Kennis

Btw-behandeling van ketentransacties

In een brief van het Bundesfinanzministerium (BMF) van het voorjaar van 2023 heeft de Duitse belastingdienst zijn standpunt over de btw-behandeling van ketentransacties opnieuw vastgesteld. Aanleiding waren wettelijke wijzigingen. Bij een ketentransactie sluiten

3 min leestijdBijgewerkt: 2023-12-05

In een brief van het Bundesfinanzministerium (BMF) van het voorjaar van 2023 heeft de Duitse belastingdienst zijn standpunt over de btw-behandeling van ketentransacties opnieuw vastgesteld. Aanleiding waren wettelijke wijzigingen. Bij een ketentransactie sluiten meerdere ondernemers transacties af over één goederenlevering. De goederen worden daarbij rechtstreeks van de eerste ondernemer in de keten naar de laatste afnemer vervoerd of verzonden. In dat geval is echter sprake van afzonderlijk te beoordelen leveringen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen zogeheten bewogen en niet-bewogen leveringen.

Het bijzondere bij grensoverschrijdende situaties is dat alleen de bewogen levering, bijvoorbeeld in het kader van een intracommunautaire levering of uitvoerlevering, vrijgesteld kan zijn. Het risico in de praktijk bestaat er met name in dat belastbare leveringen en aangifteverplichtingen in andere staten niet worden onderkend.

Vaststelling van de bewogen levering

Het BMF wijst erop dat de bewogen levering binnen een ketentransactie in beginsel wordt bepaald door welke van de betrokken ondernemers verantwoordelijk is voor het transport van de goederen. Uit de aanwezige documentatie moet eenduidig en eenvoudig verifieerbaar blijken wie het vervoer heeft uitgevoerd of de verzending heeft geregeld. In geval van verzending is daarbij beslissend wie de opdracht heeft gegeven aan de zelfstandige vervoerder.

In beginsel gaat het BMF ervan uit dat de bewogen levering wordt toegerekend aan de levering aan de tussenliggende ondernemer, ook wel tussenhandelaar genoemd. De tussenhandelaar kan dit vermoeden echter weerleggen. Daarvoor moet hij het btw-identificatienummer gebruiken van het land waarin de levering begint. Dit dient reeds bij het sluiten van de overeenkomst te gebeuren. Het gebruikte btw-identificatienummer moet schriftelijk in het betreffende opdrachtdocument worden vastgelegd. Een enkel standaardmatig op een document voorgedrukt btw-identificatienummer volstaat niet. Bij ketentransacties met betrekking tot een derde land kan het bewijs van vervoer of verzending door de tussenhandelaar echter ook worden geleverd door gebruik van een in de staat van vertrek toegekend btw-identificatienummer of belastingnummer.

De regels rond de btw-ketentransactie, met name in internationaal verband, zijn complex. Om verstrekkende fouten te vermijden, dient u dergelijke voornemens beslist te laten toetsen.

Voorbeeld

A in Duitsland bestelt goederen bij B in België. B heeft deze niet op voorraad en bestelt ze bij C, eveneens in België. De goederen worden rechtstreeks door een expediteur van C aan A geleverd. B heeft de expediteur ingeschakeld; alle partijen gebruiken het btw-identificatienummer van hun respectieve staten.

Goederenstroom
C (BE) → A (DE)

Factuurstroom
C (BE) → B (BE) → A (DE)

Omdat B hier de opdracht aan de expediteur heeft gegeven en naar aangenomen ook de kosten en het risico van de levering draagt, wordt de bewogen levering toegerekend aan de levering van de goederen van B aan A. Het betreft een vrijgestelde intracommunautaire levering. De levering van C aan B is een zogeheten niet-bewogen levering.

Zou de bewogen levering aan de levering van C aan B worden toegerekend, dan zou B een belastbare levering in het Duitse binnenland verrichten. Daartoe zou hij zich in voorkomend geval in Duitsland voor de btw moeten registreren, btw-aangiften moeten indienen en btw moeten vermelden en afdragen.

Terug naar overzicht