
De Bundesfinanzhof (BFH) heeft opnieuw bevestigd, AZ VI R 71/12, dat voor het gebruik van een dienstauto geen in geld waardeerbaar voordeel uit privégebruik hoeft te worden belast, wanneer de werkgever het privégebruik van de auto heeft verboden. In deze gevallen mag de Belastingdienst dus geen privégebruik vaststellen. Achtergrond: in beginsel moet een werknemer die een door de werkgever ter beschikking gestelde dienstauto ook voor privéritten gebruikt, een in geld waardeerbaar voordeel belasten. Dit wordt ofwel aan de hand van een rittenregistratie ofwel forfaitair via de zogenoemde 1%-regeling in de loonheffing betrokken. Volgens de BFH is dit gebruik echter alleen aan loonbelasting onderworpen wanneer de werkgever privéritten toestaat. Heeft de werkgever een verbod opgelegd om de auto privé te gebruiken, dan is er volgens de BFH geen sprake van looncomponent. Daarmee wordt het voordeel dus niet als arbeidsloon aangemerkt. Indien de werknemer de auto ondanks het verbod privé gebruikt, heeft ook dit volgens de BFH geen looncomponent. Onze Rechtsanwälte (Duitse advocaat) verzorgen graag de overeenkomsten voor u, want zij weten hoe de formuleringen moeten worden ingericht.
Veelgestelde vragen
Veelgestelde vragen
Moet het privégebruik van een bedrijfsauto worden belast als de werkgever dit heeft verboden?
Nee. De BFH heeft met arrest VI R 71/12 bevestigd dat er geen belastbaar voordeel voor privégebruik in aanmerking hoeft te worden genomen wanneer de werkgever het privégebruik van de bedrijfsauto uitdrukkelijk heeft verboden. In dergelijke gevallen mag de Belastingdienst geen privégebruik forfaitair veronderstellen en belasten.
Hoe wordt het belastbare voordeel uit het privégebruik van een bedrijfswagen in beginsel bepaald?
Gebruikt een werknemer een hem ter beschikking gestelde bedrijfswagen ook privé, dan moet hij het belastbare voordeel via de loonbelasting afdragen. De berekening vindt plaats hetzij via een correct bijgehouden rittenregistratie, hetzij forfaitair via de 1%-regeling, waarbij maandelijks 1% van de Duitse bruto-cataloguswaarde wordt aangezet.
Welke fiscale gevolgen heeft het wanneer een werknemer ondanks een verbod de bedrijfsauto privé gebruikt?
Volgens de opvatting van de BFH heeft een privégebruik in strijd met het verbod geen looncomponent. Het voordeel wordt dus niet als arbeidsloon aangemerkt en is daarmee niet onderworpen aan loonbelasting. Voorwaarde is echter dat het verbod op privégebruik serieus is uitgesproken.
Waar moet bij de arbeidsrechtelijke regeling van een verbod op privégebruik op worden gelet?
Opdat de Duitse Belastingdienst (Finanzamt) het verbod op privégebruik erkent, moet dit duidelijk, ondubbelzinnig en aantoonbaar zijn geformuleerd. Een zorgvuldige schriftelijke overeenkomst tussen werkgever en werknemer is daarom essentieel om de fiscale voordelen van deze jurisprudentie veilig te kunnen stellen.