Kennis

Geen toerekening voor de Gewerbesteuer bij terbeschikkingstelling van hotelkamers aan reisorganisatoren

Vergoedingen die een reisorganisator aan hoteliers betaalt voor het beschikbaar stellen van hotelkamers, vallen niet onder de toerekening voor de Gewerbesteuer. Dit heeft het Bundesfinanzhof beslist in zijn arrest van 25-07-2019 – III R 22/16

2 min leestijdBijgewerkt: 2021-01-12Aanbevolen

Vergoedingen die een reisorganisator aan hoteliers betaalt voor het beschikbaar stellen van hotelkamers, vallen niet onder de toerekening voor de Gewerbesteuer. Dit heeft het BFH beslist in zijn arrest van 25-07-2019 – III R 22/16 met betrekking tot § 8 Nr. 1 letter d en e van het Gewerbesteuergesetz.

Volgens deze bepalingen worden bij de Gewerbesteuer aan de op grond van de voorschriften van het inkomstenbelasting- of vennootschapsbelastingrecht vastgestelde winst de huur- en pachtsommen die eerder winstverlagend in aanmerking zijn genomen, gedeeltelijk weer toegerekend, indien de vermogensbestanddelen tot het vaste activa van de onderneming van de belastingplichtige behoren.

Eiseres is in de rechtsvorm van een GmbH actief als reisorganisator en organiseert pakketreizen. Daartoe heeft zij met andere dienstverleners in binnen- en buitenland (binnen Europa) overeenkomsten gesloten over typische voorprestaties op reisgebied, in het bijzonder overnachtingen, personenvervoer, maaltijden, begeleiding en activiteiten op de bestemming.

In het kader van haar Gewerbesteueraangifte voor 2008 heeft eiseres weliswaar toerekeningen verricht voor door haar betaalde huur- en pachtsommen, maar uitsluitend met betrekking tot de door haar gehuurde bedrijfsruimten. De aan de hoteliers betaalde vergoedingen bleven bij de toerekeningen buiten beschouwing.

Het Finanzamt was na uitvoering van een boekenonderzoek echter van mening dat niet integraal een hoteldienst werd "ingekocht", maar dat een deel van de aan de hoteliers betaalde vergoeding betrekking had op de "huur" van hotelkamers. Dienovereenkomstig verhoogde het de ondernemingswinst met het wettelijk voorziene deel van deze huursommen. Het Finanzgericht volgde deze opvatting.

Het BFH oordeelde daarentegen dat het beroep in cassatie van eiseres gegrond was. De toerekening vereist naast het bestaan van een huur- of pachtovereenkomst dat de gehuurde of gepachte vermogensbestanddelen bij fictieve beschouwing tot het vaste activa van de belastingplichtige zouden behoren, indien deze in zijn eigendom zouden zijn. Dit laatste werd door het BFH ontkend, aangezien bij een slechts kortstondige terbeschikkingstelling van de hotelkamers ook slechts een overeenkomstig kortstondige eigendomspositie van eiseres moet worden verondersteld. Voor de toerekening van vermogensbestanddelen aan vaste of vlottende activa moet het concrete bedrijfsdoel van de onderneming in aanmerking worden genomen en – voor zover mogelijk – worden aangesloten bij de bedrijfsmatige omstandigheden van de belastingplichtige.

Doorslaggevend is in dit verband dat het bedrijfsmodel van een reisorganisator zoals eiseres typisch geen langdurig gebruik vereist van de door de hoteliers ter beschikking gestelde vermogensbestanddelen. Veeleer dient het slechts in tijd beperkte gebruik van de vermogensbestanddelen om aan de behoefte van de reisorganisator te voldoen zich voortdurend aan te kunnen passen aan veranderende marktvereisten, zoals gewijzigde wensen van klanten of veranderde omstandigheden op de bestemming van de reis.

Omdat het FG tot dusver slechts bij tussenarrest over deelvragen had beslist, werd de zaak terugverwezen naar het Finanzgericht.

Veelgestelde vragen

Veelgestelde vragen

  • Vallen vergoedingen van reisorganisatoren aan hoteliers onder de bijtelling voor de bedrijfsbelasting (Gewerbesteuer)?

    Nee, het Bundesfinanzhof heeft bij arrest van 25-07-2019 (III R 22/16) beslist dat vergoedingen die een reisorganisator betaalt aan hoteliers voor de terbeschikkingstelling van hotelkamers niet hoeven te worden bijgeteld op grond van § 8 Nr. 1 letter d en e GewStG. De hotelkamers zouden bij een fictieve eigendomspositie geen vast bedrijfsmiddel van de reisorganisator vormen.

    Permalink naar de vraag

  • Aan welke voorwaarden moet zijn voldaan voor een bijtelling van huur- en pachttermijnen volgens § 8 Nr. 1 GewStG?

    Er moet een huur- of pachtovereenkomst bestaan en de gehuurde of gepachte bedrijfsmiddelen zouden bij fictieve beschouwing tot het vaste actief van de belastingplichtige moeten behoren als deze zijn eigendom waren. Ontbreekt deze fictieve toerekening aan het vaste actief, dan vervalt de bijtelling.

    Permalink naar de vraag

  • Waarom worden hotelkamers bij een reisorganisator niet tot het fictieve vaste activa gerekend?

    Het bedrijfsmodel van een reisorganisator vereist doorgaans geen langdurig gebruik van de hotelkamers. De slechts kortstondige terbeschikkingstelling leidt ook tot een slechts kortstondige fictieve eigenaarspositie, zodat de bedrijfsmiddelen tot de vlottende activa en niet tot de vaste activa zouden moeten worden gerekend. Reisorganisatoren moeten flexibel kunnen reageren op marktveranderingen en klantenwensen.

    Permalink naar de vraag

  • Hoe wordt het onderscheid tussen vaste activa en vlottende activa gemaakt bij de bijtelling voor de Gewerbesteuer?

    Bepalend is het concrete bedrijfsdoel van de onderneming. Er moet zoveel mogelijk worden aangesloten bij de feitelijke bedrijfsomstandigheden van de belastingplichtige. Bedrijfsmiddelen die slechts kortstondig worden gebruikt en de lopende bedrijfsvoering dienen, behoren doorgaans tot de vlottende activa.

    Permalink naar de vraag

  • Welke praktische betekenis heeft het BFH-arrest voor reisorganisatoren?

    Reisorganisatoren hoeven de aan hoteliers betaalde vergoedingen voor het ter beschikking stellen van hotelkamers niet op te nemen in de bijtelling voor de Gewerbesteuer (Duitse bedrijfsbelasting). Dit leidt tot een lagere Gewerbesteuer-last. Het arrest biedt rechtszekerheid met betrekking tot typische ingekochte reisprestaties zoals overnachtingen.

    Permalink naar de vraag

Terug naar overzicht