Achtergrond: in beginsel worden minderheidsaandeelhouders (dat wil zeggen bijvoorbeeld aandeelhouders van een GmbH met een belang van minder dan 50%) aangemerkt als in loondienst werkzaam en zijn daarmee ook sociaal verzekeringsplichtig.
Voor zover hierop uitzonderingen gelden, moeten deze in de statuten worden vastgelegd.
Volgens een zeer recent vonnis van het Sozialgericht Reutlingen van 28-06-2016, AZ S 8 R 1775/14, heeft dit gerecht nu beslist dat de volgende afspraak voldoende is om tot voldoende onafhankelijkheid van instructies te komen en daarmee tot een arbeidsverhouding die niet onder de sociale verzekeringsplicht valt:
In de onderhavige casus was sprake van een standaardgeval, dat wil zeggen dat in de statuten was geregeld dat besluiten van de vennootschap met gewone meerderheid moesten worden genomen.
In afwijking daarvan hadden de aandeelhouders echter afgesproken dat wijzigingen van de bestuurdersovereenkomst of het ontslag van de bestuurder daarnaast de instemming van de betrokken aandeelhouder-bestuurder vereisten.
Vanwege deze aanvullende afspraak gaat het SG Reutlingen ervan uit dat er daarmee geen sprake meer is van een arbeidsverhouding in loondienst en dat er voldoende onafhankelijkheid van instructies van de betrokken aandeelhouder-bestuurder bestaat. Daarmee werd het dienstverband aangemerkt als niet onderworpen aan de sociale verzekeringsplicht.
Veelgestelde vragen
Veelgestelde vragen
Zijn minderheidsaandeelhouder-bestuurders van een GmbH socialezekerheidsplichtig?
In beginsel wel. Aandeelhouders met een belang van minder dan 50% in een GmbH worden beschouwd als in loondienst en vallen daarmee onder de socialezekerheidsplicht. Uitzonderingen zijn alleen mogelijk wanneer in de statuten passende bepalingen zijn opgenomen die voldoende vrijheid van instructie waarborgen.
Hoe kan een minderheidsaandeelhouder-bestuurder worden vrijgesteld van de sociale verzekeringen?
Door in de statuten een bijzondere regeling op te nemen die hem voldoende vrijheid van instructies geeft. Gebruikelijk is bijvoorbeeld een afspraak waarbij wijzigingen van zijn arbeidsovereenkomst of zijn ontslag alleen met zijn eigen instemming mogelijk zijn. Daardoor kan hij besluiten die in zijn nadeel zijn, blokkeren.
Welke concrete clausule heeft het SG Reutlingen als voldoende voor instructievrijheid erkend?
Het Sozialgericht Reutlingen (uitspraak van 28-06-2016, AZ S 8 R 1775/14) achtte een afspraak voldoende waarbij wijzigingen van de arbeidsovereenkomst van de bedrijfsleider alsook het ontslag van de bedrijfsleider aanvullend de instemming van de betrokken vennoot-bedrijfsleider vereisen. Deze aanvullende regeling, naast de gewone meerderheid bij overige besluiten, was voldoende om een afhankelijk dienstverband uit te sluiten.
Volstaat een schuldrechtelijke nevenafspraak tussen de aandeelhouders voor de vrijstelling van sociale verzekeringen?
Nee, de blokkerende regeling moet in de statuten (Gesellschaftsvertrag) zelf zijn opgenomen. Alleen dan heeft zij de vereiste vennootschapsrechtelijke werking die nodig is om voldoende vrijheid van instructie aan te nemen en daarmee de vrijstelling van sociale verzekeringen voor de bestuurder te onderbouwen.
Welke gevolgen heeft de classificatie als socialezekerheidsvrije arbeidsverhouding?
Voor de arbeidsverhouding zijn geen premies voor de wettelijke pensioen-, ziektekosten-, zorg- en werkloosheidsverzekering verschuldigd. De bestuurder moet zelf zorgen voor zijn oudedagsvoorziening en ziektekostenverzekering, maar hoeft daar tegenover geen verplichte premies te betalen. Belangrijk is een voorafgaande statusvaststelling bij de Deutsche Rentenversicherung Bund om rechtszekerheid te verkrijgen.