Het privégebruik van een bedrijfsauto kan worden vastgesteld via de forfaitaire methode (ook wel 1%-regeling genoemd) of via de rittenregistratiemethode. Vooral wanneer het voertuig niet veel privé wordt gebruikt of wanneer een nauwkeurige bepaling van het privé- en zakelijke gebruik gewenst is, kan de rittenregistratiemethode voordelen bieden.
Een rittenregistratie wordt echter alleen als correct en daarmee fiscaal aanvaardbaar erkend wanneer alle kosten afzonderlijk en met bewijsstukken kunnen worden aangetoond. Een loutere schatting van uitgaven waarvoor geen bewijsstukken zijn (bijvoorbeeld voor het brandstofverbruik) sluit toepassing van de rittenregistratiemethode voor de berekening van het privégebruik uit – zo heeft de BFH eind 2022 beslist. Wordt de rittenregistratiemethode niet erkend, dan resteert in zoverre alleen de mogelijk ongunstigere forfaitaire berekening. Hierbij moet per maand 1% van de bruto-catalogusprijs van het voertuig in aanmerking worden genomen; daarnaast moet voor de enkele reisafstand tussen woning en eerste werkplek 0,03% van de bruto-catalogusprijs per afstandskilometer worden meegerekend.
Veelgestelde vragen
Veelgestelde vragen
Welke methoden bestaan er voor de belastingheffing op het privégebruik van een bedrijfswagen?
Het privégebruik van een bedrijfswagen kan ofwel forfaitair via de 1%-regeling ofwel via de rittenregistratiemethode worden belast. De rittenregistratiemethode kan met name voordelig zijn wanneer het voertuig slechts in beperkte mate privé wordt gebruikt of wanneer een nauwkeurige verdeling van de gebruiksaandelen gewenst is.
Aan welke voorwaarden moet een correct rittenboek voldoen?
Voor fiscale erkenning van een rittenboek moeten alle kosten van het voertuig afzonderlijk en met bewijsstukken worden aangetoond. Loutere schattingen van afzonderlijke kostenposten – bijvoorbeeld voor het brandstofverbruik – zijn niet toegestaan en leiden tot verwerping van de rittenboekmethode.
Wat heeft de BFH eind 2022 beslist over de schatting van kosten bij het rittenboek?
De Bundesfinanzhof (BFH) heeft eind 2022 beslist dat een schatting van niet door bewijsstukken onderbouwde uitgaven de toepassing van de rittenboekmethode uitsluit. In dat geval moet het privégebruik verplicht volgens de forfaitaire 1%-regeling worden vastgesteld.
Hoe wordt het privégebruik volgens de 1%-regeling berekend?
Bij de forfaitaire methode wordt per maand 1% van de bruto-cataloguswaarde van het voertuig als geldelijk voordeel in aanmerking genomen. Daarnaast wordt voor ritten tussen woning en eerste werkplek per afstandskilometer 0,03% van de bruto-cataloguswaarde per maand meegerekend.
Welke gevolgen heeft een niet erkend Fahrtenbuch voor de belastingplichtige?
Wordt het Fahrtenbuch door het Finanzamt niet erkend, dan blijft alleen de forfaitaire bepaling volgens de 1%-regeling over. Deze kan juist bij gering privégebruik aanzienlijk ongunstiger uitvallen dan de werkelijke kostenberekening via een Fahrtenbuch.