en behaalde in jaar 04 haar diploma. Tot aan het einde van de studie verbleef de dochter nog twee keer bij haar ouders thuis. Het eerste bezoek vond plaats in het tweede studiejaar gedurende in totaal 60 dagen binnen de opleidingsvrije periode. Het tweede bezoek aan de ouderlijke woning vond plaats tussen december 03 en januari 04 gedurende in totaal 14 dagen. Tussen eiseres en de Familienkasse was in geschil voor welke maanden de moeder kinderbijslag kan ontvangen voor haar in het buitenland studerende dochter. De Familienkasse stelt zich op het standpunt dat de binnenlandse woonplaats van de dochter reeds bij aanvang van de buitenlandse studie vervalt en dat er dus geen recht op kinderbijslag bestaat voor de volledige duur van de studie.
Achtergrond: wanneer vervalt het recht op kinderbijslag bij een studie in het buitenland?
Volgens vaste rechtspraak behoudt een kind dat voor opleidingsdoeleinden in het buitenland verblijft zijn binnenlandse woonplaats in het huis van de ouders, wanneer het kind daar nog steeds beschikt over woonruimte voor duurzaam verblijf en het kind de ouderlijke woning met een zekere regelmaat bezoekt. Bij de vraag hoe vaak de kinderen de ouderlijke woning moeten bezoeken om een binnenlandse woonplaats in de zin van § 8 AO te vestigen, moet onderscheid worden gemaakt tussen een eenjarig en een meerjarig verblijf in het buitenland voor opleidingsdoeleinden.
Bij een eenjarig verblijf in het buitenland voor opleidingsdoeleinden leidt het ontbreken van bezoeken aan de ouderlijke woning niet tot het opgeven van de binnenlandse woonplaats (Senatsurteil van 28-04-2022 – III R 12/20, BFHE 277, 143, BStBl II 2022, 681, Rz 20 en van 25-09-2014 – III R 10/14, BFHE 247, 239, BStBl II 2015, 655).
Bij een meerjarig verblijf in het buitenland voor opleidingsdoeleinden behoudt een kind zijn binnenlandse woonplaats in de ouderlijke woning alleen wanneer het tijdens de opleidingsvrije periode (bijvoorbeeld semestervakanties) overwegend bij de ouders verblijft.
Was een verblijf in het buitenland voor opleidingsdoeleinden aanvankelijk slechts voor één jaar gepland en besluit het kind alsnog tot een langer verblijf, dan moet het recht op kinderbijslag pas vanaf dat besluit worden getoetst aan de binnenlandse woonplaats bij meerjarig verblijf in het buitenland.
Voor de toetsing van de binnenlandse woonplaats bij een meerjarig verblijf in het buitenland voor opleidingsdoeleinden moet in de regel worden uitgegaan van een periode van een opleidings- of studiejaar. Het kind moet dus tijdens de opleidingsvrije periode binnen dat opleidings- of studiejaar meer dan de helft van die tijd in de binnenlandse ouderlijke woning hebben doorgebracht.
Staat reeds tijdens de lopende opleidingsperiode vast dat het kind niet meer dan de helft van de opleidingsvrije periode in de ouderlijke woning doorbrengt, dan pleit dit reeds op dat moment voor het opgeven van de binnenlandse woonplaats en niet pas aan het einde van het opleidings- of studiejaar.
Uitspraak BFH (uitspraak van 21 juni 2023, III R 11/21) – kinderbijslag tot december 03
De BFH heeft in zijn uitspraak de Familienkasse tegengesproken: de kinderbijslag moet tot december 03 aan de moeder worden uitbetaald. Pas in december 03 staat namelijk voor het eerst vast dat de dochter niet meer dan de helft van de opleidingsvrije periode in de ouderlijke woning zal doorbrengen.
Het ontbreken van bezoeken in het eerste studiejaar van de dochter blijft daarbij buiten beschouwing, omdat het verblijf in Australië voor opleidingsdoeleinden aanvankelijk slechts op één jaar was vastgesteld (zie Achtergrond: eenjarig verblijf in het buitenland). Dit betekent dat de toets of de dochter in het kader van een meerjarig verblijf in het buitenland voor opleidingsdoeleinden meer dan de helft van de opleidingsvrije periode in de ouderlijke woning heeft doorgebracht, pas vanaf het tweede studiejaar moet worden uitgevoerd. De dochter bezocht de ouderlijke woning tijdens de semestervakanties van het tweede studiejaar gedurende in totaal 60 dagen, waardoor zij meer dan de helft van haar opleidingsvrije periode in de binnenlandse ouderlijke woning heeft doorgebracht. De binnenlandse woonplaats van de dochter is dus pas in het derde studiejaar (december 03) komen te vervallen, omdat haar bezoek van twee weken aan de ouderlijke woning niet voldoet aan de criteria van een meerjarig verblijf in het buitenland voor opleidingsdoeleinden. Daarmee vervalt vanaf januari 04 het recht op kinderbijslag voor de dochter van eiseres.
In alle gevallen geldt overigens dat er op elk moment een kamer voor de dochter beschikbaar was in de ouderlijke woning.
Veelgestelde vragen
Veelgestelde vragen
Wanneer behoudt een in het buitenland studerend kind zijn binnenlandse woonplaats voor de kinderbijslag?
Een kind behoudt de binnenlandse woonplaats bij de ouders wanneer daar duurzaam woonruimte ter beschikking staat en het kind de ouderlijke woning met een zekere regelmaat bezoekt. Bepalend is § 8 AO. Zonder deze twee voorwaarden vervalt de binnenlandse woonplaats en daarmee in beginsel ook het recht op kinderbijslag.
Welke vereisten gelden bij een eenjarige studie in het buitenland voor het recht op Kindergeld?
Bij een aanvankelijk slechts eenjarig gepland verblijf in het buitenland met opleidingsdoeleinden leidt het ontbreken van bezoeken aan huis niet tot het opgeven van de woonplaats in Duitsland. Het kind hoeft in deze periode de ouderlijke woning dus niet regelmatig te bezoeken om de woonplaats en daarmee het recht op Kindergeld te behouden.
Welke bezoekregeling geldt bij een meerjarige studie in het buitenland voor de aanspraak op Kindergeld?
Bij een meerjarig verblijf in het buitenland moet het kind tijdens de opleidingsvrije periodes (bijv. semestervakanties) overwegend, dus meer dan de helft van deze tijd, in de ouderlijke woning in Duitsland verblijven. Doorgaans geldt een opleidings- of studiejaar als beoordelingsperiode. Wordt deze drempel niet gehaald, dan wordt de binnenlandse woonplaats als opgegeven beschouwd.
Vanaf wanneer vervalt het recht op Kindergeld als een buitenlandstudie van één jaar uitgroeit tot een meerjarig verblijf?
Was het buitenlandverblijf aanvankelijk slechts voor één jaar gepland, dan wordt de binnenlandse woonplaats pas vanaf het moment van het verlengingsbesluit getoetst aan de strengere maatstaven voor een meerjarig verblijf. Staat al tijdens het lopende opleidingsjaar vast dat het kind niet meer dan de helft van de opleidingsvrije tijd thuis zal doorbrengen, dan vervalt de woonplaats reeds vanaf dat moment en niet pas aan het einde van het studiejaar.
Wat heeft de BFH in het arrest III R 11/21 van 21-06-2023 beslist over Kindergeld bij studie in het buitenland?
De BFH oordeelde dat het Kindergeld tot december van het derde studiejaar moet worden uitbetaald. In het eerste studiejaar waren ontbrekende bezoeken aan huis niet schadelijk, omdat de studie aanvankelijk slechts voor één jaar was gepland. In het tweede studiejaar voldeed een bezoek van 60 dagen aan het overwegingscriterium. Pas in het derde studiejaar stond met het slechts 14-daagse bezoek vast dat de dochter niet meer dan de helft van de opleidingsvrije tijd thuis zou doorbrengen, waardoor de binnenlandse woonplaats en daarmee de aanspraak op Kindergeld vanaf januari kwam te vervallen.