Kennis

Nieuwe richtlijnen voor minibanen 2021

De koepelorganisaties van de sociale verzekeringen hebben op 26-07-2021 de herziene richtlijn voor minibanen 2021 (Geringfügigkeits-Richtlinie) gepubliceerd, die sinds 01-08-2021 van kracht is. De richtlijn vormt een leidraad voor werkgevers en loonadministrateurs en

2 min leestijdBijgewerkt: 2021-08-09Aanbevolen

De koepelorganisaties van de sociale verzekeringen hebben op 26-07-2021 de herziene richtlijn voor minibanen 2021 (Geringfügigkeits-Richtlinie) gepubliceerd, die sinds 01-08-2021 van kracht is. De richtlijn vormt een leidraad voor werkgevers en loonadministrateurs en licht toe welke wettelijke regelingen (verzekerings-, premie- en aanmeldingsrechten) bij minibanen van toepassing zijn.

Definitie: minibaan oftewel geringfügig Beschäftigte (werknemers met een minibaan)

De minibaan beschrijft een bijzondere arbeidsverhouding die door enkele wettelijke voorwaarden wordt begrensd. Zo mag de beloning voor werknemers met een minibaan niet hoger zijn dan € 450 (§ 8 Abs. 1 Nr. 1 SGB IV). Daarnaast is de arbeidsinzet beperkt tot 3 maanden of 70 werkdagen per kalenderjaar (§ 8 Abs. 1 Nr. 2 SGB IV).

Belangrijkste wijzigingen in de richtlijn voor minibanen

  1. Verhoging van de forfaits voor instructeurs en vrijwilligers

Reeds vanaf begin 2021 zijn de fiscale vrijstellingen voor instructeurs en vrijwilligers verhoogd van € 2.400 (2020) respectievelijk € 720 (2020) naar € 3.000 respectievelijk € 840 in 2021.

  • Vrijstelling van de pensioenverzekeringsplicht voor minibanen

Nieuw is ook de regeling dat de vrijstelling van de pensioenverzekeringsplicht voor werknemers met een minibaan geldt gedurende de gehele periode dat zij een minibaan uitoefenen en pas bij beëindiging van deze arbeidsverhouding vervalt. In de praktijk is het daardoor niet relevant of de minibaan wordt onderbroken door loonvervangende uitkeringen (bijv. Kurzarbeitergeld enz.) of ouderschapsverlof, zolang het dienstverband voortduurt. Ook in deze gevallen is de werknemer met een minibaan vrijgesteld van de pensioenverzekeringsplicht.

  • Nieuwe regels voor tijdsgrenzen bij minibanen

Er zijn eveneens wijzigingen aangebracht in de toepassing van de tijdsgrenzen volgens § 8 Abs. 1 Nr. 2 SGB IV. Vóór de wijziging gold ofwel de grens van 3 maanden ofwel die van 70 werkdagen. De grens werd bepaald aan de hand van de vraag of de minibaner 5 dagen per week werkte (dan grens van 3 maanden) of minder dan 5 dagen per week (dan 70 werkdagen). Het BSG heeft nu besloten dat de 3 maanden en de 70 werkdagen als gelijkwaardige alternatieven gelden, zodat in de praktijk in het concrete geval beide grenzen voor een minibaner moeten worden getoetst, ongeacht zijn wekelijkse arbeidstijd. Bij de berekening van de arbeidstijd voor een werknemer met een minibaan moet er rekening mee worden gehouden dat bij uitoefening van meerdere minibanen de arbeidstijden worden samengeteld. Verder is voor de berekening van de 3 maanden bepalend dat een kalendermaand als 30 dagen wordt aangemerkt en dat bij overige deelmaanden de werkelijke kalenderdagen moeten worden gehanteerd.

  • Tijdsgrens volgens § 8 Abs. 1 Nr. 2 SGB IV verhoogd

Tijdens de coronapandemie zijn de tijdsgrenzen voor minibaners verhoogd naar 4 maanden respectievelijk 102 werkdagen. Deze wijziging geldt tussen 01-06-2021 en 31-10-2021.

Veelgestelde vragen

Veelgestelde vragen

  • Welke verdienstgrens geldt voor een Minijob volgens § 8 Abs. 1 Nr. 1 SGB IV?

    Een gering bezoldigde dienstbetrekking (Minijob) is er sprake van wanneer het arbeidsloon regelmatig niet hoger is dan € 450 per maand. Wordt deze grens overschreden, dan is er geen sprake meer van een Minijob, maar van een sociaalverzekeringsplichtige dienstbetrekking.

    Permalink naar de vraag

  • Hoe hoog zijn de Übungsleiter- en Ehrenamtspauschale sinds 2021?

    Sinds 01-01-2021 bedraagt het belastingvrije Übungsleiterfreibetrag (vrijstelling voor instructeurs) € 3.000 per jaar (voorheen € 2.400) en de Ehrenamtspauschale (forfait voor vrijwilligerswerk) € 840 per jaar (voorheen € 720). Tot deze bedragen blijven de betreffende inkomsten vrij van belasting en sociale premies.

    Permalink naar de vraag

  • Blijft de vrijstelling van de pensioenverzekeringsplicht bestaan bij onderbreking van de minijob?

    Ja, een eenmaal verleende vrijstelling van de pensioenverzekeringsplicht geldt voor de volledige duur van de minijob en eindigt pas met de beëindiging van het dienstverband. Onderbrekingen door ouderschapsverlof of loonvervangende uitkeringen zoals Kurzarbeitergeld doen geen afbreuk aan de vrijstelling, zolang het dienstverband blijft bestaan.

    Permalink naar de vraag

  • Hoe moeten de tijdgrenzen voor kortdurende minibanen volgens de BSG-rechtspraak worden toegepast?

    Het Bundessozialgericht heeft beslist dat de grenzen van 3 maanden en 70 werkdagen als gelijkwaardige alternatieven gelden – ongeacht de wekelijkse arbeidstijd. In de praktijk moeten beide tijdgrenzen worden getoetst. Bij meerdere minibanen worden de arbeidstijden bij elkaar opgeteld; voor de berekening van de 3 maanden geldt een volle kalendermaand als 30 dagen.

    Permalink naar de vraag

  • Welke verhoogde tijdsgrenzen gelden voor kortdurende minibanen tijdens de coronapandemie in 2021?

    Van 01-06-2021 tot 31-10-2021 werden de tijdsgrenzen voor kortdurende arbeid tijdelijk verhoogd naar 4 maanden respectievelijk 102 werkdagen. Buiten deze periode gelden weer de reguliere grenzen van 3 maanden respectievelijk 70 werkdagen volgens § 8 Abs. 1 Nr. 2 SGB IV.

    Permalink naar de vraag

Terug naar overzicht