
Achtergrond: bewerkingskosten zijn sinds 2004 nog maar voor 70% fiscaal aftrekbaar, daarvoor was dat 80%. De resterende 30% behandelt de Belastingdienst inkomstenbelastingrechtelijk als niet-aftrekbare bedrijfskosten (de voorbelasting kan daarentegen voor 100% worden verrekend). Het Finanzgericht Baden-Württemberg, AZ 10 K 2983/11, uitspraak van 26-04-2013, twijfelt of de korting grondwettelijk is. Dit met name tegen de achtergrond dat de korting in 2004 van 80 naar 70% is doorgevoerd. Aangezien deze vraag nu aan het Bundesverfassungsgericht ter beslissing is voorgelegd, adviseren wij om tegen alle sinds 2004 openstaande aanslagen bezwaar aan te tekenen met het verzoek de procedure aan te houden tot de uitspraak. Verwijs daarbij naar zaaknummer 2 BvL 4/13. Bij bestaande mandaten nemen wij dit uiteraard voor u over.
Veelgestelde vragen
Veelgestelde vragen
Hoeveel bedraagt de aftrek van representatiekosten voor de inkomstenbelasting?
Sinds 2004 zijn representatiekosten nog slechts voor 70% aftrekbaar als bedrijfskosten. De overige 30% gelden voor de inkomstenbelasting als niet-aftrekbare bedrijfskosten. Vóór 2004 bedroeg het aftrekbare deel 80%.
Kan de voorbelasting uit representatiefacturen volledig worden afgetrokken?
Ja, voor de omzetbelasting is de voorbelasting uit representatiekosten voor 100% aftrekbaar, hoewel voor de inkomstenbelasting slechts 70% van de kosten als bedrijfskosten worden erkend. De beperking betreft dus uitsluitend de inkomstenbelasting.
Is de korting van 30% op representatiekosten in overeenstemming met de grondwet?
Het Finanzgericht Baden-Württemberg heeft in zijn uitspraak van 26-04-2013 (Az. 10 K 2983/11) twijfels geuit over de grondwettelijkheid van de korting, met name vanwege de verlaging van 80% naar 70% in 2004. De vraag is ter beoordeling voorgelegd aan het Bundesverfassungsgericht (Az. 2 BvL 4/13).
Hoe moeten belastingplichtigen reageren op de lopende procedure over de aftrekbeperking van representatiekosten?
Tegen alle sinds 2004 nog openstaande belastingaanslagen dient bezwaar te worden ingediend, met een verzoek tot opschorting van de procedure tot de uitspraak van het Bundesverfassungsgericht. Verwijs daarbij naar het dossiernummer 2 BvL 4/13 om te kunnen profiteren van de uitkomst van de modelprocedure.