Met uitspraak van 25 februari 2015 (Az. 2 K 1595/13) heeft het Finanzgericht Rheinland-Pfalz (FG) beslist dat een belastingplichtige – ook wanneer hij om beroepsmatige redenen twee woningen heeft – geen twee werkkamers in aftrek kan brengen. Wegens het principiële belang is beroep in cassatie bij het Bundesfinanzhof – BFH – toegelaten. De eisers zijn gehuwd en hebben een woonplaats in Rheinland-Pfalz en een woonplaats in Thüringen. De eiser is zowel zelfstandig werkzaam (seminars en bijscholingscursussen voor Steuerberater (Duitse belastingadviseur)) als – in Thüringen – in loondienst. In de aangifte inkomstenbelasting over het geschiljaar 2009 maakte de eiser kosten voor twee werkkamers (in totaal 2.575 euro) als bedrijfskosten geldend, met de motivering dat hij in elk van beide woningen een werkkamer nodig had voor zijn zelfstandige activiteit. Het verwerende Finanzamt erkende slechts één werkkamer en kosten ten bedrage van slechts 1.250 euro. Bezwaar- en beroepsprocedure van de eisers waren zonder succes. Met (nog niet onherroepelijke) uitspraak van 25 februari 2015 (Az. 2 K 1595/13) sloot het FG Rheinland-Pfalz zich aan bij de opvatting van het verwerende Finanzamt. Ter motivering voerde het FG in hoofdzaak het volgende aan: In het Einkommensteuergesetz (EStG) is geregeld dat uitgaven voor een werkkamer in de eigen woning slechts onder bepaalde voorwaarden en dan meestal alleen beperkt tot het maximumbedrag van 1.250 euro aftrekbaar zijn. Slechts bij uitzondering, wanneer de werkkamer het middelpunt van de gehele bedrijfsmatige en beroepsmatige activiteit vormt, kunnen de kosten onbeperkt worden afgetrokken. Dat laatste is bij de eiser niet het geval, omdat hij zijn doceeractiviteit (seminars, bijscholingen enz.) buiten zijn werkkamer uitoefent. Daarom kan hij de uitgaven slechts beperkt tot het maximumbedrag van 1.250 euro aftrekken. Dit maximumbedrag is (ook volgens opvattingen in de juridische vakliteratuur) persoons- en objectgebonden. Daarom kan het ook slechts eenmaal per jaar (en niet twee- of meerdere keren) worden toegekend. Het komt weliswaar voor dat belastingplichtigen in een aanslagtijdvak na elkaar of ook gelijktijdig verschillende werkkamers gebruiken, bijvoorbeeld wegens een verhuizing of wanneer iemand – zoals de eisers – tegelijkertijd twee woningen heeft. Een belastingplichtige kan twee werkkamers echter nooit gelijktijdig gebruiken. Daarom kan het maximumbedrag (1.250 euro) zelfs in deze gevallen slechts eenmaal en niet meermaals worden toegekend. De wetgever heeft de aftrekbeperking enkel opgeheven voor het geval dat de werkkamer het middelpunt van de gehele bedrijfsmatige en beroepsmatige activiteit vormt. Andere situaties (verhuizing, dubbele huishouding enz.) mogen volgens de wil van de wetgever er niet toe leiden dat het aftrekkader (1.250 euro) wordt overschreden of meermaals wordt benut. Dat het maximumbedrag persoons- en objectgebonden is, kan overigens ook in het voordeel van de belastingplichtige uitwerken. Zo heeft het Bundesfinanzhof (BFH) bijvoorbeeld beslist dat ook een belastingplichtige die slechts gedurende bepaalde maanden (dus niet het hele jaar) een werkkamer heeft, recht heeft op het volledige (ongekorte) maximumbedrag. Het FG liet beroep in cassatie toe, omdat in hoogste instantie tot dusverre niet is opgehelderd of een belastingplichtige die in elk van zijn beide huishoudens een werkkamer gebruikt, het maximumbedrag (1.250 euro) eenmaal of tweemaal in aftrek kan brengen.

Veelgestelde vragen
Veelgestelde vragen
Kunnen twee thuiswerkkamers fiscaal worden afgetrokken?
Nee, volgens het arrest van het FG Rheinland-Pfalz van 25-02-2015 (Az. 2 K 1595/13) kan een belastingplichtige ook bij twee woonadressen om beroepsmatige redenen niet twee werkkamers aftrekken. Het maximumbedrag van 1.250 euro is persoons- en objectgebonden en wordt slechts eenmaal per jaar toegekend. Een gelijktijdig gebruik van twee werkkamers is feitelijk uitgesloten.
Wanneer zijn kosten voor een werkkamer aan huis onbeperkt aftrekbaar?
Uitgaven voor een werkkamer aan huis zijn alleen onbeperkt aftrekbaar wanneer de werkkamer het middelpunt vormt van de gehele zakelijke en beroepsmatige activiteit. Ligt het zwaartepunt van de werkzaamheden – bijvoorbeeld bij seminars of lezingen – buiten de werkkamer, dan is de aftrek beperkt tot het maximumbedrag van 1.250 euro per jaar.
Welke gevolgen heeft de objectgebondenheid van het maximumbedrag voor de werkkamer?
De objectgebondenheid betekent dat het maximumbedrag van 1.250 euro per belastingplichtige en per jaar slechts eenmaal wordt toegekend, ongeacht of er meerdere werkkamers worden gebruikt. Zij kan echter ook in het voordeel van de belastingplichtige uitpakken: volgens de BFH geldt het volledige, ongekorte maximumbedrag ook als de werkkamer slechts enkele maanden per jaar wordt gebruikt.
Geldt het maximumbedrag van 1.250 euro ook bij een verhuizing of dubbele huishouding?
Ja, het maximumbedrag wordt ook bij een verhuizing of dubbele huishouding slechts één keer per jaar toegekend. De wetgever heeft de aftrekbeperking uitsluitend opgeheven voor het geval dat de werkkamer het middelpunt van de gehele werkzaamheid vormt. Andere situaties mogen het aftrekkader noch verhogen, noch meervoudig benutten.
Is het arrest over twee werkkamers in kracht van gewijsde gegaan?
Nee, het arrest van het FG Rheinland-Pfalz van 25-02-2015 (Az. 2 K 1595/13) is niet in kracht van gewijsde gegaan. Wegens het principiële belang is beroep in cassatie bij de BFH toegelaten, omdat in hoogste instantie nog niet is uitgemaakt of bij gebruik van twee werkkamers in twee huishoudens het maximumbedrag één of twee keer mag worden afgetrokken.