Of een werknemer zowel zijn hoofdactiviteit als een minijob bij twee ondernemingen van dezelfde werkgever kan uitoefenen, is recent door het FG Brandenburg getoetst.
Feiten
De eiser was in de jaren in geschil 2016-2018 in dienst bij werkgever F. Daarbij was hij zowel sociaalverzekeringsplichtig in dienst als taxichauffeur bij onderneming C van werkgever F, als ook als technisch binnendienstmedewerker (geringe tewerkstelling) voor onderneming E van werkgever F. De werkzaamheden als technisch binnendienstmedewerker omvatten een veelheid aan kantoortaken. Onder andere het coördineren van werkschema's, boekhoudkundige taken etc. Een vaste werkplek of voorgeschreven werktijd bestond voor deze werkzaamheden niet. Conform § 40a Abs. 2 EStG werd de geringe tewerkstelling van de eiser als technisch binnendienstmedewerker forfaitair belast (2%). In het kader van een externe loonbelastingcontrole bij de ondernemingen van werkgever F stelde de controleur vast dat een forfaitaire heffing van de loonbelasting voor de geringe werkzaamheden van de eiser conform § 40a Abs. 2 EStG niet mogelijk was. In plaats daarvan moest een totale beloning worden gevormd, die volledig in de inkomsten conform § 19 EStG moest worden opgenomen. Daarop stelde het bevoegde woonplaats-Finanzamt van de eiser voor de jaren in geschil nieuwe aanslagen inkomstenbelasting vast. Omdat de eiser het niet eens was met de gewijzigde IB-aanslagen, stelde hij beroep in bij het FG Brandenburg.
Uitspraak van het FG Brandenburg
Het FG Brandenburg sloot zich in zijn rechtspraak aan bij de belastingdienst en gaat dienovereenkomstig uit van één enkele arbeidsverhouding van de eiser bij zijn werkgever.
Sociaalverzekeringsrechtelijke maatstaven doorslaggevend
Of sprake is van een geringe tewerkstelling en dus een forfaitaire heffing van loonbelasting in de zin van de EStG kan plaatsvinden, wordt uitsluitend bepaald aan de hand van sociaalverzekeringsrechtelijke maatstaven. Daarbij moeten de voorwaarden voor forfaitaire heffing worden afgestemd op de sociaalverzekeringsrechtelijke voorwaarden, om een afwijking tussen socialeverzekeringspremies en de verschuldigde loonbelasting te voorkomen.
In deze zaak week het maandelijkse loon van de eiser voor zijn geringe tewerkstelling niet af van de wettelijke grens van § 8 Abs. 1 Nr. 1 SGB IV (destijds 450 EUR). Daarmee was aan de basisvoorwaarde van de geringe tewerkstelling in sociaalverzekeringsrechtelijke zin voldaan.
Alleen bij verschillende werkgevers
Onder de in § 8 Abs. 2 Satz 1 SGB IV geregelde voorwaarden kan weliswaar een geringe tewerkstelling conform § 8 Abs. 1 Nr. 1 SGB IV naast een hoofdbetrekking bij verschillende werkgevers worden uitgeoefend.
Oefent een werknemer echter, zoals in deze zaak, bij dezelfde natuurlijke persoon gelijktijdig meerdere dienstbetrekkingen uit, dan moet ongeacht de arbeidsrechtelijke vormgeving of objectieve criteria voor onderscheid in aard, plaats en tijd van de werkzaamheden sociaalverzekeringsrechtelijk worden uitgegaan van één enkele arbeidsverhouding, d.w.z. zij worden sociaalverzekeringsrechtelijk als eenheid beoordeeld. Daarom is het niet mogelijk om bij dezelfde werkgever naast een niet-geringe verzekeringsplichtige dienstbetrekking een verzekeringsvrije geringe tewerkstelling te verrichten.
Het FG Brandenburg heeft tegen zijn beslissing echter cassatie toegestaan, zodat een definitieve uitspraak nog uitstaat.
Veelgestelde vragen
Veelgestelde vragen
Zijn een hoofdbaan en een minibaan bij dezelfde werkgever tegelijk mogelijk?
Nee. Oefent een werknemer meerdere dienstbetrekkingen uit bij dezelfde natuurlijke persoon als werkgever, dan is er socialezekerheidsrechtelijk sprake van één enkele dienstbetrekking. Een verzekeringsvrije geringe dienstbetrekking (Minijob) naast een sociaalverzekeringsplichtige hoofdbetrekking bij dezelfde werkgever is daarom niet mogelijk – ook niet wanneer de werkzaamheden naar aard, plaats en tijd duidelijk van elkaar te onderscheiden zijn.
Speelt het een rol dat de werkgever twee verschillende ondernemingen exploiteert?
Nee. Doorslaggevend is de natuurlijke persoon van de werkgever, niet de afzonderlijke onderneming. Worden beide dienstbetrekkingen bij dezelfde natuurlijke persoon uitgeoefend – ook wanneer deze meerdere bedrijven leidt – dan moeten de werkzaamheden tot één enkele dienstbetrekking worden samengevoegd.
Is een forfaitaire loonbelasting van 2% conform § 40a Abs. 2 EStG in deze constellatie toegestaan?
Nee. De forfaitaire heffing van 2% vereist dat sprake is van een minibaan in de zin van het socialezekerheidsrecht. Aangezien bij één arbeidsverhouding bij dezelfde werkgever geen minibaan wordt erkend, is ook de forfaitaire belastingheffing uitgesloten. De vergoedingen moeten als één geheel loon op grond van § 19 EStG worden belast.
Welke criteria gelden voor de fiscale kwalificatie als Minijob?
De vraag of er sprake is van een geringe dienstbetrekking, wordt uitsluitend beoordeeld op basis van socialezekerheidsrechtelijke criteria (§ 8 SGB IV). Hiermee wordt een gelijkloop tussen de socialezekerheidsrechtelijke en loonbelastingrechtelijke behandeling gewaarborgd en wordt voorkomen dat deze uit elkaar lopen.
Wanneer is een minijob naast de hoofdbaan fiscaal en socialezekerheidsrechtelijk begunstigd mogelijk?
Alleen wanneer de minijob bij een andere werkgever wordt uitgeoefend. § 8 Abs. 2 Satz 1 SGB IV staat een gering bezoldigde minijob naast een verzekeringsplichtige hoofdbetrekking uitsluitend toe bij verschillende werkgevers. Bij dezelfde werkgever worden alle dienstbetrekkingen samengeteld.
Is het vonnis van het FG Brandenburg onherroepelijk?
Nee, het FG Brandenburg heeft beroep in cassatie toegelaten. Een definitieve uitspraak in hoogste instantie door de BFH staat dus nog uit. Werkgevers dienen de constellatie desondanks voorzichtig te behandelen en meervoudige tewerkstellingen van dezelfde persoon zorgvuldig te toetsen.