Kennis

Recente uitspraak van het FG Münster ten nadele van verzekeringsagenten: in beginsel geen voorziening voor nazorg toegestaan!

Het vormen van een voorziening voor de nazorg van verzekeringsovereenkomsten is niet gerechtvaardigd, ook niet wanneer een verzekeringsagent verplicht is om doorlopend contact met zijn klanten te onderhouden. Feiten:

2 min leestijdBijgewerkt: 2016-12-07Aanbevolen

Het vormen van een voorziening voor de nazorg van verzekeringsovereenkomsten is niet gerechtvaardigd, ook niet wanneer een verzekeringsagent verplicht is om doorlopend contact met zijn klanten te onderhouden.

Feiten:

De klagende partij is een OHG die een verzekeringsagentschap in de zin van §§ 84 ff. HGB exploiteert. Voor nieuw afgesloten verzekeringsovereenkomsten ontvangt de vennootschap een afsluitprovisie, voor bestaande overeenkomsten een zogenoemd „onderhoudsgeld“. De OHG heeft op grond van de bepalingen in de verzekeringsovereenkomsten een „inspanningsverplichting“, dat wil zeggen dat zij zich met volle inzet moet inspannen voor de doorlopende toevoer van nieuwe overeenkomsten en het behoud van bestaande overeenkomsten. Op grond van deze verplichting heeft de OHG in haar winstbepaling een voorziening gepassiveerd wegens de prestatieachterstand uit de nazorgverplichting.

Deze voorziening werd door het Finanzamt niet erkend, met als motivering dat er geen expliciete nazorgplicht bestaat. Het Finanzamt voerde verder aan dat slechts een algemene inspanningsverplichting kenbaar is.

Uitspraak van het FG Münster:

De OHG diende beroep in bij het Finanzgericht (FG) Münster. Helaas oordeelde het FG zoals het Finanzamt, namelijk dat de OHG jegens de verzekeringsmaatschappij noch contractueel noch wettelijk verplicht is om de bestaande levens- en lijfrenteverzekeringsovereenkomsten ook na het sluiten van de overeenkomst te onderhouden (zogenoemde „nazorg“). De contractuele clausule is veeleer onverbindend en zou in de algehele context eerder zien op het doel van verdere contractsluitingen. Daarom kan ook geen verbindende contractuele verplichting worden afgeleid.

Ook civielrechtelijk is naleving van de nazorgplicht niet afdwingbaar, aangezien de clausules inhoudelijk onbepaald zijn. Voor zover een schending van de nazorg zou plaatsvinden, zouden dergelijke schendingen bij gebreke aan concrete contractuele verplichtingen zonder gevolgen blijven – ook dat pleit tegen het vormen van een voorziening daarvoor.

Ook de BFH had reeds in het verleden geoordeeld dat klantenonderhoud met het oog op portefeuille-uitbreiding geen prestatieachterstand teweegbrengt (BFH-arrest van 09-06-2015, AZ X R 27/13). Met betrekking tot de mogelijkheid tot vorming van een voorziening eiste de BFH een inhoudelijk eenduidige overeenkomst over de nazorgverplichtingen.

Aanwijzing:

Momenteel is nog een andere procedure aanhangig bij de BFH, waarbij het gaat om de eisen aan een contractuele nazorgverplichting (AZ IV R 34/14).

Daarom werd wegens het principiële belang van de zaak cassatie (Revision) toegelaten. Het valt nu af te wachten hoe de BFH concreet zal beslissen, en blijft daarom spannend.

Veelgestelde vragen

Veelgestelde vragen

  • Mogen verzekeringsagenten een voorziening vormen voor de nazorg van contracten?

    Volgens het arrest van het FG Münster is het vormen van een voorziening voor de nazorg van verzekeringscontracten in beginsel niet toegestaan. Zelfs als de agent verplicht is doorlopend contact met klanten te onderhouden, volstaat dit op zichzelf niet. Vereist is een inhoudelijk eenduidige en afdwingbare contractuele nazorgverplichting.

    Permalink naar de vraag

  • Waarom erkent het FG Münster een algemene inspanningsverplichting niet als grond voor een voorziening?

    Een algemene inspanningsverplichting is volgens het oordeel van de rechtbank in de eerste plaats gericht op het sluiten van nieuwe contracten en het behoud van de portefeuille in de zin van acquisitie. Dergelijke clausules zijn inhoudelijk onbepaald en civielrechtelijk niet afdwingbaar. Overtredingen blijven daardoor zonder gevolgen, zodat er geen prestatieachterstand ontstaat die een voorziening zou rechtvaardigen.

    Permalink naar de vraag

  • Welke eisen stelt het BFH aan een voorziening voor nazorgverplichtingen?

    In zijn arrest van 09-06-2015 (X R 27/13) eist het BFH een inhoudelijk eenduidige contractuele afspraak over de nazorgverplichting. Loutere klantenbinding ter uitbreiding van het klantenbestand leidt niet tot een prestatieachterstand. Alleen concreet bepaalde en afdwingbare verplichtingen kunnen een voorziening rechtvaardigen.

    Permalink naar de vraag

  • Welke betekenis heeft het onderscheid tussen afsluitprovisie en doorloopprovisie voor de vorming van voorzieningen?

    De afsluitprovisie wordt betaald voor nieuw bemiddelde contracten, de doorloopprovisie voor bestaande contracten. Ook wanneer een doorloopprovisie wordt betaald, vloeit daaruit niet automatisch een concrete nazorgverplichting voort. Doorslaggevend is uitsluitend of er een inhoudelijk bepaalde en juridisch afdwingbare nazorgverplichting bestaat.

    Permalink naar de vraag

  • Is het laatste woord over de voorziening voor naverzorging al gesproken?

    Nee, tegen de uitspraak van het FG Münster is wegens principieel belang cassatie toegestaan. Bovendien is bij de BFH een verdere procedure aanhangig over de eisen aan een contractuele naverzorgingsverplichting (Az. IV R 34/14). Betrokken verzekeringsagenten doen er goed aan de verdere ontwikkelingen te volgen.

    Permalink naar de vraag

Terug naar overzicht