Door een wetswijziging van de Duitse Bondsregering zijn de forfaitaire bedragen voor mensen met een handicap per 01-01-2021 verdubbeld en zijn de aanvullende voorwaarden van het Einkommensteuergesetz komen te vervallen. Aanleiding voor de aanpassing is een verouderde wettelijke grondslag, waardoor de forfaitaire bedragen op geen enkele wijze de huidige kosten van levensonderhoud kunnen dekken.
Grondslagen van het forfaitaire bedrag voor mensen met een handicap
Mensen met een handicap hebben in de regel hogere kosten dan mensen zonder handicap. Typische extra kosten zijn bijvoorbeeld medicijnen, zorg, een hogere behoefte aan wasgoed, enz. Daarom wil de staat deze mensen extra financieel ondersteunen en heeft daarvoor het forfaitaire bedrag voor mensen met een handicap in het leven geroepen. Dit wordt als keuzerecht naast de buitengewone lasten op grond van § 33 EStG toegekend, aangezien de buitengewone lasten eerst de waarden van de redelijke eigen bijdrage op grond van § 33 Abs. 3 EStG moeten overschrijden. Het forfaitaire bedrag daarentegen wordt onafhankelijk van de werkelijke kosten toegekend. Bij de kosten moet er bovendien op worden gelet dat deze regelmatig terugkerend zijn. Anders moeten zij als buitengewone lasten worden opgevoerd (§ 33b Abs. 1 EStG) en daarbij de redelijke eigen bijdrage overschrijden.
Hoogte van het forfaitaire bedrag voor mensen met een handicap
De hoogte van het forfaitaire bedrag is in principe afhankelijk van de mate van handicap. Deze mate wordt aan het begin van het kalenderjaar door een medisch deskundigenrapport vastgesteld en geldt vervolgens voor het hele jaar, ook als de mate van handicap (GdB) volgens een medisch rapport in de loop van het jaar wijzigt.
De hoogte van de forfaitaire bedragen voor mensen met een handicap in 2020 en 2021:
Forfaitaire bedragen tot aanslagjaar 2020
Forfaitaire bedragen vanaf aanslagjaar 2021
Mate van handicap vanaf
Forfaitair bedrag in EUR
Mate van handicap vanaf
Forfaitair bedrag in EUR
20
384
25 en 30
310
30
620
35 en 40
430
40
860
45 en 50
570
50
1.140
55 en 60
720
60
1.440
65 en 70
890
70
1.780
75 en 80
1.060
80
2.120
85 en 90
1.230
90
2.460
95 en 100
1.420
100
2.840
Wijzigingen van de forfaitaire bedragen voor mensen met een handicap vanaf 2021
Tot in 2020 werd aan mensen met een handicap met een GdB onder de 50 maar boven de 25 slechts een forfaitair bedrag toegekend wanneer ten minste aan een van de twee voorwaarden van § 33b Abs. 2 EStG was voldaan:
- de persoon heeft een wettelijke aanspraak op een uitkering (bijv. ongevallenrente)
- de handicap beperkt blijvend de lichamelijke beweeglijkheid of berust op een beroepsziekte
Vanaf het jaar 2021 vervallen de voorwaarden van § 33b Abs. 2 EStG en in plaats daarvan krijgen ook personen met een GdB van ten minste 20 een forfaitair bedrag voor mensen met een handicap. Om die reden zouden eerder afgewezen mensen met een GdB tussen 20 en 50 een nieuwe aanvraag bij het Finanzamt moeten indienen.
Veelgestelde vragen
Veelgestelde vragen
Hoe hoog is de forfaitaire aftrek voor gehandicapten vanaf 2021?
Vanaf aanslagjaar 2021 zijn de forfaitaire bedragen voor gehandicapten verdubbeld. Ze lopen van 384 EUR bij een mate van invaliditeit (GdB) van 20 tot 2.840 EUR bij een GdB van 100. De forfaitaire bedragen worden toegekend in stappen van telkens 10 GdB-punten.
Welke aanvullende voorwaarden gelden vanaf 2021 voor de gehandicaptenforfaitaire aftrek bij een GdB lager dan 50?
Vanaf 2021 vervallen de aanvullende voorwaarden van § 33b Abs. 2 EStG. Tot 2020 moesten personen met een GdB lager dan 50 ofwel een wettelijke pensioenaanspraak (bijv. ongevallenrente) aantonen, ofwel een blijvende beperking van de lichamelijke mobiliteit of een beroepsziekte hebben. Sinds 2021 ontvangen alle personen vanaf een GdB van 20 de forfaitaire aftrek zonder verdere voorwaarden.
Wanneer is de Behinderten-Pauschbetrag (forfaitair bedrag voor mensen met een handicap) voordeliger dan de aftrek van buitengewone lasten volgens § 33 EStG?
Het forfaitaire bedrag wordt als keuzerecht naast de buitengewone lasten volgens § 33 EStG verleend en is onafhankelijk van de werkelijke kosten. Het is voordelig wanneer de regelmatig terugkerende handicap-gerelateerde kosten de redelijke eigen bijdrage volgens § 33 Abs. 3 EStG niet overschrijden. Niet-regelmatig terugkerende buitengewone kosten kunnen daarnaast aanvullend als buitengewone lasten worden opgevoerd.
Hoe wordt de relevante mate van invaliditeit voor het belastingjaar vastgesteld?
De mate van invaliditeit (Grad der Behinderung, GdB) wordt aan het begin van het kalenderjaar door een medisch deskundigenrapport vastgesteld en geldt voor het hele jaar. Ook als de GdB in de loop van het jaar volgens een nieuw rapport verandert, blijft de aan het begin van het jaar vastgestelde waarde bepalend voor de hoogte van het forfaitaire bedrag.
Moeten eerder afgewezen aanvragen voor het forfaitaire bedrag na de hervorming opnieuw worden ingediend?
Ja. Personen met een GdB tussen 20 en minder dan 50, van wie de aanvraag tot 2020 werd afgewezen vanwege de aanvullende voorwaarden van § 33b Abs. 2 EStG, dienen vanaf 2021 een nieuwe aanvraag bij het Finanzamt in te dienen. Door het vervallen van de aanvullende voorwaarden bestaat nu recht op het forfaitaire bedrag.