In dit artikel leest u de belangrijkste wijzigingen op het gebied van recht en belastingen vanaf 2018.
En DIT verandert er…
Geringwaardige bedrijfsmiddelen: grenzen drastisch verhoogd
Met betrekking tot zogenoemde geringwaardige bedrijfsmiddelen (GwG) zijn niet alleen de grenzen verhoogd, maar zijn tegelijkertijd ook de documentatieverplichtingen versoepeld. Als GwG gelden vanaf 01.01.2018 alle zelfstandig bruikbare bedrijfsmiddelen met een waarde tot € 800,– netto (voorheen: € 410,– netto).
Dit betekent dat alle bedrijfsmiddelen die in de zin van deze regeling als geringwaardig moeten worden aangemerkt en vanaf 01.01.2018 worden aangeschaft, direct en volledig mogen worden afgeschreven.
Ook is ten aanzien van de documentatie een vereenvoudigingsregeling ingevoerd, op grond waarvan alle bedrijfsmiddelen met een waarde tot € 250,– netto niet meer in een afzonderlijk register hoeven te worden opgenomen.
Let op: onaangekondigde kascontrole toegestaan
De zogenoemde „Kassengesetz“ vormt een belangrijke wijziging voor alle bedrijven met contante transacties. Reeds vanaf 01.01.2017 moesten bedrijven met kassasystemen hun elektronische kassa's upgraden. Met ingang van 1 januari 2018 maakt de wet nu een onaangekondigde kascontrole mogelijk, waarbij de Finanzämter bedrijven zonder aankondiging tijdens de gebruikelijke openings- en werktijden kunnen controleren. Daarnaast mogen en moeten in de aanloop daartoe anonieme testaankopen door de controleurs worden uitgevoerd.
Belangrijk: u dient vanaf 01.01.2018 alle organisatorische documenten die de kassa betreffen (bijv. gebruiksaanwijzingen, programmerings- en instellingsprotocollen, enz.) voor de zekerheid binnen handbereik te hebben, aangezien de controleur deze in het kader van de kascontrole zal opvragen.
Over dit onderwerp hebben wij onze cliënten reeds uitgebreid geïnformeerd in het kader van meerdere seminars – laatstelijk door een actieve belastinginspecteur. Seminar gemist? Op verzoek sturen wij u graag de bijbehorende seminardocumenten toe; neem hiervoor kort contact op met ons secretariaat.
Belastingvrije bedragen opnieuw verhoogd
In 2018 stijgen het basisvrijstellingsbedrag (Grundfreibetrag), de kindervrijstelling (Kinderfreibetrag) en de kinderbijslag (Kindergeld) verder.
Het basisvrijstellingsbedrag wordt verhoogd van € 8.820,00 naar € 9.000,00, dus met € 180,00.
De kindervrijstelling wordt met € 72,00 verhoogd en stijgt daarmee van € 4.716,00 naar € 4.788,00.
De kinderbijslag voor het 1e en 2e kind stijgt met € 2,00, zodat deze vanaf 2018 € 194,00 bedraagt.
De kinderbijslag voor het 3e kind wordt verhoogd tot € 200,00 en voor het 4e en elk volgend kind wordt voortaan een bedrag van € 225,00 betaald. De verhoging van de vrijstellingen zal echter pas merkbaar worden in uw inkomstenbelastingaangifte 2018.
Minder bewijsstukken voor het Finanzamt
Vanaf 2018 (geldt voor belastingaangiften vanaf 2017) hoeven veel bewijsstukken niet meer bij het Finanzamt te worden ingediend, maar alleen nog te worden bewaard.
Nieuwe termijn voor vrijstellingsopdrachten bij vermogensinkomsten
Tot nu toe moesten vrijstellingsopdrachten (Freistellungsaufträge) voor inkomsten uit vermogen altijd in het lopende jaar worden ingediend. Deze termijn is nu door de belastingdienst verlengd, zodat u vanaf 2018 in beginsel steeds tot 31.01 van het volgende jaar de tijd heeft. Zo kan de aanvraag bijvoorbeeld voor 2017 nog tot 31.01.2018 worden ingediend of voor het afgelopen jaar worden gewijzigd. Dit heeft als voordeel dat het vrijstellingsvolume voortaan optimaler kan worden verdeeld, wat met name bij meerdere bankrelaties zinvol kan zijn. Banken mogen echter zelf beslissen of zij deze „termijnverlenging“ overnemen of de bestaande termijn handhaven. Wij raden daarom dringend aan uw bank(en) hierop aan te spreken om na te gaan of deze zich daadwerkelijk bij de nieuwe regeling aansluit/aansluiten.
Beleggingsfondsen: beleggers moeten nieuwe fiscale regels in acht nemen
Het belastingstelsel voor publieksfondsen verandert vanaf 01.01.2018 op wezenlijke punten.
Automatische combinatie van belastingklassen IV/IV bij pasgehuwde stellen
Vanaf 01.01.2018 worden alle stellen direct na het huwelijk ingedeeld in belastingklasse IV/IV, ongeacht of beide partners werkzaam zijn of niet. Wij raden daarom alle pas gehuwde stellen dringend aan te laten controleren of deze belastingklasse voor hen wel de meest gunstige is. Neem in twijfelgevallen contact met ons op; wij berekenen graag de meest gunstige keuze van belastingklasse voor u.
Wettelijk minimumloon
Vanaf 2018 zijn er geen uitzonderingen meer en geldt het wettelijk minimumloon in alle branches waarvoor geen algemeen verbindend verklaarde branche-minimumlonen bestaan. Cao's die onder het minimumloon liggen, zijn dan niet meer toegestaan.
De branche-minimumlonen worden door vakbonden en werkgevers in een cao onderhandeld en door de politiek algemeen verbindend verklaard. De algemeen verbindend verklaarde branche-minimumlonen zijn over het algemeen hoger dan het wettelijk minimumloon en gelden voor alle bedrijven in de branche – ook voor degene die niet onder een cao vallen.
Volgens de wet op het minimumloon wordt het wettelijk minimumloon elke 2 jaar opnieuw vastgesteld en bedraagt het ook in 2018 € 8,84. Pas per 01.01.2019 kan het minimumloon weer worden verhoogd. Daartoe zal de minimumloncommissie in de loop van 2018 een voorstel met betrekking tot de hoogte van het minimumloon aan de federale regering doen.
Wet op de moederschapsbescherming in 2018 opnieuw uitgebreid
De nieuwe wet op de moederschapsbescherming (Mutterschutzgesetz) is deels al in 2017 in werking getreden. In 2018 moeten onder andere de beschermingstermijnen vóór en na de geboorte van het kind ook gelden voor scholieren en studenten. In totaal verbetert de nieuwe wet de ontslagbescherming en verplicht zij werkgevers om de werkplekken en arbeidsomstandigheden nu duidelijker zo in te richten dat een zwangerschap geen negatieve invloed heeft op de beroepsuitoefening. Daarnaast geldt een nieuwe vergunningsprocedure voor nachtarbeid.
Algemene verordening gegevensbescherming
Vanaf mei 2018 geldt in heel Europa een nieuwe Algemene verordening gegevensbescherming. Daarmee wordt het privacyrecht binnen Europa geharmoniseerd, om het individu meer controle over zijn gegevens te geven.
Arbeidsongeschiktheidspensioen
Het arbeidsongeschiktheidspensioen (Erwerbsminderungsrente) stijgt vanaf januari 2018. Wie in de toekomst arbeidsongeschikt wordt, zal stapsgewijs tot 2024 gemiddeld tot 7 procent meer arbeidsongeschiktheidspensioen ontvangen. Daarnaast wordt de „Zurechnungszeit“ (toerekeningsperiode) stapsgewijs met 3 jaar verlengd. Tot nu toe werd men bij de ontvangst van een arbeidsongeschiktheidspensioen behandeld alsof men tot een leeftijd van 62 jaar volledig werkzaam was geweest. In de toekomst wordt deze „Zurechnungszeit“ verhoogd tot 65 jaar.
Nieuwe wet ter versterking van bedrijfspensioenen
De nieuwe wet ter versterking van bedrijfspensioenen (Betriebsrentenstärkungsgesetz) moet in de toekomst ook medewerkers in kleine bedrijven en werknemers met een laag inkomen toegang geven tot bedrijfspensioenen. Zij moet bijdragen aan het aantrekkelijker maken en sterker verankeren van bedrijfspensioenen in kleine bedrijven en zo laagverdieners beschermen tegen armoede op latere leeftijd.
In het kader van deze wet is bijvoorbeeld het volgende besloten:
-
Verhoging van het belastingvrije maximumbedrag in het kader van het bedrijfspensioen. Indien u eventuele betalingen belasting- en sociale verzekeringsvrij in het bedrijfspensioen wenst te storten, neem dan contact op met onze salarisadministratie; zij geeft u graag gedetailleerde informatie voor uw specifieke situatie.
-
Achtergrond: tot nu toe kon tot 4% van de premiegrondslag van de wettelijke pensioenverzekering belasting- en sociale verzekeringsvrij in een bedrijfspensioen worden ingelegd. Daarnaast bestond voor overeenkomsten die vanaf 01.01.2005 zijn afgesloten een aanvullende belastingvrijstelling van € 1.800,–. Dit bedrag vervalt weliswaar vanaf 2018, maar daarvoor in de plaats wordt tot 8% van de premiegrondslag van de wettelijke pensioenverzekering belastingvrij gesteld. Houd er rekening mee dat belastingvrije stortingen niet automatisch ook volledig sociale verzekeringsvrij zijn. In het kader van het bedrijfspensioen blijft het voor de vrijstelling van sociale premies bij de bestaande premiegrondslag van 4%.
-
Stimuleringsbedrag voor werkgevers in het kader van het bedrijfspensioen van bepaalde werknemers
-
De wet voorziet bovendien in een nieuw stimuleringsbedrag om de opbouw van een bedrijfspensioen voor werknemers met een maandinkomen tot € 2.200,– te ondersteunen. Onder bepaalde voorwaarden kan de werkgever 30% van het werkgeversdeel aan het bedrijfspensioen van de loonbelastingaangifte aftrekken. De werkgeversbijdrage moet ten minste € 240,– en ten hoogste € 480,– per kalenderjaar bedragen. Het stimuleringsbedrag ligt daarmee tussen € 72,– en € 144,– per jaar.
-
Verhoging van de basistoeslag bij het Riester-pensioen. Daarnaast is voor zakelijke en particuliere Riester-contracten in de uitkeringsfase de premieplicht in de ziektekosten- en zorgverzekering afgeschaft. Er vindt dus geen dubbele premieheffing meer plaats. Ondernemingen met maandelijks variabele lonen kunnen de sociale verzekeringsbijdragen op basis van de cijfers van de voorgaande maand schatten, zodat de betalingstermijn voor de aangifte en betaling van de premies tijdig kan worden nagekomen (peildatum voor betalingen: derde tot laatste bankwerkdag van de lopende maand). Het verschil met de daadwerkelijk af te dragen waarde wordt vervolgens eenvoudigweg in de volgende maand afgedragen of van de premieschuld afgetrokken.
-
Deze vereenvoudiging is reeds in 2017 zonder beperking tot alle ondernemingen uitgebreid.
-
Vereenvoudigde procedure voor de schattingsprocedure voor sociale verzekeringsbijdragen
-
De basistoeslag bij het Riester-pensioen is sinds 2008 ongewijzigd. Vanaf 2018 wordt deze verhoogd van € 154,– naar € 175,–. Let op: het maximumbedrag voor de aftrek als bijzondere uitgave (Sonderausgabenabzug) van de direct Riester-gerechtigde bedraagt echter, zoals voorheen, € 2.100,–, waardoor het belastingvoordeel door de aftrek als bijzondere uitgave in het kader van de belastingaangifte tegelijkertijd geringer uitvalt.
EINDE voor het biljet van € 500,–
De Europese Centrale Bank stopt aan het einde van het jaar met de uitgifte van het biljet van € 500,–. De afschaffing was al in 2016 besloten. Geen paniek: de waarde van bestaande biljetten blijft uiteraard onbeperkt behouden.
Particuliere bouwheren krijgen meer rechten
Vanaf 1 januari 2018 gelden strengere verplichtingen voor (bouw)bedrijven. Zo moeten ondernemingen aan particuliere bouwheren gedetailleerdere bouwbeschrijvingen overhandigen dan voorheen, zodat huizenbouwers verschillende offertes beter kunnen vergelijken en in het kader van eventuele geschillen bewijzen kunnen aanvoeren. Verder moeten bindende gegevens over de opleveringstermijn worden verstrekt. Overigens kunnen bouwcontracten door particuliere bouwheren binnen 14 dagen worden herroepen.
Nieuwe Europese regels voor het betalingsverkeer
Vanaf 13 januari 2018 gelden nieuwe, in heel Europa uniforme regels voor het betalingsverkeer. Bankklanten zijn op grond hiervan bijvoorbeeld bij misbruik van hun bank- of creditcards of bij door internetbankieren ontstane schade nog slechts tot maximaal € 50,– aansprakelijk.
Daarnaast mogen online-handelaren op grond van deze regels geen aparte kosten meer in rekening brengen voor betalingen met creditcard. Vooruitblik: vanaf november 2018 zijn realtime-overboekingen binnen de eurozone mogelijk.
Veelgestelde vragen
Veelgestelde vragen
Welke nieuwe waardegrenzen gelden vanaf 2018 voor geringwaardige bedrijfsmiddelen (GwG)?
Vanaf 01.01.2018 gelden zelfstandig bruikbare bedrijfsmiddelen tot een nettowaarde van 800 euro als GwG (voorheen 410 euro) en kunnen direct volledig worden afgeschreven. Daarnaast is de documentatieplicht versoepeld: bedrijfsmiddelen tot 250 euro netto hoeven niet meer in een afzonderlijk register te worden opgenomen.
Wat betekent de onaangekondigde kascontrole (Kassennachschau) vanaf 2018 voor bedrijven met contante transacties?
Sinds 01-01-2018 mogen Duitse belastingdiensten (Finanzämter) bedrijven met contante transacties zonder voorafgaande aankondiging tijdens de gebruikelijke openingstijden controleren. Ook anonieme testaankopen door controleurs vooraf zijn toegestaan. Bedrijven dienen alle kasgerelateerde organisatiedocumenten zoals handleidingen evenals programmerings- en instellingsprotocollen direct beschikbaar te houden.
Hoe zijn de Grundfreibetrag, Kinderfreibetrag en Kindergeld in 2018 veranderd?
De Grundfreibetrag (belastingvrije voet) stijgt in 2018 van 8.820 naar 9.000 euro, de Kinderfreibetrag (kindgebonden belastingvrije voet) van 4.716 naar 4.788 euro. Het Kindergeld (kinderbijslag) wordt met 2 euro per maand verhoogd: 194 euro voor het 1e en 2e kind, 200 euro voor het 3e kind en 225 euro voor elk volgend kind. De effecten worden pas zichtbaar in de inkomstenbelastingaangifte over 2018.
Tot wanneer kunnen vrijstellingsverzoeken voor kapitaalinkomsten vanaf 2018 worden ingediend?
Vanaf 2018 kunnen Freistellungsaufträge (vrijstellingsverzoeken) in principe met terugwerkende kracht tot 31 januari van het volgende jaar worden ingediend of gewijzigd. Zo kan het vrijstellingsvolume achteraf optimaal over meerdere bankrelaties worden verdeeld. Elke bank beslist echter zelf of zij deze termijnverlenging toepast; navraag bij de betreffende bank wordt daarom aanbevolen.
Welke Steuerklasse (Duitse belastingklasse) krijgen pas getrouwde paren vanaf 2018 automatisch?
Vanaf 01-01-2018 worden alle paren na het huwelijk automatisch ingedeeld in de Steuerklasse-combinatie IV/IV, ongeacht of beide partners werken. Omdat dit niet altijd de voordeligste variant is, dient de keuze van de Steuerklasse individueel te worden beoordeeld en zo nodig te worden aangepast.
Welke wijzigingen brengt het Betriebsrentenstärkungsgesetz 2018 met zich mee bij de belastingvrije inleg?
Het belastingvrije maximumbedrag voor inleg in de bedrijfspensioenregeling stijgt naar maximaal 8 procent van de premiegrondslag van de wettelijke pensioenverzekering. Daartegenover vervalt de tot dusver geldende aanvullende belastingvrijstelling van 1.800 euro voor contracten vanaf 2005. Belangrijk: de vrijstelling van sociale premies blijft beperkt tot 4 procent van de premiegrondslag.