In bepaalde gevallen kan een kind door een langdurige ziekte de begonnen beroepsopleiding niet voortzetten. Daarbij doen zich belangrijke wijzigingen voor met betrekking tot de aanspraak op kinderbijslag, die hierna worden toegelicht.
Geschil: ongeval tijdens de opleiding
In het geschil was onduidelijk of de eiseres aanspraak had op kinderbijslag voor haar zieke zoon. De zoon was in augustus 2015 met een opleiding begonnen en zou deze naar verwachting in december 2019 afronden. In september 2018 kreeg hij echter een ernstig ongeval, waardoor hij volgens een medisch oordeel in januari 2019 voor onbepaalde tijd ziekgemeld was. De Familienkasse weigerde vervolgens om na september 2018 nog kinderbijslag te betalen. Het Finanzgericht oordeelde daarentegen dat in de belastingaangifte van de eiseres de kinderbijslag verder op grond van § 32 Abs. 4 S.1 Nr. 2 a EStG in aanmerking moest worden genomen. De reden hiervoor is volgens het FG dat de opleidingsverhouding voortduurt en de wil om de opleiding af te ronden aanwezig is.
BFH-uitspraak – tegenspraak met het FG
De BFH heeft daarentegen geoordeeld dat bij een ziekte van het kind die langer dan 6 maanden duurt, een aanspraak op kinderbijslag op grond van een opleidingsverhouding volgens § 32 Abs. 4 S.1 Nr. 2 a EStG is uitgesloten. In plaats daarvan zou een aanspraak op grond van een handicap volgens § 32 Abs. 4 S.1 Nr. 3 EStG in aanmerking kunnen komen. Als motivering geldt niet alleen de duur van de ziekte, maar ook dat het kind zich als gevolg van de ziekte niet meer zelf kan onderhouden.
Onderbreking van de beroepsopleiding wegens ziekte van het kind
Per definitie bevindt iemand zich in een beroepsopleiding volgens § 32 Abs. 4 S.1 Nr. 2 a EStG, wanneer deze zich serieus en duurzaam voorbereidt op het behalen van zijn beroepsdoelen. Daarbij volstaat het niet dat er een opleidingsverhouding bestaat; er moeten ook serieuze en duurzame opleidingsmaatregelen worden ondernomen. Een uitzondering hierop geldt echter bij ziekte van de leerling, waardoor deze de opleiding moet onderbreken. In die gevallen volstaan een opleidingsplaats en de wil om de opleiding voort te zetten.
Onderscheid kinderbijslag bij opleiding en handicap
Om vermenging van de aanspraakgrondslagen te voorkomen, is een duidelijke afbakening tussen beide mogelijk. Bij een ziek kind in opleiding blijft de aanspraakgrondslag volgens § 32 Abs. 4 S.1 Nr. 2 a EStG bestaan zolang dit volgens een medische prognose niet met grote waarschijnlijkheid langer dan zes maanden zal uitvallen. Na een dergelijke prognose vervalt de aanspraakgrondslag volgens § 32 Abs. 4 S.1 Nr. 2 a EStG en geldt het kind als langdurig ziek. Daardoor is echter wel een aanspraak op grond van § 32 Abs. 4 S.1 Nr. 3 EStG mogelijk.
Veelgestelde vragen
Veelgestelde vragen
Bestaat er recht op Kindergeld bij een kortdurende ziektegerelateerde onderbreking van de opleiding?
Ja. Bij een ziektegerelateerde onderbreking van de beroepsopleiding blijft het recht op Kindergeld op grond van § 32 Abs. 4 S. 1 Nr. 2 a EStG bestaan, zolang de ziekte naar verwachting niet langer dan zes maanden duurt. In dat geval volstaan een voortbestaande opleidingsplaats en de bereidheid van het kind om de opleiding voort te zetten, ook wanneer er momenteel geen opleidingsactiviteiten plaatsvinden.
Wanneer vervalt het recht op kinderbijslag wegens beroepsopleiding bij langdurige ziekte?
Volgens de rechtspraak van het BFH vervalt het recht op grond van § 32 Abs. 4 S. 1 Nr. 2 a EStG zodra een medische prognose aangeeft dat de ziekte met grote waarschijnlijkheid langer dan zes maanden zal duren. Het kind geldt dan als langdurig ziek en kan niet langer als in opleiding worden aangemerkt.
Kan voor een langdurig ziek kind nog steeds Kindergeld worden ontvangen?
Ja, maar op een andere juridische grondslag. In plaats van § 32 Abs. 4 S. 1 Nr. 2 a EStG komt een tegemoetkoming wegens handicap volgens § 32 Abs. 4 S. 1 Nr. 3 EStG in aanmerking, wanneer het kind als gevolg van de ziekte niet in eigen onderhoud kan voorzien. Voorwaarde is het onvermogen tot zelfonderhoud op grond van de ziekte.
Welke betekenis heeft de zesmaandengrens bij de kinderbijslag voor zieke leerlingen in opleiding?
De zesmaandengrens is de doorslaggevende afbakening tussen kinderbijslag wegens opleiding en wegens handicap. Bij een geprognosticeerde ziekteduur van maximaal zes maanden behoudt het kind de status van persoon in opleiding. Wordt volgens medische prognose een langere ziekteduur verwacht, dan is alleen nog aanspraak mogelijk via de regeling voor gehandicapten.
Welke voorwaarden gelden in het algemeen voor kinderbijslag tijdens de beroepsopleiding?
Volgens § 32 Abs. 4 S. 1 Nr. 2 a EStG moet het kind zich serieus en duurzaam voorbereiden op zijn beroepsmatige doelen. Een opleidingsverhouding op zich is niet voldoende; er moeten daadwerkelijk opleidingsactiviteiten worden ondernomen. Een uitzondering geldt alleen bij onderbreking wegens ziekte, mits de opleidingsplaats en de opleidingswil blijven bestaan.