Of een onroerend goed tot het vermogen van een vennootschap behoort, wordt wettelijk gedefinieerd.
Dit verandert er
Een onroerend goed behoort tot het vermogen van de vennootschap die voor het laatst een basisfeit volgens § 1 Abs. 1 GrEStG met betrekking tot het onroerend goed heeft verwezenlijkt, voor zover en zolang de verwerving niet ongedaan is gemaakt.
Ter voorkoming van oneigenlijke constructies bepaalt de wet dat de nieuwe toerekeningsregeling niet van toepassing is op
- rechtshandelingen die ongedaan zijn gemaakt, en
- onroerende goederen die zijn teruggekocht,
voor zover dit ertoe leidt dat een verwervingshandeling wordt vermeden.
Zonder deze wettelijke regeling zou bijvoorbeeld een vennootschap van haar onroerend goed kunnen worden ontdaan, vervolgens haar aandelen – zonder verwezenlijking van een aanvullend feit – kunnen worden vervreemd en aansluitend de eerder gesloten onroerendgoedtransactie kunnen worden teruggedraaid.
Inwerkingtreding
Volgens de aangenomen versie geldt de nieuwe regeling voor het eerst voor verwervingshandelingen volgens § 1 Abs. 2a tot 3a GrEStG die na de dag van de afkondiging van het Jahressteuergesetz (JStG) 2024 worden verwezenlijkt. Ook dient rekening te worden gehouden met verwervingshandelingen volgens § 1 Abs. 1 en 2 GrEStG die vóór de dag na de afkondiging van het JStG 2024 zijn verwezenlijkt.
Veelgestelde vragen
Veelgestelde vragen
Wanneer behoort een onroerend goed voor de overdrachtsbelasting tot het vermogen van een vennootschap?
Een onroerend goed behoort tot het vermogen van die vennootschap die als laatste een grondfeit volgens § 1 Abs. 1 GrEStG (bijv. een koopovereenkomst) met betrekking tot het onroerend goed heeft verwezenlijkt. Deze toerekening geldt zolang de verkrijging niet ongedaan is gemaakt. De wettelijke definitie schept duidelijkheid over de vennootschap waaraan een onroerend goed voor doeleinden van de Grunderwerbsteuer (Duitse overdrachtsbelasting) moet worden toegerekend.
Welke constructies moeten door de nieuwe toerekeningsregeling worden voorkomen?
Met name moet worden voorkomen dat een vennootschap eerst van haar onroerend goed wordt ontdaan, vervolgens haar aandelen worden vervreemd zonder dat een aanvullende heffingsgrond wordt geactiveerd, en daarna de oorspronkelijke onroerendgoedtransactie wordt teruggedraaid. Daarom is de toerekeningsregeling niet van toepassing op teruggedraaide rechtshandelingen of teruggekochte onroerende zaken, voor zover daardoor een verwervingshandeling zou worden vermeden.
Vanaf wanneer geldt de nieuwe toerekeningsregeling voor de Grunderwerbsteuer?
De nieuwe regeling geldt voor het eerst voor verkrijgingen op grond van § 1 Abs. 2a tot 3a GrEStG die ná de dag van afkondiging van het Jahressteuergesetz 2024 worden gerealiseerd. Daarnaast moeten ook verkrijgingen op grond van § 1 Abs. 1 en 2 GrEStG in aanmerking worden genomen die vóór deze peildatum zijn gerealiseerd.
Welke verwervingen onderbreken de toerekening van een onroerend goed aan de vennootschap?
De toerekening eindigt wanneer de onderliggende verwervingstransactie wordt teruggedraaid. De oorspronkelijke toerekening blijft echter bestaan voor zover de terugdraaiing of een terugverkrijging ertoe zou leiden dat een aan overdrachtsbelasting onderworpen transactie wordt omzeild. Daarmee wordt gewaarborgd dat oneigenlijke terugdraaiingen geen fiscaal effect sorteren.