Tijdens de coronacrisis hebben naar schatting 10 miljoen werknemers loonvervangende uitkeringen (bijv. werkloosheidsuitkering, ziekengeld, ouderschapsuitkering enz.) en in het bijzonder Kurzarbeitergeld van hun werkgever ontvangen. Het BMF wijst er in zijn schrijven van 19-02-2021 op dat loonvervangende uitkeringen, evenals coronagerelateerde toeslagen van de werkgever, belastingvrij worden verstrekt. Deze inkomsten moeten echter na afloop van het kalenderjaar op grond van het Progressionsvorbehalt worden belast (§ 32 b EStG). Vanwege deze nabelasting zijn werknemers in het kalenderjaar 2020 vaak voor het eerst op grond van § 46 Abs. 2 Nr. 1 EStG verplicht tot het indienen van een belastingaangifte, omdat zij in dat jaar meer dan 410 euro Kurzarbeitergeld hebben ontvangen.
Progressionsvorbehalt op loonvervangende uitkeringen
Het Progressionsvorbehalt betreft werknemers die in het kalenderjaar 2020 loonvervangende uitkeringen op grond van § 32 b Abs. 1 Nr. 1a EStG hebben ontvangen. Voor de betrokken werknemers geldt voor de inkomsten op grond van § 32 Abs. 1 EStG een gewijzigd belastingtarief, dat wordt vastgesteld op basis van de lopende inkomsten en de loonvervangende uitkeringen. Dit gewijzigde belastingtarief wordt uiteindelijk echter uitsluitend toegepast op de lopende inkomsten en niet op de loonvervangende uitkeringen.
Werkgeverstoeslagen op het Kurzarbeitergeld
De coronagerelateerde toeslagen van sommige werkgevers in de periode van 01-03-2020 tot 31-12-2021 zijn in beginsel belastingvrij. Wel dient hierbij in acht te worden genomen of de werknemer door de toekenning van Kurzarbeitergeld en toeslagen meer dan 80% van zijn oorspronkelijke loon ontvangt. Indien de werknemer meer dan 80% ontvangt, moet deze toeslag met terugwerkende kracht worden belast.
Tegemoetkoming voor werkgevers bij de sociale lasten
Naast de werknemers kunnen ook werkgevers bij het verstrekken van loonvervangende uitkeringen een vergoeding ontvangen voor de sociale lasten. Het werkgeversaandeel in de sociale lasten over uitgevallen arbeidsuren van werknemers wordt in het kader van de coronasteunpakketten vergoed.
Rekenvoorbeelden voor de belastingaangifte 2020
Een ongehuwde werknemer A zonder kinderen ontvangt in beginsel een brutoloon van € 3.200 per maand. A heeft in het kalenderjaar 2020 gedurende 9 maanden voor 50% Kurzarbeit gehad.
Maanden 1-3: € 530,80 (60 procent van het nettoloonverschil) x 3 maanden
€ 1.592,40
Maanden 4-6: € 619,27 (70 procent van het nettoloonverschil) x 3 maanden
€ 1.857,81
Maanden 7-9: € 707,74 (80 procent van het nettoloonverschil) x 3 maanden
€ 2.123,22
= Kurzarbeitergeld over het jaar 2020
€ 5.573,43
Eerst wordt de inkomstenbelasting over het lopende inkomen (zonder Kurzarbeitergeld) voor het kalenderjaar 2020 berekend:
Berekening:
3 × € 3.200 + 9 × € 1.600 = € 24.000
De inkomstenbelasting over € 24.000 = € 3.432 (14,3%).
Vervolgens wordt de inkomstenbelasting over de totale inkomsten in 2020 berekend:
Belastbaar inkomen
€ 24.000
Kurzarbeitergeld Kurzarbeitergeld
€ 5.573,43
Fictief belastbaar inkomen
€ 29.573,43
De inkomstenbelasting over € 29.573,43 = € 5.057 (17,1%).
Daarna moet het nieuwe belastingtarief op de lopende inkomsten (zonder Kurzarbeitergeld) worden toegepast:
Belastbaar inkomen
€ 24.000
Inkomstenbelasting 17,1%
€ 4.104
Tot slot moet het verschil tussen de reeds ingehouden inkomstenbelasting en de nog verschuldigde belasting worden berekend:
€ 4.104 − € 3.432 = € 672 nabetaling.
Veelgestelde vragen
Veelgestelde vragen
Wie is voor 2020 vanwege Kurzarbeitergeld verplicht tot het indienen van een inkomstenbelastingaangifte?
Werknemers die in kalenderjaar 2020 meer dan 410 euro aan loonvervangende uitkeringen zoals Kurzarbeitergeld, werkloosheidsuitkering, ziekengeld of ouderschapsuitkering hebben ontvangen, zijn op grond van § 46 Abs. 2 Nr. 1 EStG verplicht een inkomstenbelastingaangifte in te dienen. Door de coronagerelateerde periodes van werktijdverkorting geldt deze verplichting voor veel werknemers voor het eerst.
Welk effect heeft het progressievoorbehoud op loonvervangende uitkeringen?
Loonvervangende uitkeringen zijn op grond van § 32b Abs. 1 Nr. 1a EStG zelf belastingvrij, maar verhogen het belastingtarief dat op de overige belastbare inkomsten wordt toegepast. Hiervoor wordt een fictief belastbaar inkomen inclusief de loonvervangende uitkeringen berekend; het daaruit resulterende gemiddelde belastingtarief wordt vervolgens uitsluitend op de lopende inkomsten toegepast. Dit leidt regelmatig tot belastingnabetalingen.
Zijn werkgeverstoeslagen op de Kurzarbeitergeld (Duitse werktijdverkortingsuitkering) belastingvrij?
Werkgeverstoeslagen op de Kurzarbeitergeld zijn in de periode van 01.03.2020 tot en met 31.12.2021 in beginsel belastingvrij. Overschrijden de Kurzarbeitergeld en de toeslag samen echter 80 procent van het oorspronkelijke loon, dan moet het meerdere met terugwerkende kracht worden belast. Ongeacht dit vallen de toeslagen onder het Progressionsvorbehalt (progressievoorbehoud).
Worden sociale lasten bij werktijdverkorting aan werkgevers vergoed?
Ja, in het kader van de coronasteunpakketten wordt het werkgeversaandeel in de sociale premies vergoed voor de arbeidsuren die door werktijdverkorting (Kurzarbeit) wegvallen. Dit ontlast werkgevers naast de loonvervangende uitkering aan de werknemers.
Hoe wordt de fiscale nabetaling bij Kurzarbeitergeld onder het progressievoorbehoud berekend?
Eerst wordt de inkomstenbelasting over het lopende inkomen zonder Kurzarbeitergeld bepaald. Vervolgens wordt een fictief inkomen inclusief Kurzarbeitergeld berekend en het daaruit voortvloeiende hogere gemiddelde belastingtarief toegepast op het werkelijke belastbaar inkomen. Het verschil tussen dit bedrag en de reeds ingehouden loonbelasting vormt de nabetaling – bijvoorbeeld 672 euro bij 24.000 euro inkomen plus 5.573 euro Kurzarbeitergeld.