Eerste inzichten in het wetsvoorstel voor de Jahressteuergesetz 2022 geven hoop op verdere fiscale verlichtingen voor exploitanten van PV-installaties:
Exploitanten van kleine PV-installaties tot 10 kW kunnen op het gebied van de inkomstenbelasting nu al gebruikmaken van het keuzerecht voor zogenoemde Liebhaberei, waardoor winsten in verband met deze installatie van belasting worden vrijgesteld. Vanwege dit voordeel voor kleine PV-installaties werd al lange tijd aangedrongen op een verruiming van de grens, en met het voorlopige Jahressteuergesetz 2022 moet aan deze eis tegemoet worden gekomen. Daarnaast werd bekritiseerd dat de inkomstenbelastingverlichting voor alle kleine PV-installaties de bureaucratische lasten niet volledig vermindert. De billijkheidsregeling geldt namelijk niet op gelijke wijze voor de omzetbelasting, zodat aan het einde van het jaar toch een overzicht van inkomsten en uitgaven moet worden opgesteld en een belastingaangifte moet worden ingediend. Indien de Bundestag en de Bundesrat het wetsvoorstel goedkeuren, zouden de volgende wijzigingen kunnen worden doorgevoerd:
Ter bevordering van de uitbreiding van fotovoltaïsche installaties in de Bondsrepubliek Duitsland moeten in de Jahressteuergesetz 2022 de volgende verlichtingen worden ingevoerd:
- In de EStG moeten inkomsten uit fotovoltaïsche installaties tot een bruto nominaal vermogen (volgens het Marktstammdatenregister) van 30 kW op, aan of in eengezinswoningen (inclusief bijgebouwen) en bedrijfspanden, alsook 15 kW per woon- en bedrijfseenheid bij overige, overwegend voor woondoeleinden gebruikte gebouwen (bijv. meergezinswoningen, gemengd gebruikte panden) belastingvrij blijven. In totaal geldt daarbij een grens van 100 kW (peak) per belastingplichtige of medeondernemerschap. Wanneer bij de exploitatie van een PV-installatie de hiervoor genoemde grenzen niet worden overschreden, hoeft er geen winst te worden bepaald. Volgens de huidige opvatting in de literatuur is deze belastingvrijstelling verplicht en vormt zij geen keuzerecht. Daarnaast moeten ook offene Handelsgesellschaften, Kommanditgesellschaften en andere personenvennootschappen profiteren die door de exploitatie van een PV-installatie een onderneming in de zin van § 15 Abs. 3 Nr. 1 EStG uitoefenen en om die reden een winstbepaling moeten verrichten. Volgens de Jahressteuergesetz 2022 moeten namelijk ook deze worden vrijgesteld, wanneer de exploitatie van een PV-installatie de reden is voor de kwalificatie als onderneming (§ 15 Abs. 3 Nr. 1 EStG) en de aan het begin genoemde grenzen niet worden overschreden.
- De in de Umsatzsteuergesetz geplande verlichting betreft het toegepaste belastingtarief overeenkomstig § 12 UStG. Voor de levering, intracommunautaire verwerving, invoer en installatie van PV-installaties en de daarmee verbonden componenten moet in de toekomst namelijk een btw-nultarief (0 %) gelden. Het btw-nultarief geldt echter alleen voor PV-installaties die op of in de nabijheid van particuliere woningen, woningen alsook openbare en andere gebouwen die worden gebruikt voor activiteiten van algemeen belang, worden geïnstalleerd. Aan de voorwaarden van het btw-nultarief wordt bovendien eveneens geacht te zijn voldaan wanneer het geïnstalleerde brutovermogen van de fotovoltaïsche installatie volgens het Marktstammdatenregister niet meer dan 30 kW (peak) bedraagt. Tot nu toe hebben kopers van PV-installaties vaak afgezien van toepassing van de btw-kleineondernemersregeling om de betaalde voorbelasting te kunnen laten terugvorderen. De voorbelastingaftrek bij de verwerving van een PV-installatie zou door deze verlichting in de toekomst geen reden meer hoeven te zijn om af te zien van de kleineondernemersregeling, omdat de levering en installatie van PV-installaties en de daarmee verbonden componenten (bijv. opslag) sowieso niet meer met btw worden belast.
Over het verdere wetgevingsproces en eventueel doorgevoerde wijzigingen houden wij u uiteraard via onze website op de hoogte.
Veelgestelde vragen
Veelgestelde vragen
Welke PV-installaties moeten volgens het JStG 2022 vrijgesteld worden van inkomstenbelasting?
Gepland is een belastingvrijstelling voor inkomsten uit PV-installaties tot 30 kW (bruto-nominaal vermogen volgens het Marktstammdatenregister) op, aan of in eengezinswoningen (inclusief bijgebouwen) en commercieel vastgoed. Bij gebouwen die overwegend voor woondoeleinden worden gebruikt, zoals meergezinswoningen, geldt een grens van 15 kW per woon- of bedrijfseenheid. In totaal geldt per belastingplichtige of medeondernemerschap een bovengrens van 100 kW (peak).
Is de geplande inkomstenbelastingvrijstelling voor PV-installaties een keuzerecht?
Volgens de huidige opvatting in de vakliteratuur is de belastingvrijstelling verplicht en vormt daarmee geen keuzerecht. Worden de relevante vermogensgrenzen niet overschreden, dan hoeft geen winst te worden bepaald.
Profiteren ook personenvennootschappen van de geplande btw-vrijstelling voor PV-installaties?
Ja, vennootschappen onder firma, commanditaire vennootschappen en andere personenvennootschappen worden eveneens vrijgesteld, wanneer uitsluitend de exploitatie van een PV-installatie leidt tot kwalificatie als handelsonderneming volgens § 15 Abs. 3 Nr. 1 EStG. Voorwaarde is dat de hiervoor genoemde vermogensgrenzen worden nageleefd.
Wat betekent het geplande btw-nultarief voor pv-installaties?
Voor levering, intracommunautaire verwerving, invoer en installatie van pv-installaties inclusief componenten (bijv. opslagsystemen) zal een btw-tarief van 0% gaan gelden. Dit geldt voor installaties op of in de buurt van particuliere woningen, woningen alsook openbare gebouwen en gebouwen van algemeen nut. Bij een geïnstalleerd brutovermogen tot 30 kW (piek) worden de voorwaarden automatisch als vervuld beschouwd.
Loont het in de toekomst nog om af te zien van de Kleinunternehmerregelung (Duitse kleineondernemersregeling) bij de aankoop van een PV-installatie?
Waarschijnlijk niet meer. Aangezien de levering en installatie van PV-installaties en bijbehorende componenten in de toekomst onder het nultarief vallen, is bij de aanschaf geen btw meer verschuldigd. Daarmee vervalt de tot nu toe belangrijkste reden om af te zien van de Kleinunternehmerregelung met het oog op teruggaaf van voorbelasting.