Feiten:
In deze zaak had de eiser, een belastingambtenaar, alle medewerkers van het Finanzamt A en de eveneens in het kantoorgebouw werkzame medewerkers van het Finanzamt für Großbetriebsprüfung (in totaal ca. 50 gasten) op een doordeweekse dag van 11:00 tot ca. 13:00 uur uitgenodigd voor de viering van zijn 40-jarig dienstjubileum. De directie keurde de viering goed; locatie van het evenement was de personeelsruimte van het Finanzamt A.
De eiser voerde de uitgaven voor de viering ten bedrage van ca. 830,– EUR op als beroepskosten bij de inkomsten uit niet-zelfstandige arbeid. Het bevoegde Finanzamt weigerde de aftrek met als motivering dat de bewirtingskosten in aanzienlijke mate berustten op private, aan de levensvoering van de belastingplichtige toe te rekenen omstandigheden. Ook het beroep bij het Finanzgericht had geen succes: dit sloot zich aan bij de opvatting van het Finanzamt en weigerde de kostenaftrek bij de inkomstenbelasting.
Beslissing van het Bundesfinanzhof (BFH):
De belastingambtenaar zette de procedure voort tot aan het BFH. Dit oordeelde bij arrest van 20-01-2016 (AZ IV R 24/15) dat bij de beoordeling of de uitgaven privé of beroepsmatig zijn ingegeven, in de eerste plaats moet worden uitgegaan van de aanleiding van de viering. Volgens het BFH berustten de bewirtingskosten van de eiser niet of slechts in onbeduidende mate op private, aan de levensvoering van de belastingplichtige toe te rekenen omstandigheden en waren zij uitsluitend of nagenoeg uitsluitend beroepsmatig ingegeven.
Dit volgt enerzijds uit de beroepsmatige aanleiding van de viering (= dienstjubileum) en anderzijds uit de gasten, bij wie het zonder uitzondering ging om medewerkers van het Finanzamt, dus collega's.
Bovendien vond het evenement – ten minste gedeeltelijk – plaats binnen de arbeidstijd.
Het BFH wees het beroep daarmee toe en oordeelde dat de totale kosten van 830,– EUR (dus ca. 17,– EUR per persoon) bij de inkomstenbelasting in het kader van de beroepskosten in aftrek mogen worden gebracht.
Veelgestelde vragen
Veelgestelde vragen
Zijn uitgaven voor een dienstjubileum aftrekbaar als beroepskosten?
Ja, uitgaven voor de viering van een dienstjubileum kunnen als beroepskosten (Werbungskosten) worden afgetrokken van de inkomsten uit dienstbetrekking, mits zij vrijwel uitsluitend beroepsmatig zijn ingegeven. De BFH heeft in zijn arrest van 20-01-2016 (Az. VI R 24/15) verduidelijkt dat een dienstjubileum in beginsel een zakelijke aanleiding is en geen overwegend privéaangelegenheid vormt.
Welke criteria zijn bepalend voor de zakelijke aanleiding van een feest?
Bepalend zijn met name de aanleiding van het feest, de kring van uitgenodigde gasten en de locatie en het tijdstip van het evenement. Zijn uitsluitend beroepscollega's uitgenodigd, vindt het feest plaats in de bedrijfsruimten van de werkgever en valt het ten minste gedeeltelijk binnen werktijd, dan wijst dit op een zakelijke aanleiding.
Speelt de gastenkring een rol bij de aftrekbaarheid van representatiekosten?
Ja, de gastenkring is een wezenlijke aanwijzing. Worden uitsluitend beroepscollega's of ambtsgenoten en geen privévrienden of familieleden uitgenodigd, dan duidt dit op een zakelijke aanleiding. Een privé-medeveroorzaking treedt dan op de achtergrond.
Welke betekenis hebben locatie en tijdstip van de viering voor de aftrek als beroepskosten?
Vindt de viering plaats in de bedrijfsruimten van de werkgever en geheel of gedeeltelijk binnen de reguliere werktijd, dan is dit een sterke aanwijzing voor de zakelijke aanleiding. Deze omstandigheden onderscheiden een viering van een dienstjubileum duidelijk van een privé-verjaardagsfeest.
Hoe hoog mogen de kosten per persoon bij een jubileumviering zijn?
Het BFH heeft in de behandelde zaak kosten van circa 17 EUR per persoon bij ongeveer 50 gasten als acceptabel beoordeeld. Een vaste bovengrens bestaat niet, maar de uitgaven dienen binnen een redelijk kader te blijven en mogen de zakelijk gebruikelijke maatstaf in totaal niet overschrijden.
