Kennis

Kinderopvangtoelage is ongrondwettelijk – Bondsoverheid heeft geen wetgevende bevoegdheid voor de kinderopvangtoelage

De federale wetgever heeft geen wetgevende bevoegdheid voor de kinderopvangtoelage (Betreuungsgeld). Dat heeft de Eerste Kamer van het Bundesverfassungsgericht beslist bij arrest, uitgesproken op 21-07-2015. De §§ 4a tot en met 4d van het Bundeselterngeld- und Elternzeitgesetz,

Kinderopvangtoelage is ongrondwettelijk – Bondsoverheid heeft geen wetgevende bevoegdheid voor de kinderopvangtoelage
1 min leestijdBijgewerkt: 2016-09-20

De federale wetgever heeft geen wetgevende bevoegdheid voor de kinderopvangtoelage (Betreuungsgeld). Dat heeft de Eerste Kamer van het Bundesverfassungsgericht beslist bij arrest, uitgesproken op 21-07-2015. De §§ 4a tot en met 4d van het Bundeselterngeld- und Elternzeitgesetz, die een aanspraak op kinderopvangtoelage in het leven roepen, zijn daarom nietig. Weliswaar kunnen zij worden toegerekend aan de openbare zorg in de zin van art. 74 Abs. 1 Nr. 7 GG, waarop de concurrerende wetgeving van de Bond zich uitstrekt. Aan de voorwaarden van art. 72 Abs. 2 GG voor de uitoefening van deze bevoegdheid door de Bond is echter niet voldaan. Het arrest is unaniem gewezen.

In goede handen met de kinderopvangtoelage.

© pamone / photocase.com

Veelgestelde vragen

Veelgestelde vragen

  • Is de opvangtoeslag (Betreuungsgeld) ongrondwettig?

    Ja. De Eerste Kamer van het Bundesverfassungsgericht heeft bij arrest van 21-07-2015 unaniem geoordeeld dat de federale overheid niet bevoegd is om wetgeving inzake de opvangtoeslag vast te stellen. De §§ 4a tot 4d van het Bundeselterngeld- und Elternzeitgesetz, waarop de aanspraak berustte, zijn daarom nietig.

    Permalink naar de vraag

  • Waarom ontbreekt het de Bond de wetgevende bevoegdheid voor de opvangtoelage (Betreuungsgeld)?

    De opvangtoelage (Betreuungsgeld) kan in beginsel worden ingedeeld bij de openbare zorg op grond van Art. 74 Abs. 1 Nr. 7 GG, waarvoor de Bond concurrerende wetgevende bevoegdheid heeft. De aanvullende voorwaarden van Art. 72 Abs. 2 GG (noodzakelijkheidsclausule) voor een uniforme federale regeling waren volgens het oordeel van het gerecht echter niet vervuld.

    Permalink naar de vraag

  • Welke bepalingen werden door het arrest van het BVerfG nietig verklaard?

    Nietig verklaard werden de §§ 4a tot 4d van het Bundeselterngeld- und Elternzeitgesetz (BEEG). Deze bepalingen vormden de grondslag voor het recht op het Betreuungsgeld (Duitse opvangtoelage).

    Permalink naar de vraag

  • Welke juridische betekenis heeft Art. 72 Abs. 2 GG in verband met het Betreuungsgeld?

    Art. 72 Abs. 2 GG beperkt de concurrerende wetgevingsbevoegdheid van de Bund: een federale regeling is enkel toegestaan wanneer zij noodzakelijk is voor het creëren van gelijkwaardige levensomstandigheden of voor het waarborgen van de juridische of economische eenheid. Aan deze voorwaarden was volgens het BVerfG bij het Betreuungsgeld niet voldaan.

    Permalink naar de vraag

  • Was de uitspraak van het Bundesverfassungsgericht over de opvangtoeslag (Betreuungsgeld) unaniem?

    Ja, de uitspraak van de Eerste Senaat van 21-07-2015 is unaniem gedaan. Daarmee bestaat binnen de Senaat geen verschil van mening over het ontbreken van een federale bevoegdheid voor de opvangtoeslag.

    Permalink naar de vraag

Terug naar overzicht