Door de invoering van een nieuwe rentevoetbeperking dreigt een aanscherping bij leningrelaties tussen internationaal verbonden ondernemingen. Een voorbeeld is een Duitse dochtervennootschap die van een buitenlandse moedervennootschap een intern concernlening ontvangt. Deze rentelasten zijn in beginsel niet aftrekbaar, voor zover zij berusten op een rentevoet die boven het maximumtarief ligt. Het maximumtarief is de met twee procentpunten verhoogde basisrentevoet volgens § 247 BGB.
Er bestaat echter ook de mogelijkheid om aan te tonen dat ook een onafhankelijke derde de lening uitsluitend tegen een overeenkomstig hogere rentevoet zou hebben verstrekt. Bovendien geldt de regeling niet wanneer de leninggever in het buitenland over een ingerichte economische bedrijfsuitoefening beschikt. De rentevoetbeperking treedt pas in werking na afloop van een maand na het tijdstip van de aanpassing van de basisrentevoet.