Vanaf 2023 zijn de regels voor de werkkamer thuis en het thuiswerkforfait herzien. Het Bundesfinanzministerium (BMF) heeft in een brief uitleg gegeven over details van de nieuwe regelingen.
Werkkamer thuis
In beginsel is een volledige aftrek van de kosten voor de werkkamer thuis alleen mogelijk wanneer deze het middelpunt van de gehele beroepsmatige activiteit vormt. Ter vereenvoudiging is echter vanaf 01-01-2023 een jaarlijks forfaitair bedrag van € 1.260 ingevoerd, dat zonder verdere bewijsstukken in mindering kan worden gebracht op de werkbonuskosten of bedrijfskosten. Pas wanneer de werkelijke jaarlijkse kosten voor de werkkamer thuis hoger zijn dan het forfaitaire bedrag, moeten de uitgaven in detail worden aangetoond.
Het jaarlijkse forfaitaire bedrag geldt per werknemer precies één keer. Bij meerdere werkzaamheden kan het forfait dus niet meerdere keren worden toegepast, maar moet het naar rato worden verdeeld. Het BMF stelt bovendien duidelijk dat naast de gebruikelijke werkmiddelen ook kosten voor beroepsmatig telefoneren en internet geen uitgaven voor een werkkamer thuis vormen. Deze kosten hoeven dus niet in het forfait van € 1.260 te worden opgenomen, maar kunnen apart als werkbonuskosten respectievelijk bedrijfskosten worden opgevoerd.
De werkkamer thuis moet ook in de toekomst een afgesloten ruimte zijn, die qua inrichting praktisch uitsluitend voor beroepsmatig gebruik is bestemd. Een eenvoudige werkhoek kan alleen in het kader van het thuiswerkforfait in aanmerking worden genomen.
Thuiswerkforfait
Vanaf 01-01-2023 is het thuiswerkforfait verruimd en ruimhartiger vormgegeven. Volgens de nieuwe regeling kan nu per thuiswerkdag € 6 worden opgevoerd, voor maximaal 210 dagen per jaar (dus maximaal € 1.260). Tot en met 31-12-2022 kon het thuiswerkforfait worden opgevoerd met een maximumbedrag van € 600 per jaar (120 dagen à € 5).
Ook hier heeft het BMF verduidelijkt dat uitgaven voor telefoon en internet apart kunnen worden opgevoerd en niet met het forfait zijn afgedaan. Verder stelt het BMF duidelijk: wanneer bij een dubbele huishouding al kosten voor de woning op de werkplek zijn opgevoerd, kan voor de daar in thuiswerk doorgebrachte werkdagen niet nogmaals het thuiswerkforfait worden geclaimd.
Aftrek van het forfait is toegestaan voor elke dag waarop de bedrijfsmatige of beroepsmatige werkzaamheden overwegend in de woning worden verricht. Naast het dagforfait mogen reiskosten in beginsel niet worden afgetrokken. Er zijn echter twee uitzonderingen.
Geval 1: Oefent de werknemer naast de werkzaamheden in de woning ook nog een werkzaamheid buiten de vaste werkplek uit, dan kan hij zowel het dagforfait als de reiskosten aftrekken. Het dagforfait wordt echter alleen toegekend wanneer de werkzaamheid op die dag overwegend in de woning wordt verricht, dat wil zeggen meer dan de helft van de werkelijke dagelijkse arbeidstijd.
Geval 2: Is voor de beroepsmatige of bedrijfsmatige werkzaamheden duurzaam geen andere werkplek beschikbaar en wordt de werkzaamheid in de woning én op de eerste werkplek of buitenshuis uitgeoefend, dan kunnen zowel het dagforfait als de reiskosten worden afgetrokken. In deze gevallen is niet vereist dat de werkzaamheid overwegend in de woning wordt verricht. Dit geval betreft bijvoorbeeld leraren.