Kennis

Vrijstelling bij verkoop na verpachting van de onderneming

Is aftrek van de vrijstelling op grond van § 16 Abs. 4 S. 1 EStG ook mogelijk wanneer de onderneming wegens gezondheidsklachten van de belastingplichtige eerst tijdelijk wordt verpacht en pas na

2 min leestijdBijgewerkt: 2022-11-29Aanbevolen

Is aftrek van de vrijstelling op grond van § 16 Abs. 4 S. 1 EStG ook mogelijk wanneer de onderneming wegens gezondheidsklachten van de belastingplichtige eerst tijdelijk wordt verpacht en pas na afloop van de pachtperiode wordt verkocht?

Uitgangspunten: vrijstelling bij bedrijfsoverdracht volgens § 16 EStG

Indien de belastingplichtige het 55e levensjaar heeft voltooid of in sociaalverzekeringsrechtelijke zin duurzaam arbeidsongeschikt is, wordt de overdrachtswinst slechts in aanmerking genomen voor zover deze EUR 45.000 overschrijdt. De vrijstelling wordt slechts eenmaal (in het leven) verleend. De vrijstelling wordt verminderd met het bedrag waarmee de overdrachtswinst EUR 136.000 overschrijdt, op grond van § 16 Abs. 4 EStG.

Praktijkvoorbeeld: verpachting van de onderneming om gezondheidsredenen

A is eigenaar van een kapsalon. In 2017 krijgt A een chronische ziekte die zijn beroepsuitoefening sterk beperkt. Daarom besluit A een pauze te nemen en verpacht hij zijn onderneming aan zijn leidinggevende werknemer B voor de periode van 01-01-2018 tot 31-12-2023. Na afloop van de pachtperiode is de gezondheidstoestand van A niet verbeterd, zodat A besluit de onderneming per 31-12-2023 volledig te verkopen aan werknemer B. De overdrachtswinst bedraagt EUR 125.000 en op het moment van de verkoop is A 53 jaar oud.

De vraag is of A toch recht heeft op de vrijstelling van § 16 Abs. 4 EStG, hoewel hij in de voorgaande jaren zijn beroepsactiviteit niet heeft uitgeoefend en zijn onderneming door werknemer B is voortgezet.

BFH-uitspraak over de vrijstelling bij verkoop van land- en bosbouwbedrijven

Volgens de rechtspraak van het BFH komt een belastingplichtige de vrijstelling van § 16 EStG ook toe wanneer de onderneming eerst is verpacht en pas na afloop van de pachtovereenkomst is verkocht. Doorslaggevend is volgens het BFH dat de belastingplichtige de onderneming wegens gezondheidsklachten heeft verpacht en de onderneming pas heeft verkocht nadat zeker was geworden dat hij arbeidsongeschikt blijft (BFH, uitspraak van 13-3-1986, IV R 176/84, BStBl 1986 II S. 601). De uitspraak betrof weliswaar de verkoop van een landbouwbedrijf, maar geldt voor alle winstinkomsten. Daarmee ook voor het praktijkvoorbeeld van belastingplichtige A. De tussentijdse verpachting verandert immers niets aan de gezondheidssituatie van A. Zou A in de periode tussen begin en einde van de verpachting zodanig herstellen dat van arbeidsongeschiktheid om gezondheidsredenen geen sprake meer is, dan zou ook de aftrek van de vrijstelling op grond van § 16 EStG vervallen. Aftrek van de vrijstelling op grond van het voltooien van het 55e levensjaar is volgens het praktijkvoorbeeld immers in beginsel uitgesloten (A is 53 jaar oud). Bepalend voor de toekenning van de vrijstelling is in dit praktijkvoorbeeld dus de arbeidsongeschiktheid in sociaalverzekeringsrechtelijke zin. Deze moet aanwezig zijn op het moment van de uitvoeringshandeling (bedrijfsoverdracht). Aftrek van de vrijstelling van de overdrachtswinst is in het praktijkvoorbeeld dus rechtsgeldig mogelijk.

Veelgestelde vragen

Veelgestelde vragen

  • Wanneer heeft de belastingplichtige recht op de vrijstelling bij vervreemding volgens § 16 Abs. 4 EStG?

    De vrijstelling van 45.000 EUR wordt verleend wanneer de belastingplichtige de leeftijd van 55 jaar heeft bereikt of in de zin van het sociale verzekeringsrecht duurzaam arbeidsongeschikt is. Zij wordt slechts eenmaal in het leven toegekend en wordt verminderd met het bedrag waarmee de vervreemdingswinst 136.000 EUR overschrijdt.

    Permalink naar de vraag

  • Is de vrijstelling bij vervreemding ook mogelijk bij voorafgaande verpachting van het bedrijf?

    Ja, volgens de jurisprudentie van de BFH (uitspraak van 13-3-1986, IV R 176/84) komt de vrijstelling de belastingplichtige ook toe wanneer het bedrijf eerst werd verpacht en pas na afloop van de pachtovereenkomst werd vervreemd. Voorwaarde is dat de verpachting om gezondheidsredenen plaatsvond en de vervreemding plaatsvindt nadat zekerheid bestaat over de voortdurende arbeidsongeschiktheid.

    Permalink naar de vraag

  • Op welk moment moet de arbeidsongeschiktheid bestaan voor de vrijstelling volgens § 16 EStG?

    De arbeidsongeschiktheid in de zin van het socialezekerheidsrecht moet bestaan op het moment van de uitvoeringshandeling, dus de bedrijfsoverdracht. Treedt tussentijds herstel in en is er geen arbeidsongeschiktheid meer, dan vervalt het recht op de vrijstelling, tenzij de 55-jarige leeftijd is bereikt.

    Permalink naar de vraag

  • Geldt het BFH-arrest over verpachting vóór verkoop alleen voor landbouwers?

    Nee, hoewel het BFH-arrest van 13-3-1986 (IV R 176/84) betrekking had op een landbouwbedrijf, gelden de beginselen voor alle winstinkomenscategorieën. Daarmee is de rechtspraak ook van toepassing op handelsondernemingen en vrijeberoepspraktijken.

    Permalink naar de vraag

  • Welke invloed heeft de hoogte van de vervreemdingswinst op de belastingvrije som?

    De belastingvrije som bedraagt in beginsel 45.000 EUR, maar wordt verminderd met het bedrag waarmee de vervreemdingswinst 136.000 EUR overschrijdt. Bij een vervreemdingswinst van 125.000 EUR is de belastingvrije som dus ongekort beschikbaar, mits aan de persoonlijke voorwaarden wordt voldaan.

    Permalink naar de vraag

Terug naar overzicht