Kennis

Btw-vrijstelling – verhuur/verpachting inclusief bedrijfsinrichtingen

Wettelijke achtergrond In principe zijn inkomsten uit de verhuur en verpachting van grond en gebouwen op grond van § 4 Nr. 12 S.1 Buchst. a UStG vrijgesteld van btw. Deze regeling geldt

3 min leestijdBijgewerkt: 2023-09-21Aanbevolen

Wettelijke achtergrond

In principe zijn inkomsten uit de verhuur en verpachting van grond en gebouwen op grond van § 4 Nr. 12 S.1 Buchst. a UStG vrijgesteld van btw. Deze regeling is ook van toepassing in het EU-recht, namelijk in art. 135 lid 1 onder l Btw-richtlijn. Niet vrijgesteld van btw zijn daarentegen inkomsten uit de verhuur of verpachting van machines en andere inrichtingen (bedrijfsinrichtingen). Bedrijfsinrichtingen kunnen worden gedefinieerd als inrichtingen van allerlei aard waarmee de onderneming rechtstreeks wordt uitgeoefend (machineachtige functie). Voorbeelden hiervan zijn goederenliften, werkbordessen, transportbanden, kegelbanen enz. Een gedetailleerd overzicht vindt u in het besluit bij § 68 BewG, bijlage 1 en 2. Werd de huur of pacht, zoals in het navolgende geschil voor grond, gebouwen en bedrijfsinrichtingen in één bedrag betaald, dan moest tot dusver overeenkomstig het arrest van de Senaat van 28-05-1998 – V R 19/96, BFHE 185, 555, BStBl II 2010, 307 gebruik worden gemaakt van het splitsingsgebod. Dat betekent dat zowel het btw-vrije deel, dat betrekking heeft op de verhuur of verpachting van grond en gebouwen, als het btw-plichtige deel, dat betrekking heeft op de verhuur of verpachting van de bedrijfsinrichtingen, telkens afzonderlijk moest worden vermeld.

Geschil: verpachting van stalgebouwen voor kalkoenenfokkerij

De eiser verpachtte in de litigieuze jaren zowel een stalgebouw als bijbehorende bedrijfsinrichtingen (bv. voeder-, verwarmings- en ventilatie-installaties) voor de kalkoenenfokkerij. Daarvoor rekende de pachter een totaalbedrag af, waarin geen onderscheid werd gemaakt tussen de verpachting van het gebouw en de verpachting van de bedrijfsinrichtingen. De eiser kwam dan ook tot de conclusie dat de gehele pacht btw-vrij was op grond van § 4 Nr. 12 S.1 Buchst. a UStG. De bevoegde Belastingdienst paste daarentegen het splitsingsgebod toe. Hierbij werd het totaalbedrag in een verhouding 80/20 verdeeld tussen het aandeel btw-vrije verpachting van stalgebouwen en het btw-plichtige aandeel verpachting van bedrijfsinrichtingen. Tegen de btw-plichtige pachtinkomsten stelde de eiser daarom beroep in.

Uitspraak BFH/HvJ-EU: geen splitsingsgebod

Aangezien de btw-vrijstelling voor de verhuur en verpachting van grond en gebouwen in principe door het EU-recht wordt bepaald, sprak in het geschetste geschil eerst het HvJ-EU zich uit. Het HvJ-EU oordeelde (HvJ-arrest Finanzamt X, EU:C:2023:372, antwoord op de prejudiciële vraag en r.o. 39) dat geen splitsing tussen btw-vrije en btw-plichtige pachtinkomsten hoeft te worden doorgevoerd indien de verhuur of verpachting van bedrijfsinrichtingen de bijkomende prestatie vormt van de hoofdprestatie (verhuur of verpachting van grond en gebouwen) tussen dezelfde twee contractpartijen.

De BFH sloot zich vervolgens aan bij de uitspraak van het HvJ-EU en ziet daarom in dergelijke gevallen in de toekomst af van toepassing van het splitsingsgebod.

In het onderhavige geschil zijn dus de volledige pachtinkomsten op grond van § 4 Nr. 12 S.1 Buchst. a UStG vrijgesteld van btw. Bij de inrichtingen en machines in het geschil (voeder-, verwarmings- en ventilatie-installaties) gaat het immers om specifiek afgestemde uitrustingselementen die uitsluitend dienen om het contractmatige gebruik van de kalkoenstal onder optimale omstandigheden te waarborgen. Daarmee is sprake van één economische prestatie tussen de verpachting van het stalgebouw en die van de bedrijfsinrichtingen.

Let op: toepassing op andere verhuur/verpachting met bedrijfsinrichtingen

Deze uitspraak over de verpachting van agrarische gebouwen en bedrijfsinrichtingen laat zich uiteraard ook overdragen op de verhuur of verpachting van andere gebouwen, waarin bv. goederenliften zijn ingebouwd. Wenst men een btw-vrije verhuur of verpachting, dan kan deze in de toekomst eenvoudiger worden gerealiseerd, zelfs wanneer bedrijfsinrichtingen mee worden verhuurd of verpacht.

Veelgestelde vragen

Veelgestelde vragen

  • Zijn huurinkomsten uit gronden en gebouwen vrijgesteld van btw?

    Ja, op grond van § 4 Nr. 12 S. 1 Buchst. a UStG zijn inkomsten uit verhuur en verpachting van gronden en gebouwen in beginsel vrijgesteld van omzetbelasting. De regeling is gebaseerd op art. 135 lid 1 letter l van de btw-richtlijn. Tot dusver gold een uitzondering voor meeverhuurde bedrijfsinstallaties, waarvan de vergoeding wel btw-plichtig was.

    Permalink naar de vraag

  • Wat zijn Betriebsvorrichtungen (bedrijfsinstallaties) in btw-rechtelijke zin?

    Betriebsvorrichtungen zijn voorzieningen van allerlei aard met een machineachtige functie, waarmee een bedrijf rechtstreeks wordt geëxploiteerd. Voorbeelden zijn goederenliften, werkbordessen, transportbanden of kegelbanen. Een gedetailleerd overzicht bevat het besluit bij § 68 BewG, bijlagen 1 en 2.

    Permalink naar de vraag

  • Moet de pacht bij mee verpachte bedrijfsinstallaties nog steeds worden gesplitst?

    Nee. Volgens het arrest van het HvJ-EU (EU:C:2023:372) en de vervolgbeslissing van de BFH vervalt het splitsingsgebod wanneer de verhuur van de bedrijfsinstallaties een bijkomende prestatie vormt bij de hoofdprestatie (verhuur van grond/gebouw) tussen dezelfde contractpartijen. Er is dan sprake van één economische prestatie, die volledig vrijgesteld kan zijn van omzetbelasting.

    Permalink naar de vraag

  • Wanneer is de medeverhuur van bedrijfsinstallaties een btw-vrije bijkomende prestatie?

    Een bijkomende prestatie is aan de orde wanneer de bedrijfsinstallaties speciaal op het gebouw zijn afgestemd en uitsluitend dienen voor het optimale contractuele gebruik. In de beoordeelde zaak werden de voeder-, verwarmings- en ventilatie-installaties van een kalkoenstal als bijkomende prestatie bij de verpachting van de stal aangemerkt. Doorslaggevend is de economische eenheid van de totale prestatie.

    Permalink naar de vraag

  • Geldt het vervallen van het splitsingsgebod ook buiten de landbouw?

    Ja, de beginselen kunnen worden toegepast op andere huur- en pachtverhoudingen, bijvoorbeeld bij gebouwen met goederenliften of vergelijkbare bedrijfsinrichtingen. Een btw-vrijgestelde verhuur is daardoor ook mogelijk wanneer bedrijfsinrichtingen worden meeverhuurd, mits deze als bijkomende prestatie bij de terbeschikkingstelling van het gebouw kunnen worden aangemerkt.

    Permalink naar de vraag

Terug naar overzicht