Grundsteuer
De Grundsteuer (Duitse onroerendezaakbelasting) moet elke particuliere eigenaar voor zijn perceel betalen. Daarbij wordt door het bevoegde Finanzamt de waarde van het onroerend goed bepaald aan de hand van factoren zoals bodemwaarde, oppervlakte en ouderdom. Deze waarde wordt vervolgens vermenigvuldigd met het Grundsteuermesszahl (belastingmaatstafgetal). Het Grundsteuermesszahl wordt berekend afhankelijk van het type perceel, de deelstaat en in de nieuwe deelstaten de gemeentegrootte. De aanslag wordt vervolgens doorgegeven aan de betreffende gemeente, die de berekende waarde vermenigvuldigt met een op de woonomgeving gebaseerd Hebesatz (gemeentelijk tarief). In de basis wordt bij de berekening onderscheid gemaakt tussen de Grundsteuer A en B, die het door het Finanzamt berekende belastingmaatstafgetal beïnvloeden. De Grundsteuer A geldt voor land- en bosbouwpercelen (bijv. boerderij, akkerland, bosbestand). De Grundsteuer B geldt voor alle overige percelen (huur- en bedrijfspercelen, woningbezit, enz.).
Kwijtschelding Grundsteuer voor verhuurders in 2020
Door een kwijtschelding van de Grundsteuer moeten getroffen verhuurders binnen de coronacrisis worden ondersteund. Zij hebben recht op een gedeeltelijke kwijtschelding van de Grundsteuer indien zij aanzienlijke en niet zelf veroorzaakte huurderving hebben. De aanvragen voor een gedeeltelijke kwijtschelding van de Grundsteuer over 2020 dienden uiterlijk 31-03-2021 te worden ingediend bij de belastingafdelingen van de gevestigde gemeente. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in twee gevallen. In het eerste geval gaat het om verhuurders die een huurverlies van meer dan 50% ten opzichte van de bruto-opbrengst hebben. De bruto-opbrengst betreft een naar kalender geschatte jaarbrutohuur (§ 33 Abs. 1 zin 4 Nr. 2 GrStG), die wordt berekend door vergelijking van de gangbare huur bij vergelijkbare panden. Is dit op de verhuurder van toepassing, dan wordt 25% van de Grundsteuer over 2020 kwijtgescholden. Het tweede geval omvat verhuurders die in kalenderjaar 2020 een opbrengstderving bij een pand hebben. In dat geval kan de Grundsteuer met 50% over kalenderjaar 2020 worden kwijtgescholden. Bijzonder behandeld worden verhuurders die een opbrengstderving hebben vanwege een leegstaand pand. Zij kunnen de Grundsteuer alleen met 50% verlagen indien zij kunnen aantonen dat zij zich desondanks hebben ingespannen om nieuwe huurders te vinden. Daarvoor dienen bijvoorbeeld facturen van een makelaar of een internetportaal voorhanden te zijn.
Veelgestelde vragen
Veelgestelde vragen
Wie kan voor 2020 een kwijtschelding van de Grundsteuer aanvragen?
Verhuurders die in het kalenderjaar 2020 aanzienlijke en niet zelf veroorzaakte huurderving hadden, kunnen een gedeeltelijke kwijtschelding van de Grundsteuer (Duitse onroerendezaakbelasting) aanvragen. Voorwaarde is een aantoonbaar inkomstenverlies bij het verhuurde onroerend goed. De aanvraag moet worden ingediend bij het belastingkantoor van de bevoegde gemeente.
Tot wanneer moet de aanvraag tot kwijtschelding van de Grundsteuer voor 2020 worden ingediend?
De aanvraag tot gedeeltelijke kwijtschelding van de Grundsteuer (Duitse onroerendezaakbelasting) voor het jaar 2020 moet uiterlijk op 31-03-2021 bij de bevoegde gemeente of het belastingkantoor zijn ingediend. Deze termijn is een fatale termijn.
Hoe hoog is de kwijtschelding van de Grundsteuer (Duitse onroerendezaakbelasting) bij huurderving?
Bij een huurderving van meer dan 50 % ten opzichte van de bruto-opbrengst wordt 25 % van de Grundsteuer kwijtgescholden. Bij een volledige opbrengstderving van het onroerend goed kan 50 % van de Grundsteuer worden kwijtgescholden.
Welke bewijsstukken zijn bij leegstaande onroerende zaken nodig voor de Grundsteuer-vermindering?
Bij leegstaande onroerende zaken wordt de vermindering van 50% van de Grundsteuer alleen toegekend als de verhuurder aantoont zich actief te hebben ingespannen om nieuwe huurders te vinden. Geschikte bewijsstukken zijn bijvoorbeeld facturen van makelaars of advertenties op vastgoedportalen.
Wat is het verschil tussen Grundsteuer A en B?
De Grundsteuer A wordt geheven op land- en bosbouwgronden zoals boerderijen, akkerland of bospercelen. De Grundsteuer B geldt voor alle overige bebouwde of bebouwbare percelen, zoals woningen, huur- en bedrijfspanden.