Voor verhuurders bestaat de mogelijkheid om een verhuurobjekt sneller af te schrijven dan de eigenlijke afschrijving voor slijtage volgens de Afa-tabel, mits de kortere gebruiksduur sluitend kan worden aangetoond. Dit gebeurt doorgaans via een taxatierapport van een onafhankelijke deskundige. Hieronder lichten wij een uitspraak van het FG Münster in dergelijke gevallen toe.
Rechtszaak: kortere Afa op basis van taxatierapport
De eiseressen zijn vermogensbeherende GmbH & Co. KG's die beide huurinkomsten uit hun huurobjecten genereerden. Concreet ging het om twee gebouwen, gebouwd in de jaren 1920 respectievelijk rond 1950. De resterende gebruiksduur bedroeg bij de overgang van baten en lasten conform § 7 Abs. 4 Nr. 2 EStG 40 respectievelijk 50 jaar. De eiseressen waren echter van mening dat de feitelijke gebruiksduur (§ 7 Abs. 4 S. 2 EStG) aanzienlijk lager uitviel. Om die reden hebben beide elk een onafhankelijk taxatierapport laten opstellen door een onafhankelijke deskundige. Deze bevestigde met haar taxatierapport het standpunt van de eiseressen, in tegenstelling tot het Finanzamt.
Taxatierapport conform Immobilienwertermittlungsverordnung
De rapporten werden opgesteld op basis van de Immobilienwertermittlungsverordnung (ImmoWertV). Volgens jurisprudentie van de BFH is deze procedure voor de bepaling van de zakelijke waarde van gebouwen conform ImmoWertV weliswaar niet expliciet geschikt voor het vaststellen van de feitelijke resterende gebruiksduur, maar kan zij in een specifiek geval wel een betrouwbare grondslag voor een schatting vormen. Dienovereenkomstig stelde het FG Münster de vermogensbeherende vennootschappen in hun klacht in het gelijk.
Cassatie niet toegelaten Het FG Münster heeft cassatie afgewezen, aangezien het hier gaat om beslissingen in individuele gevallen met toepassing van de algemene jurisprudentie.
Veelgestelde vragen
Veelgestelde vragen
Kan een verhuurd object korter worden afgeschreven dan volgens de AfA-tabel?
Ja, op grond van § 7 Abs. 4 Satz 2 EStG mag een verhuurder een kortere werkelijke gebruiksduur hanteren dan de forfaitaire 40 of 50 jaar. Voorwaarde is dat deze kortere gebruiksduur sluitend wordt aangetoond, doorgaans via een taxatierapport van een onafhankelijke deskundige.
Is een taxatierapport volgens ImmoWertV toegestaan voor het bepalen van de resterende gebruiksduur?
Volgens de jurisprudentie van het BFH is de methode voor de waardebepaling van gebouwen op basis van de Immobilienwertermittlungsverordnung (ImmoWertV) niet expliciet bedoeld voor het bepalen van de werkelijke resterende gebruiksduur. In individuele gevallen kan zij echter een bruikbare schattingsgrondslag vormen en door het Finanzgericht worden erkend.
Hoe heeft het FG Münster geoordeeld over een kortere AfA bij verhuurde panden?
Het FG Münster stelde vermogensbeherende GmbH & Co. KG's in het gelijk die voor gebouwen uit de jaren 1920 en 1950 een kortere resterende gebruiksduur dan de wettelijke AfA van 40 respectievelijk 50 jaar claimden. Basis waren onafhankelijke marktwaardetaxaties volgens ImmoWertV, die de kortere gebruiksduur bevestigden.
Is er beroep in cassatie (Revision) toegestaan tegen de uitspraak van het FG Münster?
Nee, het FG Münster heeft de Revision niet toegelaten. Als reden werd aangevoerd dat het om individuele beslissingen gaat waarbij slechts de algemene jurisprudentie wordt toegepast.
Welke wettelijke grondslag staat een kortere AfA bij gebouwen toe?
§ 7 Abs. 4 Satz 2 EStG staat toe om in plaats van de forfaitaire AfA-percentages volgens § 7 Abs. 4 Nr. 1 en 2 EStG een kortere werkelijke gebruiksduur te hanteren. De belastingplichtige draagt daarbij de bewijslast, die hij doorgaans met een deskundigenrapport invult.