Kennis

Uitgaven voor beursstandruimtes – Gewerbesteuer

Een bijtelling van de kosten voor het huren van een beursstand bij de Gewerbesteuer vindt alleen plaats wanneer de beursstand tot het vaste activa van de onderneming behoort. Of een bedrijfsmiddel tot het vaste activa behoort, kan worden getoetst

3 min leestijdBijgewerkt: 2022-07-11Aanbevolen

Een bijtelling van de kosten voor het huren van een beursstand bij de Gewerbesteuer vindt alleen plaats wanneer de beursstand tot het vaste activa van de onderneming behoort. Of een bedrijfsmiddel tot het vaste activa behoort, kan worden getoetst aan de hand van de vraag of het object bestemd is om duurzaam dienstbaar te zijn aan de bedrijfsvoering (§ 247 Abs. 2 HGB).

Geschilpunt: eiseres sluit bijtelling van huurkosten voor beursstand uit

De eiseres is een GmbH die geen directe verkoop aan eindklanten verricht; de producten worden indirect via een bestaand dealernetwerk verkocht. In de jaren in geschil 2009 tot en met 2011 huurde de GmbH expositieruimtes en accommodaties om haar producten aan de beursbezoekers te presenteren. De kosten voor huur en tentoonstelling van de producten bedroegen daardoor 96.738 EUR (2009), 78.174 EUR (2010) en 105.264 EUR (2011). De ontstane lasten werden in de jaren in geschil als aftrekbare bedrijfsuitgave winstverlagend opgevoerd. Een bijtelling van de huurbedragen voor de Gewerbesteuer op grond van § 8 Nr. 1 letter e GewStG bleef daarentegen achterwege.

Na een bedrijfscontrole bij de eiseres kwam het bedrijfsbelastingkantoor echter tot de conclusie dat een bijtelling van de lasten in de vorm van huurbedragen wel degelijk moest plaatsvinden. Om die reden wees het FA een bezwaar tegen de gewijzigde aanslagen Gewerbesteuermessbescheid van de eiseres af.

Beslissing: BFH acht het cassatieberoep van het FA ongegrond

Naar het oordeel van het BFH is de eerdere beslissing van het FG juist dat een bijtelling op grond van § 8 Nr. 1 letter e GewStG in dit geval achterwege blijft.

Wettelijke regeling van § 8 Nr. 1 letter e GewStG

Op grond van § 8 Nr. 1 GewStG wordt aan de winst van een bedrijf een kwart van de som van de volgende uitgaven toegevoegd. Daaronder valt onder meer ook § 8 Nr. 1 letter e GewStG. Op grond daarvan wordt de helft van de huur- en pachtbedragen (inclusief leasetermijnen) voor het gebruik van onroerende bedrijfsmiddelen van het vaste activa die in eigendom van een ander zijn, bijgeteld. Voorwaarde voor een bijtelling is echter dat deze tevoren als bedrijfsuitgave winstverlagend zijn opgevoerd. In totaal mogen de bijtellingen op grond van § 8 Nr. 1 letter a-f GewStG echter het bedrag van 200.000 € niet overschrijden.

Voor het onderhavige geschil moet nu worden vastgesteld of de beursstand kan worden aangemerkt als bedrijfsmiddel van het vaste activa van de GmbH. Ter beantwoording van die vraag moet de hierboven genoemde § 247 Abs. 2 HGB worden getoetst.

Geen fictief vast activa van de GmbH

Aangezien de beursstand feitelijk juist niet als bedrijfsmiddel van de GmbH kan worden aangemerkt, moet de toetsing uiteraard plaatsvinden onder de fictie dat de beursstand eigendom van de GmbH zou zijn.

Het BFH en het FG hebben voor hun beslissing over de toerekening van de beursstand aan het vaste activa telkens de bedrijfsomstandigheden in aanmerking genomen. Van belang is daarbij dat er geen directe verkoop aan de eindafnemer plaatsvindt, maar dat de producten indirect via een bestaand dealernetwerk worden verkocht. Daarom oordeelde het FG dat deelname aan een beurs niet dwingend noodzakelijk was om de producten te verkopen. In plaats daarvan zouden andere reclamemogelijkheden ter beschikking staan. Indeling als vast activa komt vooral in aanmerking wanneer herhaaldelijk soortgelijke goederen voor de bedrijfsvoering worden gehuurd en daarmee voor het bestendige gebruik dienen.

Veelgestelde vragen

Veelgestelde vragen

  • Wanneer moeten huurkosten voor beursstands voor de Gewerbesteuer worden bijgeteld?

    Een bijtelling op grond van § 8 Nr. 1 letter e GewStG vindt alleen plaats wanneer de beursstand fictief tot het vaste activa (Anlagevermögen) van de onderneming zou behoren. Bepalend is of de stand bestemd zou zijn om duurzaam aan de bedrijfsvoering te dienen (§ 247 Abs. 2 HGB). Wordt de stand slechts incidenteel gehuurd en is deelname aan de beurs niet dwingend noodzakelijk voor de verkoop, dan is er geen bijtelling.

    Permalink naar de vraag

  • Hoe wordt getoetst of een gehuurd bedrijfsmiddel tot het fictieve vaste actief behoort?

    Omdat het bedrijfsmiddel geen eigendom van de onderneming is, wordt de toetsing uitgevoerd onder de fictie dat de onderneming eigenaar zou zijn. Doorslaggevend zijn de concrete bedrijfsomstandigheden, in het bijzonder of het goed duurzaam dienstbaar is aan de bedrijfsvoering. Een indeling als vast actief komt vooral in aanmerking wanneer herhaaldelijk soortgelijke goederen voor blijvend gebruik worden gehuurd.

    Permalink naar de vraag

  • Welke rol speelt het distributiekanaal bij de beoordeling van de bijtelling van huur voor beursstands?

    Het distributiekanaal is een centraal criterium. Vindt de verkoop niet rechtstreeks aan eindklanten plaats, maar indirect via een bestaand dealernetwerk, dan is deelname aan een beurs niet dwingend noodzakelijk voor de productafzet. In dat geval staan alternatieve reclamemogelijkheden ter beschikking, zodat de beursstand niet duurzaam het bedrijf dient en geen bijtelling plaatsvindt.

    Permalink naar de vraag

  • Welke kosten worden op grond van § 8 Nr. 1 Buchst. e GewStG bijgeteld?

    Bijgeteld wordt de helft van de huur- en pachttermijnen (inclusief leasetermijnen) voor het gebruik van onroerende vaste activa die eigendom zijn van een derde. Voorwaarde is dat de kosten eerder als bedrijfslast winstverlagend in aanmerking zijn genomen. In totaal wordt een kwart van de som van alle bijtellingsposten volgens § 8 Nr. 1 GewStG bij de Gewerbeertrag opgeteld, waarbij rekening moet worden gehouden met de vrijstelling van 200.000 EUR.

    Permalink naar de vraag

  • Wanneer geldt een vermogensbestanddeel volgens § 247 Abs. 2 HGB als vaste activa?

    Een vermogensbestanddeel behoort tot de vaste activa wanneer het bestemd is om duurzaam aan de bedrijfsvoering dienstbaar te zijn. Bepalend is dus de langetermijnbestemming en niet een slechts incidenteel of kortstondig gebruik. Bij herhaalde huur van gelijksoortige goederen voor permanent gebruik wijst dit op het karakter van vaste activa.

    Permalink naar de vraag

Terug naar overzicht