Kennis

Belastingdienst mag volgens BFH geen te strenge eisen stellen aan de factuurvermelding van het tijdstip van de prestatie!

Volgens een recent gepubliceerd arrest van de BFH van 01-03-2018, AZ V R 18/17 legt de BFH de regels voor factuurvermeldingen met betrekking tot het tijdstip van de prestatie zeer ruim uit ten gunste van ondernemers die recht hebben op aftrek van voorbelasting

1 min leestijdAanbevolen

Volgens een recent gepubliceerd arrest van de BFH van 01-03-2018, AZ V R 18/17 legt de BFH de regels voor factuurvermeldingen met betrekking tot het tijdstip van de prestatie zeer ruim uit ten gunste van ondernemers die recht hebben op aftrek van voorbelasting. Hieruit volgt dat de vermelding van de kalendermaand als tijdstip van de prestatie ook kan blijken uit de uitgiftedatum van de factuur, wanneer op grond van de omstandigheden van het concrete geval kan worden aangenomen dat de prestatie is verricht in de maand waarin de factuur is opgesteld.

Feiten:

In de onderhavige zaak had eiseres de voorbelasting uit aan haar uitgevoerde leveringen van personenauto's in aftrek gebracht. Met de facturen was telkens afgerekend over eenmalige, in de branche gebruikelijke leveringen van personenauto's, die gelijktijdig met of in onmiddellijk verband met de facturering werden uitgevoerd. Deze facturen bevatten echter geen vermelding van het belastingnummer van de leverancier en evenmin van het tijdstip van levering. Daarom weigerde het Finanzamt de aftrek van voorbelasting met als motivering dat de facturen niet correct waren opgesteld. Met de procedure bij het Finanzgericht had eiseres succes; het Finanzamt stelde echter tegen dit FG-arrest beroep in cassatie in bij de BFH.

De BFH is van oordeel dat alleen al uit de uitgiftedatum van de factuur blijkt dat de betreffende levering in de kalendermaand van de facturering is uitgevoerd en dat dus uit de vermelding van de uitgiftedatum van de factuur het tijdstip van levering blijkt of voortvloeit. Daarmee moet de vermelding van de uitgiftedatum worden beschouwd als formeel juiste vermelding in de zin van de Umsatzsteuerdurchführungsverordnung.

Daarmee maakt de BFH het voor veel belastingplichtigen eenvoudiger om gebruik te maken van de aftrek van voorbelasting en beperkt zo de strenge regels van de belastingdienst enigszins, respectievelijk legt deze ruimer uit ten gunste van belastingplichtigen.

Veelgestelde vragen

Veelgestelde vragen

  • Volstaat de factuurdatum als vermelding van het tijdstip van de prestatie voor de aftrek van voorbelasting?

    Ja, volgens het arrest van het BFH van 01-03-2018 (V R 18/17) kan de vermelding van het tijdstip van de prestatie blijken uit de uitgiftedatum van de factuur. Voorwaarde is dat op grond van de omstandigheden van het concrete geval mag worden aangenomen dat de prestatie is verricht in de maand waarin de factuur is opgesteld. Een aanvullende afzonderlijke vermelding van de prestatiedatum is dan niet dwingend vereist.

    Permalink naar de vraag

  • In welke gevallen volstaat de factuurdatum als prestatietijdstip?

    De factuurdatum volstaat met name bij in de branche gebruikelijke leveringen die direct met de facturering worden uitgevoerd, zoals bij autoleveringen. In zulke situaties blijkt uit de omstandigheden dat levering en facturering in dezelfde kalendermaand hebben plaatsgevonden. Daarmee is voldaan aan de formele eis van de Umsatzsteuerdurchführungsverordnung (Duitse uitvoeringsverordening omzetbelasting).

    Permalink naar de vraag

  • Welke betekenis heeft het BFH-arrest V R 18/17 voor de praktijk van de voorbelastingaftrek?

    Het arrest vergemakkelijkt de voorbelastingaftrek voor ondernemers, omdat de belastingdienst niet langer elke ontbrekende expliciete vermelding van het prestatietijdstip mag aanmerken. De BFH legt de formele factuurvereisten ruimhartiger uit ten gunste van de belastingplichtigen. Dit vermindert het risico dat de voorbelastingaftrek om louter formele redenen wordt geweigerd.

    Permalink naar de vraag

  • Mag de Belastingdienst de vooraftrek weigeren als de leveringsdatum niet uitdrukkelijk wordt vermeld?

    Nee, voor zover het tijdstip van de prestatie kan worden afgeleid uit de factuurdatum, mag de Belastingdienst de vooraftrek niet weigeren enkel wegens het ontbreken van een afzonderlijke vermelding van de leveringsdatum. De vermelding geldt dan als formeel correct. Dit heeft de BFH verduidelijkt, in afwijking van de strengere opvatting van de belastingadministratie.

    Permalink naar de vraag

  • Welke verplichte factuurvermeldingen waren in de BFH-zaak omstreden?

    Omstreden waren het ontbreken van het concrete leveringstijdstip en van het belastingnummer van de leverancier op facturen voor autoleveringen. De BFH accepteerde de factuurdatum als voldoende vermelding van het prestatietijdstip, aangezien de levering herkenbaar in dezelfde maand had plaatsgevonden. Daardoor bleef het recht op aftrek van voorbelasting behouden.

    Permalink naar de vraag

Terug naar overzicht