Kennis

Belastingvrije insolventie-uitkering – aftrek van beroepskosten

Bestaat er een aftrekmogelijkheid voor beroepskosten die een werknemer tijdens de ontvangst van insolventie-uitkering heeft gemaakt? Wat is de insolventie-uitkering? Wanneer een werkgever door betalingsproblemen het loon geheel of gedeeltelijk

3 min leestijdBijgewerkt: 2022-09-05Aanbevolen

Bestaat er een aftrekmogelijkheid voor beroepskosten die een werknemer tijdens de ontvangst van insolventie-uitkering heeft gemaakt?

Wat is de insolventie-uitkering?

Wanneer een werkgever door betalingsproblemen het loon van zijn medewerkers geheel of gedeeltelijk niet kan betalen, hebben de betrokken werknemers recht op een insolventie-uitkering (Insolvenzgeld). Voorwaarde is dat er een insolventieprocedure tegen de werkgever loopt. De insolventie-uitkering heeft tot doel het uitgevallen arbeidsloon te vervangen. De betaling vindt eenmalig plaats door de Bundesagentur für Arbeit.

Probleem: belastingvrijdom van de insolventie-uitkering

De door een werknemer ontvangen insolventie-uitkering, in plaats van het arbeidsloon, is op grond van § 3 Nr. 2 Buchst. B EStG vrijgesteld van inkomstenbelasting. Voor de aangifte inkomstenbelasting is echter van belang dat deze loonvervangende uitkering onder het progressievoorbehoud valt (§ 32b Abs. 1 Nr. 1 Buchst. A EStG) en daardoor de te betalen inkomstenbelasting verhoogt. De vraag is of een werknemer die de insolventie-uitkering heeft ontvangen, ook uitgaven voor ritten tussen woning en eerste werkplek over de uitkeringsperiode in aftrek kan brengen. Een probleem vormt namelijk § 3c Abs. 1 EStG, op grond waarvan uitgaven die in rechtstreeks economisch verband staan met belastingvrije inkomsten, niet als beroepskosten aftrekbaar zijn.

Voorbeeld van ontvangst van insolventie-uitkering

A was werkzaam bij B-GmbH, waarover eind 2020 een insolventieprocedure werd geopend. In de periode januari tot en met maart 2021 heeft B-GmbH geen loon aan A uitbetaald. Daarom heeft A voor de genoemde periode van de Bundesagentur für Arbeit de zogenoemde insolventie-uitkering belastingvrij ontvangen. In april 2021 is A bij een nieuwe werkgever in dienst getreden.

In de aangifte inkomstenbelasting 2021 heeft A in totaal € 1.300 aan beroepskosten opgevoerd. Daarvan heeft € 360 betrekking op de ritten tussen woning en eerste werkplek in de periode januari tot en met maart 2021 (periode van insolventie-uitkering).

Rechtspraak BFH over de Konkursausfallgeld

De ritten tussen woning en eerste werkplek zijn op grond van § 9 Abs. 1 S. 3 Nr. 2 EStG aftrekbaar als beroepskosten uit niet-zelfstandige arbeid, ook wanneer de werknemer Konkursausfallgeld ontvangt. Volgens een uitspraak van het BFH bestaat er namelijk tussen de betreffende beroepskosten en de Konkursausfallgeld geen rechtstreeks economisch verband zoals § 3c EStG vereist (BFH, uitspraak van 23-11-2000, VI R 93/98, BStBl 2001 II p. 199). Volgens het BFH moet er juist een dergelijk rechtstreeks economisch verband tussen de belastingvrije inkomsten en de uitgaven bestaan, wil de aftrek van beroepskosten zijn uitgesloten. Naar het oordeel van het BFH staat § 3c EStG dus niet aan de aftrek van reiskosten voor ritten tussen woning en eerste werkplek in de weg. De motivering is dat de uitgaven niet zijn gedaan om de Konkursausfallgeld te verkrijgen, maar dat de ritten dienen ter verrichting van de dagelijks verschuldigde arbeidsprestatie. Aftrek is daarmee gerechtvaardigd.

BFH-rechtspraak ook van toepassing op de insolventie-uitkering

De BFH-rechtspraak over de Konkursausfallgeld geldt overeenkomstig voor de insolventie-uitkering (vgl. Pust, HFR 2001 p. 433 en Fuhrmann in Korn, EStG § 9 Rn. 163). Toegepast op het voorbeeld is dus aftrek van beroepskosten ter hoogte van de reiskosten ook tijdens de ontvangst van de insolventie-uitkering (januari tot en met maart 2021) mogelijk.

Belangrijk is dat deze rechtspraak ook van toepassing is op andere beroepskosten van de werknemer die zijn gemaakt tijdens de periode waarin de insolventie-uitkering werd ontvangen, zoals bijvoorbeeld de aanschaf van arbeidsmiddelen of de afschrijvingen op zakelijk gebruikte bedrijfsmiddelen (vgl. Pust, HFR 2001 p. 433).

Veelgestelde vragen

Veelgestelde vragen

  • Zijn beroepskosten aftrekbaar tijdens de ontvangst van insolventie-uitkering (Insolvenzgeld)?

    Ja, beroepskosten zoals woon-werkverkeer naar de eerste werkplek zijn ook tijdens de ontvangst van Insolvenzgeld aftrekbaar. § 3c Abs. 1 EStG staat hieraan niet in de weg, omdat er geen rechtstreeks economisch verband bestaat tussen de kosten en het belastingvrije Insolvenzgeld. De kosten dienen voor het verrichten van de arbeidsprestatie, niet voor het verkrijgen van het Insolvenzgeld.

    Permalink naar de vraag

  • Hoe wordt Insolvenzgeld (faillissementsuitkering) fiscaal behandeld?

    Insolvenzgeld is op grond van § 3 Nr. 2 Buchst. b EStG vrijgesteld van inkomstenbelasting. Het valt echter onder het Progressionsvorbehalt (progressievoorbehoud) volgens § 32b Abs. 1 Nr. 1 Buchst. a EStG en verhoogt daardoor het belastingtarief dat op het overige inkomen wordt toegepast. De uitkering wordt eenmalig uitbetaald door de Bundesagentur für Arbeit (Duits arbeidsbureau).

    Permalink naar de vraag

  • Aan welke voorwaarden moet zijn voldaan voor aanspraak op Insolvenzgeld (Duitse uitkering bij insolventie van de werkgever)?

    Aanspraak op Insolvenzgeld bestaat wanneer de werkgever wegens betalingsproblemen het loon geheel of gedeeltelijk niet kan betalen en een insolventieprocedure over diens vermogen is geopend. Het Insolvenzgeld vervangt het niet-uitbetaalde loon en wordt eenmalig uitgekeerd door de Bundesagentur für Arbeit.

    Permalink naar de vraag

  • Welke andere Werbungskosten zijn aftrekbaar tijdens de uitkering van Insolvenzgeld?

    De jurisprudentie over de aftrek van Werbungskosten geldt niet alleen voor reiskosten, maar ook voor andere beroepsmatig veroorzaakte uitgaven tijdens de uitkering van Insolvenzgeld. Hieronder vallen bijvoorbeeld de aanschaf van arbeidsmiddelen of afschrijvingen op zakelijk gebruikte bedrijfsmiddelen. Voorwaarde is dat er geen direct economisch verband bestaat met het belastingvrije Insolvenzgeld.

    Permalink naar de vraag

  • Waarop berust de aftrek van beroepskosten ondanks belastingvrije loonvervangende uitkering?

    De BFH heeft bij arrest van 23-11-2000 (VI R 93/98) over het Konkursausfallgeld beslist dat § 3c EStG niet aan de aftrek van beroepskosten in de weg staat, omdat er geen rechtstreeks economisch verband bestaat tussen de uitgaven en de loonvervangende uitkering. Deze rechtspraak is volgens de heersende leer ook van toepassing op het Insolvenzgeld.

    Permalink naar de vraag

Terug naar overzicht