Achtergrond: 30/70-methode
De zogeheten 30/70-methode is een schattingsmethode van de fiscale controle voor eetgelegenheden die spijzen en dranken aanbieden. De methode berust op de gedachte dat de verhouding tussen genuttigde spijzen en dranken slechts aan geringe schommelingen onderhevig is. Gasten nemen immers bij elke maaltijd een bepaalde hoeveelheid dranken. De schattingsmethode veronderstelt overeenkomstige verhoudingsgetallen van 30 % voor drankomzetten en 70 % voor spijsomzetten. Belastingcontroleurs passen deze methode toe wanneer bij de kasadministratie of boekhouding gebreken zijn vastgesteld. De methode kan ook worden toegepast bij de vereenvoudigde winstbepaling volgens de zogeheten ontvangsten-uitgavenrekening (§ 4 Abs. 3 EStG) (Finanzgericht Nürnberg, uitspraak van 8.5.2012, 2 K 1122/2009).
Jurisprudentie: wat zeggen de rechters?
De belastingrechters achten de 30/70-methode overwegend toelaatbaar. De toepassing is echter omstreden en niet in alle gevallen geschikt. Het Finanzgericht Düsseldorf heeft de schattingsmethode verworpen in een zaak waarin de controleurs de omzet van een product met een lage opslag (spijzen) wilden schatten op basis van een product met een hoge opslag (dranken) (uitspraak van 26.3.2012, 6 K 2749/11 K.G.U.F).
Actuele zaak: restaurant met afhaalverkoop
Het Finanzgericht Münster heeft in een recente zaak beslist dat de 30/70-methode niet geschikt is voor een restaurant met afhaalverkoop. Het gerecht onderbouwde dit met de volgende rechtsregel: „Uit de drankomzet in het restaurant kunnen geen rechtstreekse conclusies worden getrokken over de afhaalverkoop van spijzen” (uitspraak van 4.12.2015, 4 K 2616/14 E,G,U). In deze zaak voerde de belastingcontroleur ter bepaling van de winst- en omzetcorrecties een drankencalculatie uit en leidde op basis van het geboekte aandeel van de drankomzetten een fictieve totale omzet af. De belastingrechters volgden dit slechts ten dele.
Conclusie
Zoals elke omzet- of winstschatting brengt ook de 30/70-methode onzekerheden met zich mee. Het rekenresultaat kan en moet door iedere getroffen restauranthouder kritisch worden beoordeeld en zo nodig worden aangevochten. Belastingcontroleurs neigen namelijk tot overdrijving en veronderstellen vaak omzetten die economisch niet haalbaar zijn.
Veelgestelde vragen
Veelgestelde vragen
Wat is de 30/70-methode bij een Betriebsprüfung?
De 30/70-methode is een schattingsmethode die wordt toegepast in restaurants en ervan uitgaat dat 30% van de omzet uit dranken en 70% uit gerechten bestaat. Zij berust op de aanname dat gasten bij elk gerecht een bepaalde hoeveelheid dranken consumeren en dat deze verhouding slechts geringe schommelingen vertoont. Op basis van de geboekte drankomzet wordt zo een fictieve totaalomzet geëxtrapoleerd.
Wanneer mag het Finanzamt de 30/70-methode toepassen?
De methode wordt doorgaans toegepast bij vastgestelde gebreken in de kas- of boekhouding. Zij kan ook worden toegepast bij de Einnahmenüberschussrechnung volgens § 4 Abs. 3 EStG (FG Nürnberg, uitspraak van 8-5-2012, 2 K 1122/2009). Voorwaarde is in beginsel een schattingsbevoegdheid van het Finanzamt.
In welke gevallen hebben Duitse belastingrechtbanken de 30/70-methode verworpen?
Het FG Düsseldorf heeft de methode afgewezen in een zaak waarin vanuit een product met een hoge opslag (dranken) werd geconcludeerd op een product met een lage opslag (gerechten) (uitspraak van 26-3-2012, 6 K 2749/11 K.G.U.F). Het FG Münster heeft de methode bovendien ongeschikt geacht voor restaurants met afhaalverkoop (uitspraak van 4-12-2015, 4 K 2616/14 E,G,U).
Waarom is de 30/70-methode niet geschikt bij afhaalverkoop?
Bij afhaalverkoop worden doorgaans overwegend gerechten verkocht zonder bijbehorende drankconsumptie. Uit de in het restaurant gerealiseerde drankomzet kunnen daarom geen betrouwbare conclusies worden getrokken over de buitenshuis verkochte gerechten. Een extrapolatie volgens de 30/70-verhouding zou tot te hoge en onrealistische omzetten leiden.
Hoe moeten horecaondernemers reageren op een bijschatting volgens de 30/70-methode?
Betrokken restauranthouders moeten het calculatieresultaat kritisch toetsen en zo nodig aanvechten, omdat belastingcontroleurs vaak economisch onhaalbare omzetten veronderstellen. Argumenten zoals afhaalverkoop, afwijkende consumptiegewoonten of bijzonderheden van het bedrijf kunnen tegen een forfaitaire toepassing pleiten. Een verwijzing naar relevante FG-rechtspraak kan de eigen positie ondersteunen.
