Kennis

Erfbelastingwet: voorlopige rechtsbescherming wegens toetsing van de grondwettigheid

De BFH heeft in een zaak de tenuitvoerlegging van de aanslag erfbelasting bij beschikking van 21-11-2013 opgeschort totdat het Bundesverfassungsgericht in de procedure 1 BvL 21/12 heeft beslist. Doorslaggevend was dat de BFH het als grondwettig bezwaarlijk beschouwde voorschrift reeds aan het Bundesverfassungsgericht ter toetsing van de grondwettigheid had voorgelegd en in dit geval een gerechtvaardigd belang bij het verlenen van voorlopige rechtsbescherming bestond. Een gerechtvaardigd belang is in elk geval steeds aanwezig wanneer de belastingplichtige bij gebrek aan liquide middelen uit de nalatenschap, zoals contanten, eigen vermogen moet inzetten of verworven vermogensbestanddelen moet vervreemden of bezwaren om de vastgestelde erfbelasting te kunnen voldoen.

1 min leestijd

steffen_partner-erbschafts_schenkungsteuer

De BFH wijzigt bij beschikking van 21-11-2013 (Az. II B 46/13) zijn eerdere rechtspraak ten aanzien van de geldende erfbelastingwet en heeft beslist dat de tenuitvoerlegging van een aanslag erfbelasting wegens de bij het Bundesverfassungsgericht aanhangige normcontroleprocedure moet worden opgeschort, voor zover sprake is van een „gerechtvaardigd belang". Casus: de gescheiden echtgenote van een in september 2011 overleden man zou op grond van diens legaat haar leven lang een maandelijkse uitkering van EUR 2.700 ontvangen. De hierover verschuldigde erfbelasting werd bij aanslag vastgesteld op EUR 71.000, welke zij eind 2012 ook heeft betaald. De Belastingdienst en het Finanzgericht weigerden echter de tenuitvoerlegging van de aanslag erfbelasting op te schorten en wilden de erfbelasting wegens de procedure bij het BVerfG voorlopig niet aan verzoekster terugbetalen. De BFH heeft de tenuitvoerlegging van de aanslag erfbelasting echter bij beschikking van 21-11-2013 opgeschort totdat het Bundesverfassungsgericht in de procedure 1 BvL 21/12 heeft beslist. Doorslaggevend was dat de BFH het als grondwettig bezwaarlijk beschouwde voorschrift reeds aan het Bundesverfassungsgericht ter toetsing van de grondwettigheid had voorgelegd en in dit geval een gerechtvaardigd belang bij het verlenen van voorlopige rechtsbescherming bestond. Een gerechtvaardigd belang is in elk geval steeds aanwezig wanneer de belastingplichtige bij gebrek aan liquide middelen uit de nalatenschap, zoals contanten, eigen vermogen moet inzetten of verworven vermogensbestanddelen moet vervreemden of bezwaren om de vastgestelde erfbelasting te kunnen voldoen. Kan een verkrijger de erfbelasting dus niet uit de verkrijging voldoen, dan kan van hem wegens de aanhangige normcontroleprocedure ook niet worden verlangd dat hij de erfbelasting voorlopig betaalt.

Veelgestelde vragen

Veelgestelde vragen

  • Wanneer kan de tenuitvoerlegging van een Erbschaftsteuerbescheid worden opgeschort wegens grondwettelijke twijfels?

    Volgens de beschikking van het BFH van 21-11-2013 (II B 46/13) kan de tenuitvoerlegging van een Erbschaftsteuerbescheid worden opgeschort zolang de toetsingsprocedure inzake de grondwettigheid van het ErbStG aanhangig is bij het BVerfG (1 BvL 21/12). Voorwaarde is dat de belastingplichtige een gerechtvaardigd belang bij de opschorting aantoont. Daarmee heeft het BFH zijn tot dusver restrictieve rechtspraak gewijzigd.

    Permalink naar de vraag

  • Wat verstaat de BFH onder een 'gerechtvaardigd belang' bij voorlopige rechtsbescherming?

    Een gerechtvaardigd belang bestaat met name wanneer de verkrijger de vastgestelde erfbelasting niet kan voldoen uit liquide middelen van de verkrijging (bijv. contanten). Moet hij in plaats daarvan eigen vermogen inzetten of geërfde vermogensbestanddelen verkopen of bezwaren, dan kan voorlopige betaling van de belasting niet van hem worden gevergd.

    Permalink naar de vraag

  • Welke betekenis heeft de BVerfG-procedure 1 BvL 21/12 voor lopende aanslagen erfbelasting?

    Omdat de BFH de als ongrondwettig beschouwde bepalingen van het ErbStG ter toetsing aan het BVerfG heeft voorgelegd, hebben erfgenamen in beginsel de mogelijkheid om voorlopige rechtsbescherming tegen aanslagen erfbelasting te verkrijgen. Tot de uitspraak van het BVerfG kan de tenuitvoerlegging bij gerechtvaardigd belang worden opgeheven of opgeschort.

    Permalink naar de vraag

  • Kan reeds betaalde Erbschaftsteuer wegens de grondwettelijke procedure voorlopig worden terugbetaald?

    Ja, de BFH heeft in de behandelde zaak de opschorting van de tenuitvoerlegging ook voor reeds betaalde Erbschaftsteuer toegestaan, zodat een voorlopige terugbetaling mogelijk is. Belastingdiensten en belastingrechtbanken hadden dit aanvankelijk afgewezen, maar de BFH verduidelijkte dat bij een gerechtvaardigd belang ook een opschorting van de tenuitvoerlegging in aanmerking komt.

    Permalink naar de vraag

  • Geldt de voorlopige rechtsbescherming automatisch voor alle aanslagen erfbelasting?

    Nee, de voorlopige rechtsbescherming wordt niet automatisch verleend. De belastingplichtige moet hiertoe een verzoek indienen en een gerechtvaardigd belang aantonen, bijvoorbeeld dat de erfbelasting niet uit de nalatenschap zelf kan worden voldaan. Zonder een dergelijke bijzondere belastingsituatie blijft de betalingsplicht bestaan.

    Permalink naar de vraag

Terug naar overzicht