Achtergrond:
De vergunning als contractarts (Vertragsarztzulassung) verleent een hoogstpersoonlijk, publiekrechtelijk statusrecht. Dit recht geeft de bevoegdheid om wettelijk verzekerde patiënten te behandelen en prestaties bij de wettelijke ziektekostenverzekeraars te declareren. In gebieden met toelatingsbeperking wordt de vergunning verleend in een zogeheten herbezettingsprocedure (zie § 103 SGB V). De houder van de vergunning kan deze niet rechtstreeks aan een verwerver overdragen.
Niettemin bevatten overeenkomsten tot overdracht van een praktijk niet zelden bepalingen over de overgang van de vergunning op de praktijkverwerver en een verplichting van de vergunninghouder om mee te werken aan de herbezettingsprocedure.
Recente uitspraken van de BFH:
De BFH heeft nu in twee uitspraken geoordeeld dat bij de verwerving van een contractartsenpraktijk naast de verworven goodwill van de praktijk in beginsel geen aanvullend immaterieel bedrijfsmiddel wordt verkregen in de vorm van het „met een vergunning als contractarts verbonden economische voordeel”, zie BFH-uitspraken van 21-02-2017, VII R 7/14 en VIII R 224/16.
Is echter bij uitzondering uitsluitend de vergunning als contractarts voorwerp van de koopovereenkomst, dan is dit voorwerp wél een zelfstandig, immaterieel, afschrijfbaar bedrijfsmiddel.
Advies voor de praktijk:
Om afschrijvingen bij de verwerving van vergunningen als contractarts niet te verliezen, moet bij praktijkovernames worden overwogen om eventueel eerst alleen de goodwill van de praktijk over te nemen en de praktijkvestiging pas later te verplaatsen.
Bron: BFH online
Veelgestelde vragen
Veelgestelde vragen
Is de vergunning als zorgverzekeringsarts (Vertragsarztzulassung) een afschrijfbaar bedrijfsmiddel?
In beginsel is de Vertragsarztzulassung een hoogstpersoonlijk, publiekrechtelijk statusrecht en niet rechtstreeks overdraagbaar. Zij vormt alleen dan een zelfstandig, immaterieel en afschrijfbaar bedrijfsmiddel wanneer uitsluitend de toelating voorwerp van de koopovereenkomst is. In dit bijzondere geval is afschrijving mogelijk.
Hoe heeft de BFH de aankoop van een contractartsenpraktijk fiscaal beoordeeld?
Met arresten van 21-02-2017 (VII R 7/14 en VIII R 224/16) heeft de BFH beslist dat bij de aankoop van een contractartsenpraktijk naast de praktijkwaarde geen afzonderlijk immaterieel bedrijfsmiddel in de vorm van het economische voordeel uit de toelating als contractarts wordt verworven. Het voordeel van de toelating gaat daarmee op in de afschrijfbare praktijkwaarde.
Wanneer wordt het economische voordeel uit een Vertragsarztzulassung (toelating als zorgverzekeringsarts) als zelfstandig bedrijfsmiddel aangemerkt?
Volgens de rechtspraak van het BFH is alleen sprake van een zelfstandig immaterieel bedrijfsmiddel wanneer uitsluitend de Vertragsarztzulassung voorwerp van de koopovereenkomst is en niet een volledige praktijk wordt overgenomen. Alleen in dat geval kan de koopprijs als afschrijfbaar bedrijfsmiddel over de gebruiksduur worden afgeschreven.
Hoe kunnen afschrijvingsmogelijkheden bij de overname van een praktijk met ziekenfondserkenning worden veiliggesteld?
Kopers doen er goed aan om eerst alleen de praktijkwaarde over te nemen en de praktijkvestiging pas later te verplaatsen. Daardoor vloeit het economische voordeel van de toelating in de afschrijfbare praktijkwaarde, in plaats van verloren te gaan als niet-afschrijfbare post.
Wat is de opvolgingsprocedure volgens § 103 SGB V?
In gebieden met vestigingsbeperkingen kan een toelating als contractarts niet rechtstreeks door de houder aan een koper worden verkocht. In plaats daarvan vindt de toewijzing plaats via een opvolgingsprocedure (Nachbesetzungsverfahren), waarbij de toelatingscommissie (Zulassungsausschuss) over de overdracht beslist. Overeenkomsten tot praktijkoverdracht bevatten daarom vaak medewerkingsverplichtingen van de huidige toelatingshouder.