Mag de Belastingdienst naast de officiële waarden voor goederenonttrekkingen in de levensmiddelendetailhandel ook bijschattingen toepassen voor zogenoemde 'non-foodartikelen'? Met deze vraag hield het FG Münster zich bezig.
Zaak FG Münster: eenmanszaak, bijtelling onttrekking van 'non-foodartikelen'
Eiser is bedrijfsleider van twee filialen in de levensmiddelendetailhandel. De winstbepaling vindt plaats overeenkomstig § 4 Abs. 1 i.V.m. § 5 EStG in de vorm van een vergelijking van het bedrijfsvermogen. Het assortiment van beide filialen omvat een breed scala aan artikelen. Daartoe behoren naast klassieke levensmiddelen en dranken ook genotmiddelen (tabaksproducten) en zogenoemde 'non-foodartikelen' (bijv. was- en schoonmaakmiddelen, hygiëne- en cosmeticaproducten enz.). In de geschiljaren (2015 – 2017) onttrok de ondernemer artikelen uit het volledige assortiment. Omdat hij geen afzonderlijke registratie bijhield van de gedane goederenonttrekkingen, hanteerde hij in plaats daarvan de forfaitaire bedragen voor goederenonttrekkingen uit het op dat moment geldende BMF-schrijven. Bij een boekenonderzoek door de Belastingdienst werden deze forfaitaire bedragen verhoogd, omdat naar hun opvatting de gehanteerde bedragen uitsluitend de categorieën levensmiddelen en dranken dekken. Om die reden verhoogde de Belastingdienst de vastgestelde winst met forfaitaire bedragen voor non-levensmiddelen (zogenoemde 'non-foodartikelen') ten bedrage van 140 EUR netto per maand vermeerderd met omzetbelasting. Eiser tekende eerst bezwaar aan tegen de correctie bij de bevoegde Belastingdienst. Deze deelde echter de opvatting van het boekenonderzoek en wees het bezwaar af.
FG Münster: beroep gegrond
Het FG Münster oordeelde in het voordeel van de belastingplichtige (uitspraak van 29-4-2022, 10 K 1297/20 G,U,F). Het FG Münster motiveerde zijn beslissing als volgt:
- Eiser hield geen registratie bij van de gedane goederenonttrekkingen. Bijgevolg dienen de onttrekkingen overeenkomstig § 162 Abs. 2 S. 2 AO te worden geschat.
- De officiële waarden voor goederenonttrekkingen zijn gebaseerd op ervaringscijfers en zijn slechts bedoeld als hulpmiddel.
- De schatting van de Belastingdienst is qua hoogte onrechtmatig. Een verhoging van de winst door forfaitaire bedragen voor non-levensmiddelen is ontoelaatbaar. In de uitoefening van zijn eigen schattingsbevoegdheid is het gerecht van oordeel dat uitsluitend het forfaitaire bedrag voor de bedrijfstak voedings- en genotmiddelen (detailhandel) toereikend is.
- Hoewel het assortiment van een levensmiddelendetaillist overwegend uit levensmiddelen en dranken zou moeten bestaan, is het algemene levenservaring dat ook zogenoemde 'non-foodartikelen' worden verkocht.
Het FG Münster heeft cassatie tegen zijn uitspraak toegestaan, waardoor de procedure thans aanhangig is bij de BFH. Een uitspraak is hier echter nog niet gedaan.
Veelgestelde vragen
Veelgestelde vragen
Dekken de forfaitaire bedragen voor onttrekkingen in natura ook non-food-artikelen in de levensmiddelendetailhandel?
Volgens het FG Münster (uitspraak van 29-4-2022, 10 K 1297/20) is het forfaitaire bedrag voor de branche voedings- en genotmiddelen (detailhandel) toereikend en dekt het ook de onttrekking van non-food-artikelen zoals was-, schoonmaak-, hygiëne- of cosmeticaproducten. Een aanvullende schatting door het Finanzamt voor non-food-artikelen is niet toegestaan. De motivering luidt dat het tot de algemene levenservaring behoort dat een levensmiddelendetaillist ook dergelijke artikelen in het assortiment voert.
Welke betekenis hebben de officiële forfaitaire bedragen voor goederenonttrekkingen?
De in de jaarlijkse BMF-circulaire gepubliceerde forfaitaire bedragen zijn gebaseerd op ervaringscijfers en dienen als hulpmiddel bij de schatting van goederenonttrekkingen volgens § 162 Abs. 2 Satz 2 AO. Ze worden toegepast wanneer de belastingplichtige geen afzonderlijke administratie van onttrokken goederen voert. Ze besparen individuele registraties, maar vormen geen starre bovengrens.
Wat gebeurt er fiscaal als een detailhandelaar geen administratie van goederenonttrekkingen bijhoudt?
Als de ondernemer geen afzonderlijke administratie van goederenonttrekkingen voert, is de Duitse Belastingdienst (Finanzamt) op grond van § 162 Abs. 2 Satz 2 AO bevoegd tot schatting. In de praktijk wordt daarbij doorgaans teruggegrepen op de officiële forfaitaire bedragen voor goederenonttrekkingen van de betreffende branche. Deze waarden kunnen door de belastingplichtige worden gehanteerd en worden door het Finanzamt in beginsel erkend.
Is de uitspraak van het FG Münster over non-food-onttrekkingen onherroepelijk?
Nee, het FG Münster heeft cassatie toegestaan en de procedure is aanhangig bij de BFH. Een definitieve uitspraak van de hoogste rechter staat nog uit. Betrokken belastingplichtigen dienen vergelijkbare aanslagen daarom open te houden en zich zo nodig te beroepen op de aanhangige BFH-procedure.
Mag de Duitse Belastingdienst (Finanzamt) de forfaitaire bedragen voor onttrekkingen in natura forfaitair verhogen?
Een forfaitaire verhoging van de officiële waarden met extra bedragen voor non-foodartikelen is volgens het FG Münster onrechtmatig. Het Finanzamt moet in het kader van zijn schattingsbevoegdheid navolgbaar onderbouwen waarom de officiële forfaits in het concrete geval ontoereikend zijn. Het enkele feit dat een levensmiddelendetailhandelaar ook non-foodartikelen voert, rechtvaardigt geen bijschatting.