
Houdt het Bundesverfassungsgericht bezig: zijn de erfbelastingrechtelijke tegemoetkomingen voor ondernemingsvermogen ongrondwettelijk? © Matthias Cantow CC 3.0 / wikipedia.de
Een uitspraak van het Bundesverfassungsgericht (BVerfG) wordt nog in 2014 verwacht. Volgens het Bundesfinanzhof (BFH) zijn de vrijstellingen in de Erbschaftsteuergesetz voor ondernemingsvermogen ongrondwettelijk. Om die reden heeft de Duitse Belastingdienst voor alle openstaande belastingzaken met peildatum vanaf 01-01-2009 bepaald dat de belasting in de aanslagen alleen nog voorlopig mag worden vastgesteld. Het BFH heeft het Bundesverfassungsgericht verzocht om uitspraak (beschikking van 27-09-2012, Az. II R 9/11) of de erfbelastingrechtelijke tegemoetkomingen voor ondernemingsvermogen verenigbaar zijn met het gelijkheidsbeginsel van de Duitse Grondwet, omdat dergelijke vrijstellingen voor privévermogen ontbreken. De definitieve beslissing van het BVerfG wordt nog dit jaar verwacht. Velen maken zich nu zorgen over reeds overgedragen ondernemingsvermogen onder de nieuwe regeling: wat is te verwachten? Welke gevolgen kan de uitspraak hebben? Bestaat er op korte termijn handelingsnoodzaak vóór bekendmaking van de uitspraak van het Bundesverfassungsgericht? Wat geldt voor reeds verrichte overdrachten van ondernemingsvermogen?
- Onherroepelijke belastingaanslagen: aanslagen die reeds onherroepelijk en daarmee niet meer wijzigbaar zijn, blijven met de tegemoetkomingen ongewijzigd in stand.
- Belastingaanslagen met voorbehoud: door de Belastingdienst voorlopig vastgestelde aanslagen (§ 164 AO) of aanslagen die op dit punt voorlopig zijn vastgesteld (§ 165 AO), kunnen na de uitspraak — ook na het oordeel van het gerecht — met betrekking tot reeds overgedragen ondernemingsvermogen nog volledig worden gewijzigd.
Wordt het geldende erfbelastingrecht echter ongrondwettelijk verklaard, dan kan het gerecht de wettelijke bepalingen nietig verklaren. Daarmee zouden alle voorlopige belastingvaststellingen door de Belastingdienst weer moeten worden opgeheven en zouden tegelijk geen nieuwe belastingen kunnen worden vastgesteld, omdat er geen rechtsgeldige wet meer zou zijn. De wetgever zou niet met terugwerkende kracht een nieuwe wettelijke regeling ten nadele van belastingplichtigen kunnen invoeren, omdat dat grondwettelijk niet is toegestaan = vertrouwensbescherming. Wat geldt als het constitutionele hof het geldende erfbelastingrecht grondwettelijk acht? Acht het BVerfG de huidige Erbschaftsteuergesetz grondwettelijk, dan mag in logische consequentie verder gebruik worden gemaakt van de vrijstellingsregelingen voor ondernemingsvermogen. Maar: aanslagen die onder voorbehoud van nacontrole zijn vastgesteld, worden dan niet automatisch definitief. Belastingplichtigen wordt daarom geadviseerd bij dergelijke aanslagen een verzoek om definitiefverklaring in te dienen, omdat deze daarmee op geen enkel punt meer wijzigbaar zouden zijn. Wat geldt voor zaken die al bij de Belastingdienst zijn ingediend, maar nog niet zijn aangeslagen, dus waarvoor nog geen aanslag is opgelegd? Verklaart het BVerfG het geldende recht grondwettelijk, dan worden de zaken volgens de geldende vrijstellingsregels voor ondernemingsvermogen aangeslagen. Wordt het geldende erfbelastingrecht daadwerkelijk nietig verklaard, dan zouden de zaken door de Belastingdienst niet meer mogen worden aangeslagen, wat zou betekenen dat geen belasting mag worden vastgesteld. Waarschijnlijker is echter dat het BVerfG de onverenigbaarheid van het geldende recht met het gelijkheidsbeginsel zal uitspreken en de Duitse wetgever daarmee gedwongen wordt binnen een bepaalde termijn een grondwetsconforme nieuwe regeling op te stellen. Komt het tot deze oplossing, dan blijven alle belastingvaststellingen voorlopig.

Misschien wordt hier de uitspraak gedaan: blik in de zittingszaal van het Bundesverfassungsgericht op de tijdelijke zetel, © Erol Pohlreich, CC 2.0 / flickr.com
Hoe zal het BVerfG beslissen en wat moet eventueel nog vóór de uitspraak worden gedaan? Het antwoord kent op dit moment helaas niemand. Wij hebben ons echter beziggehouden met mogelijke uitspraken van het gerecht en daarvoor handelingsaanbevelingen voorbereid. Mogelijk zou het BVerfG de onverenigbaarheid van het erfbelastingrecht met het gelijkheidsbeginsel kunnen uitspreken. Dat achten wij zelfs niet geheel onwaarschijnlijk. In dat geval zou de wetgever binnen een bepaalde termijn een nieuwe wettelijke regeling moeten vaststellen. Aanslagen die onder voorbehoud zijn vastgesteld, worden niet automatisch definitief. Maar: geen reden tot zorg: een wijziging van reeds opgelegde aanslagen ten nadele van de belastingplichtige zou eveneens niet toegestaan zijn. Onze handelingsaanbeveling: vraag bij de Belastingdienst aan dat de aanslag definitief wordt verklaard. Wat geldt voor (openstaande) zaken die vóór de uitspraak al bij de Belastingdienst zijn ingediend maar nog niet zijn aangeslagen, d.w.z. waarvoor nog geen aanslag is opgelegd? Wordt het geldende recht grondwettelijk verklaard, dan blijven de vrijstellingsregels voor ondernemingsvermogen ongewijzigd; beslist het gerecht dat het bestaande recht geldt totdat een nieuwe regeling is getroffen, dan blijft het geldende recht eveneens zo lang van kracht. Beslist het BVerfG echter dat het geldende recht nietig is, dan zou aanslagoplegging in de openstaande zaken niet meer mogelijk zijn. Daarmee zouden deze zaken in logische consequentie belastingvrij blijven. Indien het huidige erfbelastingrecht nietig wordt verklaard: wat geldt dan voor zaken die na de uitspraak van het BVerfG, maar vóór de inwerkingtreding van een nieuwe Erbschaftsteuergesetz plaatsvinden? In dat geval zou een volledig belastingvrije overdracht van ondernemingsvermogen mogelijk zijn. Wij achten het echter waarschijnlijker dat het gerecht enkel een onverenigbaarheid van de huidige Erbschaftsteuergesetz met de Duitse Grondwet uitspreekt en tot een nieuwe regeling het oude recht laat doorwerken. Daarmee zou het tot de inwerkingtreding van een nieuwe wet mogelijk zijn ondernemingsvermogen verder over te dragen volgens de thans geldende vrijstellingsregels. Definitieve aanslagen zouden dan alleen kunnen worden opgelegd zolang het oude recht geldt. Welke nadelen zijn voor de belastingplichtigen te vrezen? In het algemeen geldt: wijzigingen van definitieve aanslagen zijn niet meer mogelijk. Daarom kan men in alle gevallen het beste verzoeken de aanslagen definitief te laten vaststellen. Wijzigingen van voorlopige aanslagen ten nadele van de belastingplichtige zijn niet mogelijk. Alleen wijzigingen ten gunste van de belastingplichtige zijn toegestaan. Komt er dus een nieuwe wettelijke regeling, dan kunnen voor de belastingplichtige met betrekking tot tussentijdse overdrachten met terugwerkende kracht geen nadelen ontstaan. Iedereen die overweegt ondernemingsvermogen over te dragen, zou dit zo mogelijk nog vóór de uitspraak van het BVerfG moeten doen, omdat men op dit moment nog van de vrijstellingsregels kan profiteren. Maar: de tijd dringt, men moet zich haasten. Per saldo zouden voor de belastingplichtige alleen nadelen kunnen ontstaan als het gerecht — wat wij eerder onwaarschijnlijk achten — de thans geldende vrijstellingsregels op onderdelen nietig zou verklaren.
Veelgestelde vragen
Veelgestelde vragen
Waarom toetst het Bundesverfassungsgericht de ontzietregelingen voor ondernemingsvermogen?
De Bundesfinanzhof acht de tegemoetkomingen voor ondernemingsvermogen in de erfbelasting in strijd met de grondwet en heeft de zaak bij beschikking van 27-09-2012 (Az. II R 9/11) aan het BVerfG voorgelegd. Twijfels bestaan vooral over de verenigbaarheid met het gelijkheidsbeginsel, omdat vergelijkbare ontzieten voor privévermogen ontbreken. Tot aan de uitspraak legt de Belastingdienst de erfbelasting voor peildata vanaf 01-01-2009 slechts voorlopig vast.
Wat gebeurt er met onherroepelijke aanslagen erfbelasting als het BVerfG de begunstigingen ongeldig verklaart?
Onherroepelijke en niet meer wijzigbare belastingaanslagen blijven ongewijzigd in stand, ook wanneer het hof het geldende recht in strijd met de grondwet verklaart. De oorspronkelijk toegekende vrijstellingen voor ondernemingsvermogen worden in deze gevallen niet teruggedraaid. Daarom bestaat er voor reeds afgewikkelde overdrachten geen risico op nadelige gevolgen achteraf.
Welke gevolgen heeft een uitspraak voor aanslagen die onder voorbehoud van nadere controle zijn vastgesteld?
Aanslagen op grond van § 164 of § 165 AO worden niet automatisch definitief, ook niet wanneer het BVerfG het geldende recht grondwettig verklaart. Zij kunnen in beginsel nog worden gewijzigd, echter uitsluitend ten gunste van de belastingplichtige, omdat aanscherpingen met terugwerkende kracht vanwege het vertrouwensbeginsel ontoelaatbaar zijn. Het is daarom raadzaam om bij de Duitse Belastingdienst (Finanzamt) een verzoek tot definitiefverklaring in te dienen.
Wat geldt voor nog niet aangeslagen erfbelastingzaken na het arrest?
Verklaart het BVerfG het geldende recht grondwetsconform, dan vindt de aanslag plaats volgens de huidige verschoningsregels. Bij een nietigverklaring zou de Duitse Belastingdienst (Finanzamt) deze zaken niet meer mogen aanslaan, waardoor geen erfbelasting kan worden vastgesteld. Waarschijnlijker is echter een onverenigbaarheidsverklaring met voortgeldingsbevel, zodat het huidige recht tot een nieuwe regeling van toepassing blijft.
Moet ondernemingsvermogen nog vóór de uitspraak van het BVerfG worden overgedragen?
Wie een overdracht van ondernemingsvermogen plant, doet er goed aan deze indien mogelijk nog vóór de uitspraak te realiseren, om de huidige vrijstellingsregels te benutten. Retroactieve verslechteringen voor tussentijdse overdrachten zijn grondwettelijk niet toegestaan. Nadelen dreigen alleen in het onwaarschijnlijke geval dat het gerecht afzonderlijke vrijstellingsregels gericht nietig verklaart.