Kennis

Wet ter modernisering van het vennootschapsbelastingrecht (KöMoG) – optie voor personenvennootschappen

Normaal gesproken wordt een personenvennootschap (GbR, OHG, KG, GmbH & Co. KG, PartG etc.) belast volgens het transparantiebeginsel. Dat betekent dat de behaalde winst van elke vennoot tegen het persoonlijke

3 min leestijdBijgewerkt: 2021-07-12Aanbevolen

Normaal gesproken wordt een personenvennootschap (GbR, OHG, KG, GmbH & Co. KG, PartG etc.) belast volgens het transparantiebeginsel. Dat betekent dat de behaalde winst van elke vennoot tegen het persoonlijke belastingtarief wordt verrekend. Om het concurrentievermogen van personenvennootschappen op internationaal niveau te vergroten, is op 21-05-2021 de nieuwe KöMoG door de Bundestag aangenomen. Deze geeft personen- en partnerschapsvennootschappen nu de optie om zich als een lichaam te laten belasten. Hierdoor worden de winsten van de opterende vennootschap in totaal belast met 15% Körperschaftsteuer (Duitse vennootschapsbelasting) en niet meer met de individuele inkomstenbelasting.

Aanvraag voor rechtsvormwijziging van de personenvennootschap

In beginsel zijn personenvennootschappen volgens § 25 UmwStG (Umwandlungssteuergesetz) bevoegd om de aanvraag in te dienen. Hieronder vallen OHG, KG, GmbH & Co. KG en partnerschapsvennootschappen. Uitgesloten is daarbij de rechtsvorm van de GbR. Eveneens moet vóór indiening van een optieaanvraag in een vennotenbesluit ten minste 75% van de vennoten met de rechtsvormwijziging instemmen (§ 217 Abs. 1 UmwG). Belangrijk om hierbij te bedenken is dat de opterende vennootschap niet alleen fiscaalrechtelijk met een lichaam wordt gelijkgesteld, maar ook procedureel. Na instemming via het vennotenbesluit kan de optieaanvraag bij het bevoegde Finanzamt worden ingediend. Hierbij is doorslaggevend dat de aanvraag ten minste één maand vóór aanvang van het nieuwe boekjaar wordt ingediend.

Fiscaalrechtelijke grondslagen van een opterende vennootschap

De fiscale gelijkstelling van de opterende vennootschap zorgt ervoor dat nu alle wettelijke grondslagen van een lichaam ook van toepassing zijn op de nieuwe vennootschap (bijv. KStG, InvStG, AStG etc.). Als uitzondering gelden daarbij rechtsgrondslagen die uitsluitend op kapitaalvennootschappen van toepassing zijn (bijv. § 9 Abs. 1 Nr. 1 KStG).

Verloop van de rechtsvormwijziging van een personenvennootschap

In beginsel verloopt de wijziging van de belastingheffing van een personenvennootschap in het kader van een vervreemdingstransactie. Daarbij wordt de personenvennootschap vervreemd, terwijl het nieuwe lichaam als tegenprestatie deelnemingsrechten aanbiedt. Als juridische basis dienen voor de rechtsvormwijziging van een personenvennootschap §§ 20 ff. UmwStG in acht te worden genomen. In de praktijk is daarbij doorslaggevend dat een fiscaal neutrale inbreng uitsluitend kan plaatsvinden wanneer een onderneming, een onderdeel daarvan of een aandeel als mede-ondernemer (functioneel wezenlijke bedrijfsmiddelen) in het lichaam wordt ingebracht (§ 20 Abs. 1 en 2 UmwStG). Belangrijk is om hierbij in aanmerking te nemen dat bij de inbreng van buitenvennootschappelijk vermogen geen civielrechtelijke grondslagen bestaan. Daarom moet hiervoor een eigen procedurele regeling worden getroffen. De inbreng van het eigen vermogen van de vennoten kan in de boekhouding op de stortingsrekening worden geregistreerd. Verder moet in de boekhouding worden vermeld dat de winstbepaling van de personenvennootschap nu niet meer als kasstelsel (§ 4 Abs. 3 EStG) maar als balans moet worden geboekt.

Wijziging in de inkomsten van de vennoten

In beginsel worden alle mede-ondernemers van een personenvennootschap door de rechtsvormwijziging vennoot van de opterende vennootschap. Daarmee zijn bijzondere vergoedingen aan de individuele mede-ondernemers nu te beschouwen als loon dat aan loonbelasting is onderworpen. Bovendien worden verstrekte leningen en winstuitkeringen van de mede-ondernemers voortaan beschouwd als inkomsten uit kapitaalvermogen (§ 20 Abs. 1 en 2 EStG) en moeten zij dienovereenkomstig met de bronbelasting op kapitaalopbrengsten worden belast. De terbeschikkingstelling van bedrijfsmiddelen door individuele mede-ondernemers aan de opterende personenvennootschap (bijv. kantoorruimte, auto, etc.) kan door de rechtsvormwijziging als inkomsten uit verhuur en verpachting (§ 21 EStG) worden aangemerkt.

Verzoek tot herroeping van belastingheffing als lichaam

De KöMoG biedt naast de mogelijkheid tot een opterende personenvennootschap ook de juridische grondslag voor de optie van een herroepingsverzoek. Daardoor wordt de opterende personenvennootschap niet meer als lichaam belast, maar kan zij terugkeren naar haar oorspronkelijke rechtsvorm. Deze mogelijkheid is geboden, omdat er juridisch geen verplichte verblijfsduur in de opterende vennootschap bestaat. Het herroepingsverzoek moet eveneens één maand vóór aanvang van het boekjaar bij het bevoegde Finanzamt worden ingediend.

Veelgestelde vragen

Veelgestelde vragen

  • Wat maakt het KöMoG mogelijk voor personenvennootschappen?

    Met de Wet ter modernisering van het vennootschapsbelastingrecht (KöMoG) van 21-05-2021 kunnen personen- en partnervennootschappen ervoor kiezen om als kapitaalvennootschap te worden belast. In plaats van de individuele inkomstenbelasting van de vennoten (transparantiebeginsel) wordt de totale winst dan belast met 15% vennootschapsbelasting. Het doel is de internationale concurrentiepositie te verbeteren.

    Permalink naar de vraag

  • Welke rechtsvormen mogen kiezen voor vennootschapsbelasting?

    Aanvraaggerechtigd zijn personenvennootschappen volgens § 25 UmwStG, dus OHG, KG, GmbH & Co. KG en Partnergesellschaften. De GbR is uitgesloten van deze optie. Daarnaast moeten ten minste 75% van de vennoten via een vennotenbesluit overeenkomstig § 217 Abs. 1 UmwG instemmen met de omzetting van de rechtsvorm.

    Permalink naar de vraag

  • Welke termijn geldt voor de optieaanvraag volgens het KöMoG?

    De optieaanvraag moet uiterlijk één maand vóór het begin van het nieuwe boekjaar bij het bevoegde Finanzamt worden ingediend. Voorwaarde is een vooraf genomen aandeelhoudersbesluit met ten minste 75 % instemming. Dezelfde maandtermijn geldt ook voor een latere intrekkingsaanvraag.

    Permalink naar de vraag

  • Hoe veranderen de inkomsten van de vennoten na de optie?

    Mede-ondernemers worden vennoten van het opterende lichaam. Bijzondere vergoedingen gelden vanaf dat moment als loon dat onderworpen is aan loonbelasting, leningrente en winstuitkeringen worden als inkomsten uit vermogen (§ 20 EStG) onderworpen aan de bronbelasting op kapitaalopbrengsten, en het ter beschikking stellen van vermogensbestanddelen aan de vennootschap kan leiden tot inkomsten uit verhuur en verpachting (§ 21 EStG).

    Permalink naar de vraag

  • Hoe verloopt de rechtsvormwijziging fiscaal?

    De wijziging vindt plaats als vervreemdingshandeling volgens §§ 20 ff. UmwStG: de personenvennootschap wordt ingebracht en als tegenprestatie ontvangen de vennoten aandelen in de kapitaalvennootschap. Een fiscaal neutrale inbreng is alleen mogelijk wanneer een onderneming, een zelfstandig deel daarvan of een mede-ondernemersaandeel met alle functioneel wezenlijke bedrijfsmiddelen wordt overgedragen. Bovendien moet de winstbepaling voortaan via een balans plaatsvinden in plaats van via een kasstelsel (Einnahmenüberschussrechnung).

    Permalink naar de vraag

  • Kan een opterende vennootschap terugkeren naar de belastingheffing als personenvennootschap?

    Ja, het KöMoG kent geen minimale verblijfsduur. Via een verzoek tot terugkeer kan de vennootschap weer overgaan op de oorspronkelijke transparante belastingheffing. Het verzoek moet eveneens ten minste één maand vóór het begin van het boekjaar bij het Finanzamt worden ingediend.

    Permalink naar de vraag

Terug naar overzicht