Ter ontlasting van alle inkomensgroepen is de forfaitaire kilometeraftrek vanwege de gestegen mobiliteitskosten vanaf 2021 verhoogd. Volgens een nieuw wetsontwerp van het Bundeswirtschaftsministerium zal deze in 2022 zelfs verder stijgen. De verhoogde forfaitaire pendelaarsaftrek is in beginsel positief te beoordelen, omdat met name forensen door een hogere aftrek van beroepskosten hun inkomstenbelastingdruk kunnen verlagen. Nadelen ontstaan alleen bij personen van wie het belastbaar inkomen onder de heffingsvrije voet (in 2022: 9.984 €) ligt, aangezien zij geen inkomstenbelasting betalen. Als gevolg daarvan hebben de verhoogde beroepskosten geen ontlastend effect. Juist deze inkomensgroepen worden echter door de gestegen energieprijzen bijzonder zwaar belast. Om dit probleem aan te pakken heeft de fiscus de mobiliteitspremie ingevoerd.
Voorwaarden voor de mobiliteitspremie
In beginsel dient er sprake te zijn van een onbeperkte of beperkte inkomstenbelastingplicht in Duitsland op grond van § 1 EStG. Voorts moet het gaan om een forens die ten minste 21 kilometer aflegt tussen zijn woning en de eerste arbeidsplaats. Bovendien moet het belastbaar inkomen (na aftrek van beroepskosten, bijzondere uitgaven enz.) onder de heffingsvrije voet liggen.
Berekening van de mobiliteitspremie – werknemers
Grondslag vormt de verhoogde forfaitaire kilometeraftrek vanaf de 21e kilometer (in 2021 0,35 €; in 2022 naar verwachting: 0,38 €), omdat juist hier een benadeling van de lagere inkomensgroepen wordt vermoed. De verhoogde forfaitaire kilometeraftrek wordt vervolgens vermenigvuldigd met de gereden kilometers boven de 21e kilometer en met het aantal dagen waarop dit traject is afgelegd. Het product wordt daarna vergeleken met het verschil tussen het belastbaar inkomen en de heffingsvrije voet. Is het product van de verhoogde forfaitaire kilometeraftrek hoger, dan wordt dit als grondslag voor de mobiliteitspremie gebruikt. Wanneer het verschil tussen het belastbaar inkomen en de heffingsvrije voet hoger is, vormt dit de grondslag. Tot slot wordt het vastgestelde bedrag verrekend met de mobiliteitspremie van 14 %. De hoogte van het percentage komt overeen met het aanvangstarief in het inkomstenbelastingtarief, waardoor in deze inkomensklasse een vergelijkbaar effect als bij een aftrek van beroepskosten moet worden bereikt. De mobiliteitspremie wordt echter alleen toegekend wanneer de totale beroepskosten in het aanslagjaar het forfaitaire bedrag voor beroepskosten van 1.000 € overschrijden.
Doordat veel afzonderlijke factoren in aanmerking worden genomen, is de berekening van de mobiliteitspremie zeer complex. Daarom hanteren wij ter verdere toelichting enkele voorbeelden:
Voorbeeld 1:
Een werkneemster rijdt in 2021 op 150 dagen van haar woning naar de eerste arbeidsplaats. De enkele afstand bedraagt 45 km. De overige beroepskosten in 2021 bedragen 600 € en het belastbaar inkomen 7.500 €.
Berekening van de beroepskosten
Bedrag
150 werkdagen * 20 km * 0,30 EUR (voor de eerste 20 km)
900 EUR
150 werkdagen * 25 km * 0,35 EUR (vanaf 21e km)
1.312,50 EUR
overige beroepskosten
600 EUR
Totaal
2.812,50 EUR
Na aftrek van het forfaitaire bedrag voor beroepskosten blijft dus 1.812,50 € over.
Van de berekende som van de beroepskosten heeft 1.312,50 € betrekking op de verhoogde forfaitaire kilometeraftrek. Het belastbaar inkomen overschrijdt de heffingsvrije voet in 2021 (9.744 €) met 2.244 €. De verhoogde forfaitaire kilometeraftrek van 1.312,50 € ligt dus onder het verschil tussen het belastbaar inkomen en de heffingsvrije voet en heeft tot dit bedrag niet tot een fiscale ontlasting geleid.
De berekeningsgrondslag voor de mobiliteitspremie is bijgevolg de verhoogde forfaitaire kilometeraftrek.
1.312,50 € * 14 % = 183,75 €
Voorbeeld 2:
Een werkneemster rijdt in 2021 op 150 dagen van haar woning naar de eerste arbeidsplaats. De enkele afstand bedraagt 45 km. De overige beroepskosten in 2021 bedragen 600 € en het belastbaar inkomen 9.000 €.
Berekening van de beroepskosten
Bedrag
150 werkdagen * 20 km * 0,30 EUR (voor de eerste 20 km)
900 EUR
150 werkdagen * 25 km * 0,35 EUR (vanaf 21e km)
1.312,50 EUR
overige beroepskosten
600 EUR
Totaal
2.812,50 EUR
Na aftrek van het forfaitaire bedrag voor beroepskosten blijft dus 1.812,50 € over.
Van de berekende som van de beroepskosten heeft 1.312,50 € betrekking op de verhoogde forfaitaire kilometeraftrek. Het belastbaar inkomen overschrijdt de heffingsvrije voet in 2021 (9.744 €) met 744 €. De verhoogde forfaitaire kilometeraftrek van 1.312,50 € ligt dus boven het verschil tussen het belastbaar inkomen en de heffingsvrije voet.
De berekeningsgrondslag voor de mobiliteitspremie is bijgevolg het verschil tussen het belastbaar inkomen en de heffingsvrije voet.
744 € * 14 % = 104,16 €
Aanvraag en vaststelling van de mobiliteitspremie
De mobiliteitspremie wordt op aanvraag door het Finanzamt toegekend. De aanvraag moet worden ingediend in de eerste vier kalenderjaren volgend op het kalenderjaar waarin aanspraak op de mobiliteitspremie wordt gemaakt. Het aanvraagformulier is te vinden in de belastingaangifte onder Mobilitätsprämie 2021 en kan samen met de aangifte inkomstenbelasting worden ingediend. De mobiliteitspremie wordt alleen vastgesteld wanneer deze hoger uitvalt dan 10 €.
Veelgestelde vragen
Veelgestelde vragen
Wat is de Mobilitätsprämie en voor wie is deze in het leven geroepen?
De Mobilitätsprämie is een overheidstegemoetkoming voor forenzen met een laag inkomen, van wie het belastbaar inkomen onder de belastingvrije voet ligt (2022: 9.984 €). Omdat deze personen geen inkomstenbelasting betalen, zou de verhoogde reiskostenforfait (Entfernungspauschale) voor hen geen ontlastend effect hebben. De Mobilitätsprämie biedt hier een compensatie, zodat ook lagere inkomens profiteren van de verhoogde Pendlerpauschale.
Aan welke voorwaarden moet zijn voldaan om in aanmerking te komen voor de mobiliteitspremie?
Er moet sprake zijn van een onbeperkte of beperkte inkomstenbelastingplicht volgens § 1 EStG in Duitsland. De aanvrager moet forens zijn en minimaal 21 kilometer enkele reisafstand tussen woning en eerste werkplek afleggen. Daarnaast moet het belastbaar inkomen na aftrek van werbungskosten en bijzondere lasten onder het belastingvrije basisbedrag liggen, en moeten de werbungskosten in totaal het forfait van € 1.000 overschrijden.
Hoe wordt de mobiliteitspremie berekend?
Grondslag is de verhoogde forfaitaire kilometervergoeding vanaf de 21e kilometer (2021: 0,35 €/km; 2022: naar verwachting 0,38 €/km), vermenigvuldigd met de extra kilometers en de werkdagen. Dit product wordt vergeleken met het verschil tussen het belastingvrije basisbedrag (Grundfreibetrag) en het belastbaar inkomen; de laagste van beide waarden vormt de grondslag. Hierover wordt 14 % (gelijk aan het aanvangstarief inkomstenbelasting) als premie toegekend.
Hoe en wanneer wordt de mobiliteitspremie bij het Finanzamt aangevraagd?
De mobiliteitspremie wordt op aanvraag door het Finanzamt toegekend; het bijbehorende formulier maakt deel uit van de inkomstenbelastingaangifte en kan samen daarmee worden ingediend. De aanvraag moet worden ingediend binnen de eerste vier kalenderjaren na het jaar waarvoor de premie wordt geclaimd. Vaststelling vindt alleen plaats wanneer de berekende premie hoger is dan € 10.
Vanaf welke kilometer geldt de verhoogde forfaitaire afstandsvergoeding voor de mobiliteitspremie?
De verhoogde forfaitaire afstandsvergoeding geldt vanaf de 21e afstandskilometer en bedraagt in 2021 € 0,35 per kilometer, in 2022 naar verwachting € 0,38 per kilometer. Voor de eerste 20 kilometer geldt nog steeds het reguliere tarief van € 0,30/km. Alleen het verhoogde forfait vanaf de 21e kilometer vormt de basis voor de berekening van de mobiliteitspremie.