Wanneer meerdere ondernemers met betrekking tot hetzelfde goed een leveringstransactie afsluiten en het goed daarbij rechtstreeks van de eerste ondernemer naar de laatste afnemer gaat, is sprake van een kettingtransactie in de zin van het Duitse Umsatzsteuergesetz (§ 3 Abs. 6a S. 1 UStG). Een bijzonder geval van de kettingtransactie is de intracommunautaire ABC-transactie (§ 25b UStG).
Uitgangspunt: intracommunautaire ABC-transactie
De intracommunautaire ABC-transactie komt qua bewoording overeen met de kettingtransactie, maar de volgende aanvullende voorwaarden moeten zijn vervuld (§ 25b Abs. 1 S. 1 UStG):
- drie ondernemers sluiten omzettransacties over hetzelfde goed af en dit goed gaat rechtstreeks van de eerste leverancier naar de laatste afnemer,
- de ondernemers zijn in telkens verschillende lidstaten voor de btw geregistreerd,
- het goed gaat tijdens de levering van de ene lidstaat naar de andere,
- het goed van de leveringen wordt door de eerste leverancier of de eerste afnemer vervoerd of verzonden.
Zijn meer dan drie ondernemers bij deze leveringstransactie betrokken, dan gelden de voorwaarden voor de vereenvoudiging volgens de intracommunautaire ABC-transactie uitsluitend voor de drie ondernemingen aan het einde van de leveringsketen.
Belastingheffing intracommunautaire ABC-transactie zonder vereenvoudiging
Voorbeeld:
Ondernemer D uit Cottbus bestelt bij de machinehandelaar DK in Denemarken een productiemachine. Omdat DK deze productiemachine momenteel niet op voorraad heeft, geeft hij de bestelling rechtstreeks door aan de machinefabrikant Ö in Oostenrijk. Deze vervoert de machine na productie rechtstreeks naar D in Cottbus.
Bij deze kettingtransactie worden dus twee leveringen verricht (Ö aan DK, DK aan D). De goederenbeweging en daarmee de bewogen levering kan slechts aan één levering worden toegerekend (§ 3 Abs. 6a S. 1 UStG); alleen daarbij komt de vrijstelling van de intracommunautaire levering (§ 4 Nr. 1 b) UStG) in aanmerking. De eerste levering (Ö aan DK) is de bewogen levering, omdat hier een goederenbeweging plaatsvindt. De plaats van de bewogen levering ligt volgens § 3 Abs. 6a S. 2 UStG juncto § 3 Abs. 6 S. 1 UStG in Oostenrijk (aanvang van het vervoer) en bijgevolg komt hier de vrijstelling van de intracommunautaire levering in aanmerking. Bij de tweede levering (DK aan D) gaat het om de rustende levering, omdat hier geen goederenbeweging plaatsvindt. Voor deze levering ligt de plaats van levering volgens § 3 Abs. 7 S. 2 Nr. 2 UStG in Duitsland (einde van het vervoer). Daarom is de levering van ondernemer DK onderworpen aan de Duitse omzetbelasting (intracommunautaire verwerving) en zou een btw-registratie noodzakelijk zijn.
Omdat de Duitse wetgever het intracommunautaire goederenverkeer echter wil vereenvoudigen, komen nu de tegemoetkomingen op grond van § 25b UStG in beeld. De omzetbelasting wordt namelijk door de laatste afnemer verschuldigd, wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- Aan de levering is een intracommunautaire verwerving voorafgegaan;
- de eerste afnemer is niet gevestigd in de lidstaat waar het vervoer of de verzending eindigt. Hij gebruikt tegenover de eerste leverancier en de laatste afnemer hetzelfde btw-identificatienummer dat hem is toegekend door een andere lidstaat dan die waarin het vervoer of de verzending begint of eindigt,
- de omzetbelasting wordt niet afzonderlijk vermeld, er volgt een verwijzing naar de intracommunautaire ABC-transactie en naar de overgang van de belastingschuld (bijv. "Innergemeinschaftliches Dreiecksgeschäft nach § 25b UStG" of "Vereinfachungsregelung nach Art. 141 MwStSystRL");
- op de factuur worden de btw-identificatienummers van de eerste en de laatste afnemer vermeld.
Toepassingsvoorbeeld – vereenvoudiging bij de intracommunautaire ABC-transactie
De laatste afnemer, dus ondernemer D uit Cottbus (Duitsland), dient in dit voorbeeld volgens de vereenvoudiging de btw-schuld voor de intracommunautaire verwerving van DK over te nemen en kan tegelijkertijd, indien hij recht op aftrek van voorbelasting heeft, de voorbelasting voor hetzelfde bedrag in aftrek brengen. Daarmee wordt ondernemer DK ontheven van de registratieplicht in Duitsland. De levering van DK aan D moet hij echter uiteraard wel in zijn binnenlandse btw-aangifte en de Zusammenfassende Meldung (opgaaf ICP) opnemen.
Veelgestelde vragen
Veelgestelde vragen
Wat is een intracommunautaire ABC-transactie?
Een intracommunautaire ABC-transactie (innergemeinschaftliches Dreiecksgeschäft) is een bijzonder geval van een ketentransactie volgens § 25b UStG. Hierbij sluiten drie ondernemers uit telkens verschillende EU-lidstaten transacties over hetzelfde goed, waarbij het goed rechtstreeks van de eerste leverancier naar de laatste afnemer gaat. Het vervoer of de verzending moet door de eerste leverancier of de eerste afnemer worden uitgevoerd, en het goed moet daarbij van de ene lidstaat naar een andere lidstaat worden vervoerd.
Welke voorwaarden gelden voor de vereenvoudigingsregeling op grond van § 25b UStG?
Voorwaarde is dat aan de levering een intracommunautaire verwerving is voorafgegaan en dat de eerste afnemer niet in het bestemmingsland is gevestigd. Hij moet tegenover de eerste leverancier en de laatste afnemer een btw-identificatienummer van een andere lidstaat gebruiken dan die van het land van vertrek of bestemming. Bovendien mag de omzetbelasting niet afzonderlijk worden vermeld; de factuur moet wijzen op de driehoekstransactie en de overgang van de belastingschuld, en de btw-identificatienummers van de eerste en de laatste afnemer bevatten.
Wie is btw verschuldigd bij een intracommunautaire driehoekstransactie?
Bij toepassing van de vereenvoudigingsregeling volgens § 25b UStG is de laatste afnemer de btw verschuldigd over de intracommunautaire verwerving. Indien deze recht heeft op vooraftrek, kan hij gelijktijdig hetzelfde bedrag aan voorbelasting in aftrek brengen. Daardoor wordt de tussenliggende ondernemer (eerste afnemer) ontheven van een btw-registratieplicht in het land van bestemming.
Welke levering is bij een ketentransactie de vervoerde levering?
Bij een ketentransactie kan het goederenvervoer slechts aan één levering worden toegerekend (§ 3 Abs. 6a UStG). Vervoert de eerste leverancier de goederen, dan is zijn levering aan de eerste afnemer de vervoerde levering, waarvoor de vrijstelling voor intracommunautaire leveringen in aanmerking komt. De daaropvolgende levering geldt als ruhende Lieferung (niet-vervoerde levering), waarvan de plaats aan het einde van het vervoer ligt (§ 3 Abs. 7 S. 2 Nr. 2 UStG).
Hoe wordt een ketentransactie met meer dan drie betrokkenen behandeld?
Zijn er meer dan drie ondernemers bij de leveringsketen betrokken, dan kan de vereenvoudigingsregeling voor de intracommunautaire driehoekstransactie niet op de gehele keten worden toegepast. De regeling van § 25b UStG geldt dan uitsluitend voor de drie ondernemingen aan het einde van de leveringsketen, mits aldaar aan de overige voorwaarden is voldaan.