Kennis

Eindelijk akkoord over hervorming erfbelasting: wet treedt na vaststelling met terugwerkende kracht in werking per 01-07-2016!

CDU, CSU en SPD hebben op 20-06-2016 eindelijk overeenstemming bereikt over een nieuwe regeling voor de hervorming van de erf- en schenkbelasting. Een stemming in de Bundesrat is gepland voor 08-07-2016; hoe de Grünen dan zullen stemmen, valt nog af te wachten.

4 min leestijdBijgewerkt: 2016-06-21Aanbevolen

CDU, CSU en SPD hebben op 20-06-2016 eindelijk overeenstemming bereikt over een nieuwe regeling voor de hervorming van de erf- en schenkbelasting. Een stemming in de Bundesrat is gepland voor 08-07-2016; hoe de Grünen dan zullen stemmen, valt nog af te wachten.

Achtergrond:

Het Bundesverfassungsgericht heeft op 17-12-2014 geoordeeld dat de regelingen rond de erfbelastingfaciliteiten voor ondernemingsvermogen gedeeltelijk in strijd zijn met de grondwet. De motivering luidde dat enkele regelingen voor de verschoning van ondernemingsvermogen onverenigbaar zouden zijn met artikel 3 lid 1 van de Duitse grondwet. Daarom heeft het Bundesministerium für Finanzen (BMF) op 02-06-2015 een eerste wetsvoorstel tot hervorming van de erfbelasting gepresenteerd, waarmee grondwettelijk houdbare regelingen tot stand moeten komen. Het totaalakkoord voorziet ten opzichte van het regeringsvoorstel uit 2015 in de volgende aanpassingen:

1. Minder bureaucratie voor kleine ondernemingen

Voor ondernemingen met maximaal vijf werknemers vervalt ook in de toekomst de loonsomtoets voor de toekenning van de vrijstelling van de erf- en schenkbelasting. Bij de bepaling van het aantal werknemers worden seizoenarbeiders niet meegerekend.

2. Misbruik door fiscale constructies wordt beperkt

Indien het niet-begunstigde administratief vermogen meer dan 90% van het totale ondernemingsvermogen bedraagt, wordt de vrijstelling van de erf- en schenkbelasting uitgesloten. Het Bundesverfassungsgericht had uitdrukkelijk geëist dat misbruik door fiscale constructies moest worden beperkt.

3. Fiscale faciliteiten voor investeringen

In de toekomst moeten investeringen in de onderneming die op basis van de vooraf vastgestelde wil van de erflater binnen twee jaar na zijn overlijden worden gedaan, fiscaal begunstigd worden. Achtergrond is dat de erfbelasting investeringen in de onderneming niet mag belemmeren en arbeidsplaatsen niet in gevaar mag brengen.

4. Administratief vermogen in beginsel niet begunstigd

In de toekomst zal administratief vermogen in beginsel niet begunstigd zijn. Tot 10% wordt het echter behandeld als fiscaal begunstigd ondernemingsvermogen. Daarnaast worden begunstigd: deelnemingen in derde landen bij houdstermaatschappijen, pensioenverplichtingen en verpachte percelen die ter beschikking worden gesteld voor de afzet van eigen producten (voorbeelden: tankstations, brouwerijen van horecagelegenheden, enz.). Financiële middelen kunnen tot 15% – ter waarborging van de noodzakelijke liquiditeit van een onderneming – tot het fiscaal begunstigde ondernemingsvermogen worden gerekend.

5. Familieondernemingen krijgen belastingverlichting

De gewone waarde van een familieonderneming komt door de gebruikelijke beschikkingsbeperkingen bij overdracht van aandelen meestal niet overeen met de waarde die de erfgenaam bij verkoop daadwerkelijk kan realiseren. Daarom worden dergelijke beschikkingsbeperkingen bij de bepaling van de ondernemingswaarde bij overdracht van aandelen als belastingvrijstelling van maximaal 30% in aanmerking genomen. Let op: de beschikkingsbeperkingen moeten twee jaar voor en 20 jaar na het overlijden van de erflater respectievelijk het schenkingsmoment van toepassing zijn.

6. Beperkingen bij de vrijstelling van grote ondernemingsvermogens

In de toekomst zal vanaf een begunstigd ondernemingsvermogen van 26 miljoen € per verkrijger een individuele behoeftetoets voor de vrijstelling worden uitgevoerd, of een model met vrijstellingsaftrek worden toegepast. Daarbij vermindert de vrijstellingsaftrek met één procent per 750 duizend €, waarmee de verkrijging boven de toetsingsdrempel van 26 miljoen € uitkomt. Vanaf een verkrijging van 90 miljoen € wordt bij de optieverschoning met 7 jaar aanhoudingsperiode en een loonsom van ten minste 700% geen vrijstelling meer verleend. Vanaf een verkrijging van 89,75 miljoen € wordt bij de reguliere vrijstelling met 5 jaar aanhoudingsperiode en een loonsom van ten minste 400% geen vrijstelling meer verleend.

7. Aanpassing van de kapitalisatiefactor voor een realistische waardering

Omdat momenteel sprake is van een vermoedelijk aanhoudende lagerenteperiode, moet overwaardering van ondernemingen worden voorkomen. Om een realistische ondernemingswaardering mogelijk te maken, wordt bij de vereenvoudigde rendementswaardemethode de bepalende kapitalisatiefactor voor de vaststelling van de ondernemingswaarde verlaagd van 17,86 naar 10 tot maximaal 12,5 (= de kapitalisatiefactor die, vermenigvuldigd met de duurzaam te realiseren jaaropbrengst, de ondernemingswaarde oplevert).

8. Invoering van een recht op voorwaardenloos uitstel van betaling

Indien de loonsomregeling en de aanhoudingstermijnen worden nageleefd, wordt bij verkrijgingen krachtens erfrecht een recht ingevoerd op voorwaardenloos uitstel van betaling tot tien jaar. Het uitstel is renteloos en heeft betrekking op de belasting die – ongeacht de waarde daarvan – op het begunstigde vermogen drukt. Achtergrond is dat de betaling van de erfbelasting het voortbestaan van een onderneming niet in gevaar mag brengen.

Conclusie:

Het akkoord moet het voortbestaan van middelgrote ondernemingen beschermen en het behoud van bestaande arbeidsplaatsen in Duitsland waarborgen. Er zou nu een evenwichtige oplossing zijn gevonden die voldoet aan de eisen van het Bundesverfassungsgericht. De hervorming moet staan voor duurzaamheid, toekomstbestendigheid en langetermijngerichte bedrijfsvoering in Duitse ondernemingen.

Bron: Verklaring van Wolfgang Schäuble (Duitse minister van Financiën, CDU), Sigmar Gabriel (Duitse minister van Economische Zaken, SPD) en Horst Seehofer (minister-president van Beieren, CSU)

Veelgestelde vragen

Veelgestelde vragen

  • Vanaf welk aantal werknemers vervalt de loonsomtoets bij de Duitse erfbelasting?

    Bij ondernemingen met maximaal vijf werknemers vervalt de loonsomtoets voor het verkrijgen van de vrijstelling van de Duitse erf- en schenkbelasting (Erbschaft- und Schenkungsteuer). Seizoensarbeiders tellen bij het bepalen van het aantal werknemers niet mee. Deze regeling dient ter vermindering van de administratieve lasten voor kleine ondernemingen.

    Permalink naar de vraag

  • Wanneer is de erfbelastingvrijstelling uitgesloten wegens Verwaltungsvermögen (administratief vermogen)?

    Overschrijdt het niet-begunstigde Verwaltungsvermögen 90% van het totale ondernemingsvermogen, dan wordt de vrijstelling van de erf- en schenkbelasting volledig uitgesloten. Tot 10% Verwaltungsvermögen wordt daarentegen behandeld als fiscaal begunstigd ondernemingsvermogen. Liquide middelen kunnen bovendien tot 15% ter waarborging van de liquiditeit tot het begunstigde vermogen worden gerekend.

    Permalink naar de vraag

  • Vanaf welke ondernemingswaarde geldt de Verschonungsbedarfsprüfung bij de erfbelasting?

    Vanaf een begunstigd ondernemingsvermogen van 26 mln. € per verkrijger wordt een individuele Verschonungsbedarfsprüfung of een Verschonungsabschlagsmodell toegepast. De Verschonungsabschlag wordt daarbij met één procent verlaagd per 750.000 € die boven de drempel ligt. Bij de Optionsverschonung vervalt de vrijstelling vanaf 90 mln. €, bij de Regelverschonung vanaf 89,75 mln. €.

    Permalink naar de vraag

  • Welke belastingvoordelen gelden voor familiebedrijven met beschikkingsbeperkingen?

    Gebruikelijke beschikkingsbeperkingen bij de overdracht van aandelen in familiebedrijven worden bij de bepaling van de ondernemingswaarde meegenomen als belastingvrijstelling van maximaal 30%. Voorwaarde is dat de beschikkingsbeperkingen twee jaar vóór en 20 jaar ná het moment van overlijden of schenking bestaan. Hiermee wordt rekening gehouden met het verschil tussen de gemene waarde en de daadwerkelijk realiseerbare verkoopwaarde.

    Permalink naar de vraag

  • Hoe wordt de kapitalisatiefactor bij de vereenvoudigde rendementswaardemethode aangepast?

    Vanwege de aanhoudende lage rente wordt de kapitalisatiefactor verlaagd van voorheen 17,86 naar een waarde tussen 10 en maximaal 12,5. Hiermee moet een overwaardering van ondernemingen bij de erfbelasting worden voorkomen. De factor wordt vermenigvuldigd met de duurzaam haalbare jaaropbrengst om de ondernemingswaarde te bepalen.

    Permalink naar de vraag

  • Bestaat er een wettelijk recht op uitstel van betaling van de erfbelasting bij bedrijfsoverdrachten?

    Bij verkrijgingen door overlijden wordt een wettelijk recht op een voorwaardenloos, renteloos uitstel van betaling van maximaal tien jaar ingevoerd. Voorwaarde is de naleving van de loonsomregeling en de behoudstermijnen. Het uitstel heeft betrekking op de belasting die toerekenbaar is aan het begunstigde vermogen en is bedoeld om het voortbestaan van ondernemingen te waarborgen.

    Permalink naar de vraag

Terug naar overzicht