In de zaak pacht de eiser vanaf 01-12-2017 een snackbar inclusief bedrijfsvermogen. Na enkele voorbereidende renovatiewerkzaamheden opent het bedrijf op 02-01-2018. Geschilpunt met de Finanzamt is nu of de voorlopige renovatiekosten in december 2017 in aanmerking kunnen worden genomen bij de berekening van de Gewerbesteuer. Volgens de Finanzamt gaat het om kosten voor voorbereidingshandelingen, die niet meetellen voor de Gewerbesteuer.
FG Rheinland-Pfalz oordeelt vanaf pachtbegin
In beginsel sloot het Finanzgericht zich aan bij het oordeel van de Finanzamt. Kosten voor voorbereidingshandelingen worden niet meegerekend bij het bepalen van de Gewerbeertrag. Dit staat in tegenstelling tot de inkomstenbelasting, waar voorbereidingshandelingen wel een belastingverlagend effect kunnen hebben. In het onderhavige geval oordeelde het Finanzgericht Rheinland-Pfalz echter dat in deze concrete situatie § 2 Abs. 5 GewStG van toepassing is. § 2 Abs. 5 GewStG bepaalt dat bij verpachting van wezenlijke bedrijfsmiddelen van het bedrijf fictief sprake is van een nieuwe oprichting. Concreet betekent dit: wordt het gehele bedrijf verpacht, dan geldt dit voor de tot dan toe actieve ondernemer als beëindigd (§ 2 Abs. 5 S. 1 GewStG) en voor de pachter als nieuw opgericht (§ 2 Abs. 5 GewStG). Aangezien de eiser in deze zaak de gehele snackbar van de exploitante heeft gepacht, is § 2 Abs. 5 GewStG van toepassing. Daarmee kunnen de renovatiekosten van vóór de bedrijfsopening worden meegenomen bij de berekening van de Gewerbesteuer. Verder geldt dat door de nieuwe oprichting deelname aan het economische verkeer vanaf pachtbegin kan worden aangenomen. De Finanzamt heeft inmiddels rechtsgeldig beroep in revisie ingesteld, zodat de zaak nu voor de BFH wordt behandeld. Een uitspraak staat hier echter nog uit.
Veelgestelde vragen
Veelgestelde vragen
Zijn renovatiekosten vóór bedrijfsopening aftrekbaar voor de Gewerbesteuer?
In beginsel worden kosten voor voorbereidende handelingen vóór de bedrijfsopening niet meegenomen bij de berekening van de Gewerbeertrag. Dit onderscheidt de Gewerbesteuer van de Einkommensteuer, waarbij voorbereidende handelingen wel belastingverlagend kunnen werken. Een uitzondering kan echter gelden bij pachtsituaties op grond van § 2 Abs. 5 GewStG.
Welke betekenis heeft § 2 Abs. 5 GewStG bij de verpachting van een Gewerbebetrieb?
Volgens § 2 Abs. 5 GewStG geldt bij verpachting van wezenlijke bedrijfsmiddelen het bedrijf bij de tot dan toe ondernemende partij als gestaakt en bij de pachter als nieuw opgericht. Er is dus fictief sprake van een nieuwe oprichting. Deze fictie heeft tot gevolg dat de pachter vanaf het begin van de pachtperiode deelneemt aan het economisch verkeer.
Hoe oordeelde het FG Rheinland-Pfalz over renovatiekosten van een pachter vóór bedrijfsopening?
Het FG Rheinland-Pfalz oordeelde dat bij pacht van een volledig bedrijf (hier een snackbar) § 2 Abs. 5 GewStG van toepassing is en er sprake is van een fictieve nieuwe oprichting bij de pachter. Daardoor zijn renovatiekosten die vóór de feitelijke bedrijfsopening, maar na aanvang van de pacht ontstaan, fiscaal in aanmerking te nemen voor de Gewerbesteuer. De deelname aan het economisch verkeer wordt aangenomen vanaf het begin van de pacht.
Vanaf wanneer neemt een pachter van een volledig bedrijf deel aan het economisch verkeer?
Op grond van de fictie van een nieuwe oprichting volgens § 2 Abs. 5 GewStG neemt de pachter reeds vanaf het begin van de pacht deel aan het economisch verkeer, niet pas vanaf de feitelijke opening van het bedrijf. Dit heeft tot gevolg dat uitgaven tussen het begin van de pacht en de opening relevant kunnen zijn voor de Gewerbesteuer.
Is het arrest over renovatiekosten bij gepachte bedrijven onherroepelijk?
Nee, het arrest van het FG Rheinland-Pfalz is niet onherroepelijk. De Belastingdienst heeft beroep in cassatie ingesteld bij het Bundesfinanzhof (BFH). Een definitieve uitspraak van de hoogste rechter staat nog uit, waardoor de juridische situatie in vergelijkbare gevallen onzeker blijft.