Volgens een recent arrest van het LAG Hessen van 12-10-2015 (16 Sa 278/15) geldt ook in tandartspraktijken met minder dan tien medewerkers een minimum aan ontslagbescherming. Volgens het LAG vereist een effectieve rechtsbescherming dat een werknemer ook buiten het toepassingsbereik van het Kündigungsschutzgesetz de mogelijkheid moet hebben om een wijzigingsontslag door de rechter te laten toetsen. Daarom gelden volgens het LAG in zoverre de algemene beginselen van ontslagbescherming buiten het Kündigungsschutzgesetz. De tandartspraktijk moet de tandartsassistente dan ook onder ongewijzigde voorwaarden blijven tewerkstellen.
Veelgestelde vragen
Veelgestelde vragen
Geldt de Duitse ontslagbeschermingswet (KSchG) in tandartspraktijken met minder dan 10 medewerkers?
De Duitse ontslagbeschermingswet (Kündigungsschutzgesetz, KSchG) is in beginsel niet van toepassing op kleine bedrijven met maximaal tien werknemers. Volgens vaste rechtspraak geldt echter een minimale ontslagbescherming, die voortvloeit uit de algemene civielrechtelijke beginselen. Werknemers staan dus niet volledig zonder bescherming, ook wanneer het bedrijf onder de drempelwaarde valt.
Kunnen werknemers in kleine bedrijven een wijzigingsontslag door de rechter laten toetsen?
Ja. Het LAG Hessen heeft bij arrest van 12.10.2015 (16 Sa 278/15) beslist dat effectieve rechtsbescherming ook in kleine bedrijven een rechterlijke toetsing van wijzigingsontslagen mogelijk moet maken. Anders zouden werknemers buiten het toepassingsbereik van het KSchG geen enkele controlemogelijkheid hebben, wat onverenigbaar is met de algemene ontslagbescherming.
Welke gevolgen heeft een ongeldige wijzigingsopzegging in een kleine onderneming?
Is de wijzigingsopzegging ongeldig, dan moet de werkgever de werknemer onder de oorspronkelijke, ongewijzigde voorwaarden blijven tewerkstellen. In de behandelde zaak moest de tandartspraktijk de tandartsassistente onder de oorspronkelijke voorwaarden in dienst houden.
Waarop berust de minimumontslagbescherming buiten het KSchG?
De minimumontslagbescherming berust op de algemene beginselen van het burgerlijk recht, in het bijzonder op redelijkheid en billijkheid (§ 242 BGB) en het verbod op met de goede zeden strijdige opzeggingen (§ 138 BGB). Opzeggingen mogen daarom niet willekeurig, in strijd met de goede trouw of discriminerend zijn, ook wanneer het KSchG niet van toepassing is.