Als vervreemding van aandelen in kapitaalvennootschappen gelden in de toekomst in beginsel alle deelnemingen onder 1 %.
Wat verandert er
Volgens het geldende recht gelden als aandelen in kapitaalvennootschappen in gevallen van inbreng in natura uitsluitend aandelen onder 1 % die op grond van een inbreng in natura na 12.12.2006 zijn ontstaan.
Omdat de oude versie van § 21 UmwStG in de toekomst niet meer toepasbaar is, is het noodzakelijk om ook de door een inbreng in natura ontstane oude inbrenggebonden aandelen op te nemen in de bindingsregeling van § 17 Abs. 6 EStG.
Daarmee vallen in de toekomst – ongeacht het tijdstip van de inbreng – in beginsel alle deelnemingen onder 1 % die in het kader van een (fiscaal begunstigde) aandelenruil of een (fiscaal begunstigde) inbreng in natura volgens de bepalingen van het UmwStG zijn ontstaan, onder het toepassingsbereik van § 17 Abs. 6 EStG.
Inwerkingtreding
Dit geldt vanaf 1.1.2025.
Inbreng van bedrijfsonderdelen in een kapitaalvennootschap
In gevallen van inbreng van bedrijfsonderdelen in een kapitaalvennootschap moest de bestaande wettelijke regeling op grond van de rechtspraak van het Bundesfinanzhof (BFH) worden aangepast.
Achtergrond
In het verleden was het naar de opvatting van de belastingdienst zo dat het ingebrachte ondernemingsvermogen ook bij onttrekkingen in de fiscale terugwerkingsperiode niet negatief mocht worden.
Het Bundesfinanzhof (BFH) ziet dit anders. Het staat negatieve verkrijgingskosten in een dergelijk geval toe.
Wat verandert er
Volgens de wetgever strookt het echter met de bedoeling van de wet om negatieve verkrijgingskosten te vermijden.
Met de wetswijziging moet daarom worden verduidelijkt dat in overeenstemming met de bestaande opvatting van de belastingdienst onttrekkingen en stortingen in de terugwerkingsperiode bij de bepaling van het ingebrachte ondernemingsvermogen in aanmerking moeten worden genomen.
Daarmee is een boekwaardewaardering van het ingebrachte ondernemingsvermogen niet mogelijk wanneer met inachtneming van onttrekkingen en stortingen in de terugwerkingsperiode negatieve verkrijgingskosten zouden ontstaan. Voor zover dat het geval is, moeten de boekwaarden van het ingebrachte vermogen worden opgehoogd.
Inwerkingtreding
Geldt voor het eerst voor inbrengen wanneer in gevallen van algehele rechtsopvolging het omzettingsbesluit na 31.12.2023 is genomen of in andere gevallen de inbrengovereenkomst na 31.12.2023 is gesloten.
Veelgestelde vragen
Veelgestelde vragen
Welke aandelen onder 1 % vallen vanaf 2025 onder § 17 Abs. 6 EStG?
Vanaf 1-1-2025 vallen in beginsel alle deelnemingen onder 1 % die zijn ontstaan in het kader van een fiscaal gefaciliteerde aandelenruil of een fiscaal gefaciliteerde inbreng in natura volgens de bepalingen van het UmwStG, onder het toepassingsbereik van § 17 Abs. 6 EStG. Dit geldt ongeacht het tijdstip van de inbreng en omvat daarmee ook oude inbrengaandelen (alt-einbringungsgeborene Anteile) die vóór 13-12-2006 zijn ontstaan.
Waarom worden oude inbrengontstane aandelen opgenomen in § 17 Abs. 6 EStG?
Omdat de oude versie van § 21 UmwStG in de toekomst niet meer van toepassing is, moeten ook de via een inbreng in natura ontstane oude inbrengontstane aandelen worden opgenomen in de fiscale verstrikkingsregeling van § 17 Abs. 6 EStG. Daarmee wordt gewaarborgd dat dergelijke aandelen bij een latere vervreemding fiscaal belastbaar blijven.
Zijn negatieve aanschaffingskosten toegestaan bij inbreng in een kapitaalvennootschap?
De BFH had negatieve aanschaffingskosten bij onttrekkingen in de fiscale terugwerkingsperiode toegestaan. De wetgever stelt nu echter duidelijk dat, conform de opvatting van de Belastingdienst, onttrekkingen en stortingen in de terugwerkingsperiode bij de bepaling van het ingebrachte bedrijfsvermogen moeten worden meegenomen en dat negatieve aanschaffingskosten vermeden moeten worden.
Wanneer is een boekwaardebenadering van het ingebrachte ondernemingsvermogen niet mogelijk?
Een boekwaardebenadering is niet mogelijk wanneer rekening houdend met onttrekkingen en stortingen in de terugwerkende periode negatieve verkrijgingskosten zouden ontstaan. In dat geval moeten de boekwaarden van het ingebrachte vermogen zodanig worden verhoogd dat geen negatieve verkrijgingskosten ontstaan.
Vanaf wanneer geldt de nieuwe regeling voor onttrekkingen en inbrengen in de terugwerkende-krachtperiode?
De nieuwe regeling is voor het eerst van toepassing op inbrengen waarbij in gevallen van algemene rechtsopvolging het omzettingsbesluit na 31-12-2023 is genomen. In de overige gevallen geldt zij wanneer de inbrengovereenkomst na 31-12-2023 is gesloten.