Kennis

Implementatie van de meldingsrichtlijn voor grensoverschrijdende fiscale constructies

De praktische onzekerheden stapelen zich op! De meldingsplicht voor grensoverschrijdende fiscale constructies roept veel vragen op. Prof. dr. jur. Klaus von Brocke heeft het onderwerp bij nwb uitvoerig belicht. De richtlijn is gericht aan de

4 min leestijdBijgewerkt: 2021-01-12Aanbevolen

De praktische onzekerheden stapelen zich op! De meldingsplicht voor grensoverschrijdende fiscale constructies roept veel vragen op.

Prof. dr. jur. Klaus von Brocke heeft het onderwerp bij nwb uitvoerig belicht.

De richtlijn is gericht aan de lidstaten

Het heeft inmiddels in de praktijk de ronde gedaan dat de EU-meldingsrichtlijn reeds sinds 25-6-2018 bepaalde documentatieverplichtingen vereist met het oog op een rapportageplicht per 31-8-2020. Nu is het Europeesrechtelijk al twijfelachtig hoe een richtlijn, die gericht is aan de lidstaten, reeds vóór de wetgevende omzettingshandeling rechtsgevolgen ten nadele van de belastingplichtige kan teweegbrengen. Tot dusver is in het kader van de zogenoemde rechtstreekse of directe werking van een richtlijnbepaling enkel het beroep op een voor de EU-burger begunstigende richtlijnregeling bekend. Het is niet alleen zo dat zowel de intermediair als de relevante belastingplichtige worden geconfronteerd met een veelheid aan vage rechtsbegrippen, respectievelijk dat de richtlijn slechts een minimumstandaard vastlegt en de lidstaten in het kader van de vereiste nationale omzetting verdergaande openbaarmakingsplichten kunnen vaststellen. Daarenboven heeft de betrokkene te maken met nog eens 26 mogelijke omzettingsvarianten, aangezien het in essentie gaat om grensoverschrijdende fiscale constructies.

Nieuwheid van de sanctionering

Deze veelvoudige problematiek deed zich weliswaar altijd al voor bij richtlijnen op het gebied van de directe belastingen. Maar bij de toch al begunstigende fiscale richtlijnen (moeder-dochterrichtlijn, fusierichtlijn, interest- en royaltyrichtlijn) respectievelijk minder begunstigende (CBCR-richtlijn) was het niet-naleven van de richtlijnvoorschriften niet straf- of bestuursrechtelijk gesanctioneerd. Bij de meldingsrichtlijn ligt dit zoals bekend anders. Het valt dan ook positief te waarderen dat de Duitse wetgever althans op dit moment in het huidige conceptwetsvoorstel van 30-1-2019 geen sanctionering voorziet voor een onjuiste of geheel achterwege gebleven rapportage van fiscale constructies waarvan de eerste omzettingsstap tussen 25-6-2018 en 1-7-2020 plaatsvindt. Alleen is dat, zoals zojuist beschreven, niet voldoende wanneer enkel de eigen staat afziet van strafbaarstelling voor de voorwerkingsperiode. Ook de andere lidstaten staan immers in de schijnwerpers en het afschrikwekkende voorbeeld Polen zou hier geen alleenstaand geval kunnen blijven. Polen als afschrikwekkend voorbeeld

Polen als afschrikwekkend voorbeeld

Niet alleen heeft de Poolse wetgever de rapportageplichten reeds per 1-1-2019 scherp gesteld, maar ook de soms zeer draconische straffen en de uitgebreide reikwijdte hebben ertoe geleid dat ten eerste in geval van twijfel alles wordt gerapporteerd en ten tweede al diverse ondernemingen overwegen of zij hun activiteiten niet moeten terugschroeven of geheel staken. Met name de eis dat de adviseur (niet alleen het adviesbureau) persoonlijk moet worden gemeld en een handtekening moet plaatsen, leidt onder adviseurs tot diepe onzekerheid. Voor zover zichtbaar is Polen bij een rondblik op de tot op heden verschenen nationale omzettingswetsvoorstellen van onder meer Frankrijk, Tsjechië, Slowakije, Nederland, Zweden, Cyprus en Litouwen de negatieve uitschieter. Het valt dan ook te hopen dat het bij dit negatieve uitzonderingsgeval blijft en dit geen verdere navolging vindt.

Nederland als lichtend voorbeeld?

Zeer positief te waarderen is daarentegen de wat liberalere en pragmatische opstelling van de Nederlandse wetgever. In het kader van een algemene voortoets is het aan de Nederlandse intermediair om voor de rapportageplicht zelfstandig te beoordelen of bij de constructie sprake is van een potentieel agressieve fiscale constructie. Dit strookt mijns inziens met de strekking van de richtlijn en zou bij een redelijke benadering ook leiden tot een gezonde hantering van de reikwijdte van de wezenskenmerken en als het ware fungeren als een eerste voorfilter voor de mogelijk rapportageplichtige constructies.

Het probleem blijft: handelingsdrang bij grote bestaande onzekerheid

Los van de op dat moment circulerende wetsvoorstellen rust op de adressaten van de richtlijn — en daarmee bedoel ik de betrokken belastingplichtigen en adviseurs — de plicht om reeds nu te handelen, te toetsen en eventueel te documenteren, steeds in iteratieve samenhang met de voortgang van de wetgevingsactiviteiten van de bij een fiscale constructie betrokken lidstaten. Eén ding is in elk geval zeker: veel ondernemingen beschouwen zich als nevenschade van een tot BEPS en de meldingsrichtlijn leidende ontwikkeling, die enorme middelen en coördinatie met hun respectievelijke adviseurs vergt.

Conclusie

De meldingsrichtlijn slaat in meerdere opzichten nieuwe Europeesrechtelijke hoofdstukken open. Wat enerzijds zorgt voor een prachtig nieuw werkterrein voor adviseurs en advocaten, vormt anderzijds een aanzienlijke kosten- en tijdsbelasting voor de belastingplichtigen. De enorme onzekerheden in de voorwerkingsperiode, veroorzaakt door minimumstandaard, talige en juridische onduidelijkheden en de 27 uiteenlopende omzettingsvarianten, hadden vermijdbaar geweest, maar zijn nu realiteit en moeten worden overwonnen totdat een enigszins rechtszekere hantering is gerealiseerd. Een geheel andere vraag is hoe deze overwegingen procestechnisch kunnen worden aangepakt. Dit onderwerp blijft voorbehouden aan een volgende blogbijdrage.

Bron: www.nwb-experten-blog.de

gepubliceerd op 27-05-2019 door Prof. dr. jur. Klaus von Brocke

Veelgestelde vragen

Veelgestelde vragen

  • Vanaf wanneer geldt de documentatieplicht voor grensoverschrijdende fiscale constructies volgens de EU-meldingsrichtlijn?

    De EU-meldingsrichtlijn vereist al sinds 25-6-2018 bepaalde documentatieverplichtingen, hoewel de eigenlijke meldingsplicht pas op 31-8-2020 moet worden nagekomen. Hierdoor bestaat een zogenoemde periode van terugwerkende kracht waarin belastingplichtigen en intermediairs relevante constructies moeten toetsen en documenteren, ook al zijn de nationale uitvoeringswetten nog niet volledig aangenomen.

    Permalink naar de vraag

  • Voorziet het Duitse conceptwetsvoorstel in sancties voor de periode met terugwerkende kracht?

    Nee, het Duitse conceptwetsvoorstel van 30-1-2019 voorziet niet in sancties voor onjuiste of achterwege gebleven rapportage van fiscale constructies waarvan de eerste implementatiestap tussen 25-6-2018 en 1-7-2020 plaatsvindt. Dit beschermt echter niet tegen mogelijke sancties van andere lidstaten, waarvan het recht eveneens van toepassing kan zijn.

    Permalink naar de vraag

  • Waarom geldt Polen bij de implementatie van de meldingsrichtlijn als afschrikwekkend voorbeeld?

    Polen heeft de rapportageverplichtingen al per 1-1-2019 streng ingevoerd, draconische sancties opgenomen en het toepassingsgebied uitgebreid. Bovendien moet de individuele adviseur persoonlijk worden gemeld en een handtekening plaatsen. Dit leidt tot aanzienlijke onzekerheid en brengt ondernemingen ertoe hun activiteiten in Polen terug te schroeven of voor de zekerheid alles te melden.

    Permalink naar de vraag

  • Hoe regelt Nederland de meldingsplicht en waarin schuilt de pragmatische aanpak?

    Nederland voorziet in een algemene voortoets door de intermediair: deze beoordeelt zelfstandig of bij een constructie sprake is van een potentieel agressieve fiscale constructie in de zin van de richtlijn. Dit voorfilter leidt tot een pragmatische omgang met de wezenskenmerken (hallmarks) en sluit aan bij doel en strekking van de richtlijn, zonder adviseurs en belastingplichtigen met algemene meldingen te overbelasten.

    Permalink naar de vraag

  • Welke praktische problemen ontstaan door de 27 verschillende implementatievarianten?

    De richtlijn legt slechts een minimumstandaard vast, zodat elke lidstaat verdergaande openbaarmakingsverplichtingen kan invoeren. Bij grensoverschrijdende constructies moeten intermediairs en belastingplichtigen daarom tot 27 verschillende nationale regelingen met onbepaalde rechtsbegrippen tegelijk in acht nemen. Dat veroorzaakt aanzienlijke rechtsonzekerheid, hoge coördinatie- en middelenlasten en het risico van afwijkende sanctieregimes.

    Permalink naar de vraag

Terug naar overzicht