Kennis

BFH-uitspraak (VI R 8/19): Ambtenaarrechtelijke uitkering bij overlijden

Grondslag voor de ambtenaarrechtelijke uitkering bij overlijden (Sterbegeld) is het maandelijkse brutoloon respectievelijk de pensioenuitkering van de ambtenaar. De nabestaanden ontvangen op grond van de berekening het dubbele maandelijkse brutoloon respectievelijk de dubbele pensioenuitkering als Sterbegeld. Dit

1 min leestijdBijgewerkt: 2021-09-27Aanbevolen

Grondslag voor de ambtenaarrechtelijke uitkering bij overlijden (Sterbegeld) is het maandelijkse brutoloon respectievelijk de pensioenuitkering van de ambtenaar. De nabestaanden ontvangen op grond van de berekening het dubbele maandelijkse brutoloon respectievelijk de dubbele pensioenuitkering als Sterbegeld. Dit dient ter dekking van de bijzondere kosten (bijvoorbeeld begrafeniskosten) na het overlijden van het familielid.

Procedure: Belastingheffing over het ambtenaarrechtelijke Sterbegeld

Onderwerp van de lopende procedure was de fiscale behandeling van het ambtenaarrechtelijke Sterbegeld. De eiseres was erfgename van haar overleden moeder (ambtenaar). Na het overlijden van haar moeder diende de eiseres de aanvraag voor het Sterbegeld in bij de deelstaat NRW. Het Landesamt NRW keerde het Sterbegeld vervolgens uit aan de erfgenamen. Het uitgekeerde bedrag werd echter verminderd met de verschuldigde inkomstenbelasting en de solidariteitstoeslag. Reden hiervoor was dat het Finanzamt het uitgekeerde bedrag aanmerkte als belastbare inkomsten uit niet-zelfstandige arbeid (§ 19 EStG). De eiseres beriep zich daarentegen op een belastingvrijstelling volgens § 3 Nr. 11 EStG. In eerste aanleg kreeg de eiseres van het Finanzgericht gelijk. De BFH heeft nu echter beslist dat het hierbij gaat om belastbare inkomsten uit niet-zelfstandige arbeid. Een belastingvrijstelling volgens § 3 Nr. 11 EStG komt dan ook uitsluitend in aanmerking voor hulpbehoevende nabestaanden.

Veelgestelde vragen

Veelgestelde vragen

  • Hoe wordt de uitkering bij overlijden voor ambtenaren berekend?

    De uitkering bij overlijden voor ambtenaren wordt berekend op basis van het maandelijkse brutoloon of de pensioenuitkering van de overleden ambtenaar. De nabestaanden ontvangen het dubbele van het maandelijkse brutoloon of de pensioenuitkering. De uitkering dient ter dekking van bijzondere kosten na het overlijden, bijvoorbeeld voor de begrafenis.

    Permalink naar de vraag

  • Is de overlijdensuitkering voor ambtenaren onderworpen aan inkomstenbelasting?

    Ja, volgens het arrest van het BFH (Az. VI R 8/19) is de overlijdensuitkering voor ambtenaren belastbaar als inkomsten uit niet-zelfstandige arbeid op grond van § 19 EStG. Het uit te keren bedrag wordt daarom verminderd met inkomstenbelasting en solidariteitstoeslag.

    Permalink naar de vraag

  • Wanneer geldt de belastingvrijstelling op grond van § 3 Nr. 11 EStG bij overlijdensuitkeringen?

    Volgens de BFH komt een vrijstelling op grond van § 3 Nr. 11 EStG uitsluitend in aanmerking voor hulpbehoevende nabestaanden. Voor niet-hulpbehoevende erfgenamen is de ambtelijke overlijdensuitkering daarentegen volledig belastbaar.

    Permalink naar de vraag

  • Wie vraagt het ambtenarenrechtelijke overlijdensgeld aan en wie keert het uit?

    De aanvraag voor het overlijdensgeld wordt door de erfgenamen of nabestaanden van de overleden ambtenaar ingediend bij het bevoegde Landesamt. De uitbetaling gebeurt door de betreffende werkgever (Dienstherr); in de behandelde zaak door de deelstaat Nordrhein-Westfalen via het Landesamt.

    Permalink naar de vraag

  • Wat was het procesverloop in het BFH-arrest VI R 8/19 over de overlijdensuitkering?

    In eerste aanleg stelde het Finanzgericht de eisende erfgename in het gelijk en beschouwde de overlijdensuitkering als belastingvrij op grond van § 3 Nr. 11 EStG. De BFH vernietigde deze beslissing echter en oordeelde dat de overlijdensuitkering als belastbaar arbeidsloon volgens § 19 EStG moet worden behandeld.

    Permalink naar de vraag

Terug naar overzicht