Tot nu toe zijn belastingplichtigen die behoren tot een religieuze gemeenschap die gerechtigd is tot inhouding van kerkbelasting, verplicht om kapitaalinkomsten in het kader van de Abgeltungsteuer (Duitse forfaitaire bronbelasting op kapitaalinkomsten) ook aan de kerkbelasting te onderwerpen. Dit kan ofwel via directe belastinginhouding bij de uitbetaling van de kapitaalinkomsten plaatsvinden, ofwel in het kader van de jaarlijkse inkomstenbelastingaangifte.

Vanaf 1 januari 2015 dient de inhouding van kerkbelasting uitsluitend in het kader van de Abgeltungsteuer te geschieden. Daarbij moeten alle instanties die verplicht zijn tot inhouding van belasting op kapitaalinkomsten (bijvoorbeeld kredietinstellingen, verzekeraars en kapitaalvennootschappen) bij het Bundeszentralamt für Steuern (BZSt) de religieuze gezindte van de belastingplichtigen opvragen. Let op: dit betreft alle vennootschappen (ook de 'eenmans-GmbH') die aan kapitaalbelasting onderworpen uitkeringen (bijvoorbeeld dividenden) aan hun aandeelhouders doen; hierna 'inhoudingsplichtige instantie' genoemd. Op basis daarvan wordt de op de Abgeltungsteuer betrekking hebbende kerkbelasting vastgesteld en aan het Finanzamt afgedragen. Behoort de schuldeiser van de kapitaalinkomsten niet tot een religieuze gemeenschap, dan wordt dit aan de inhoudingsplichtige meegedeeld door middel van een nulmelding. In het kader van de nieuwe inhoudingsprocedure voor kerkbelasting volgens § 51a Abs. 2c EStG dienen de volgende voorbereidende werkzaamheden te worden uitgevoerd:
- Tot 31 mei 2014: vervulling van de informatieplicht van de inhoudingsplichtige instantie jegens haar ontvangers van kapitaalinkomsten
- Tot 30 juni 2014: indiening van blokkeringsverklaringen bij het Bundeszentralamt für Steuern (BZSt), indien de doorgifte van de religieuze gezindte achterwege dient te blijven
- Tot 31 augustus 2014: de toelatingsprocedure dient te zijn afgerond
- Van 1 september tot 31 oktober 2014: reguliere opvraging van de kerkbelastingkenmerken
- Vanaf 1 januari 2015: gebruik van de resultaten van de opvraging van de kerkbelastingkenmerken in het kader van de aangifte van de kapitaalbelasting
Informatieplicht: tot 31 mei 2014 dienden alle ontvangers van kapitaalinkomsten door de inhoudingsplichtige instantie te worden geïnformeerd over de aanstaande opvraging van de kerkbelastingkenmerken en over hun recht van verzet, waarmee deze doorgifte van kerkbelastinggegevens kan worden verhinderd (de zogenaamde blokkeringsverklaring). Verklaring tot blokkering: met de verklaring tot blokkering kunnen ontvangers van kapitaalinkomsten bij het BZSt de inschrijving respectievelijk verwijdering van een blokkeringsverklaring overeenkomstig § 51a Abs. 2e EStG aanvragen. Door een blokkeringsverklaring ontvangt de inhoudingsplichtige instantie bij de jaarlijkse opvraging van de religieuze gezindte van haar ontvangers van kapitaalinkomsten geen informatie. Het verzoek tot het plaatsen van een blokkeringsverklaring kan bij het BZSt op het officieel voorgeschreven formulier of elektronisch via het BZSt-onlineportaal worden ingediend; in deze gevallen wordt de kerkbelasting in het kader van de inkomstenbelastingaanslag nagevorderd; de belastingplichtige is daarom verplicht een inkomstenbelastingaangifte in te dienen. Over een geplaatste blokkeringsverklaring wordt het bevoegde Finanzamt van de belastingplichtige geïnformeerd, dat hem vervolgens verzoekt een belastingaangifte in te dienen. De blokkeringsverklaringen moeten uiterlijk 30 juni van elk jaar bij het BZSt zijn binnengekomen, opdat zij voor de reguliere opvraging van de kerkbelastingkenmerken in de periode 1 september tot 31 oktober in aanmerking kunnen worden genomen. Toelatingsprocedure: registratie voor de elektronische opvraagprocedure. Elke inhoudingsplichtige instantie is verplicht zich eenmalig voor de Kirchensteuerabrufverfahren (KiStA) te accrediteren. Daartoe is in eerste instantie registratie in het BZSt-onlineportaal noodzakelijk. Voor de gegevensopvraging kan ook een reeds bestaand Elster-certificaat worden gebruikt. Nadere informatie is te vinden op: www.bzst.de. Na de aanmelding ontvangt de inhoudingsplichtige instantie een procedure-identificatie voor de inhoudingsprocedure voor kerkbelasting, waarmee voortaan de opvraging van de kerkbelastingkenmerken van de schuldeisers van de kapitaalinkomsten dient te worden uitgevoerd. Reguliere opvraging van de kerkbelastingkenmerken: eenmaal per jaar, in de periode van 1 september tot 31 oktober, dient de tot inhouding van kerkbelasting verplichte instantie bij het BZSt na te vragen of de schuldeiser van de kapitaalinkomsten op 31 augustus van het betreffende jaar kerkbelastingplichtig is. Het betreft hier de zogenaamde reguliere opvraging. Op de aanvraag deelt het BZSt aan de tot inhouding van kerkbelasting verplichte instantie de juridische gezindte tot een belastingheffende religieuze gemeenschap en het voor de religieuze gemeenschap geldende kerkbelastingtarief op het moment van de aanvraag als geautomatiseerd opvraagbaar kenmerk mee. Behoort de schuldeiser van de kapitaalinkomsten niet tot een religieuze gemeenschap, dan wordt aan de inhoudingsplichtige een nulwaarde meegedeeld. Bij een bestaande blokkeringsverklaring wordt eveneens een nulwaarde meegedeeld. In de gevallen waarin een nulwaarde wordt meegedeeld, dient geen kerkbelasting te worden ingehouden. Een zogenaamde aanleidingsopvraging mag alleen op verzoek van een ontvanger van kapitaalinkomsten (bijvoorbeeld bij wijziging van religieuze gezindte) of bij nieuwe vestigingen (bijvoorbeeld van vennootschapsverhoudingen) worden uitgevoerd. Daarmee wordt gewaarborgd dat wijzigingen in het kader van de inhouding van kapitaalbelasting in aanmerking kunnen worden genomen. Verplichtingen van de inhoudingsplichtige instantie: tijdig vóór de reguliere of aanleidingsopvraging dient de tot inhouding van kerkbelasting verplichte instantie de schuldenaar van de kapitaalbelasting schriftelijk of in een andere geschikte vorm te wijzen op de aanstaande gegevensopvraging alsmede op het jegens het BZSt bestaande recht van verzet dat betrekking heeft op de doorgifte van gegevens over de religieuze gezindte. Uitvoering van de inhouding van kerkbelasting: bestaat op 31 augustus of op het moment van toevloeiing kerkbelastingplicht, dan dient de tot inhouding van kerkbelasting verplichte instantie de inhouding van kerkbelasting voor de belastingheffende religieuze gemeenschap uit te voeren en het kerkbelastingbedrag aan het voor haar bevoegde Finanzamt af te dragen. Wordt op grond van de reguliere opvraging de kerkbelastingplicht bevestigd, dan dient de tot inhouding van kerkbelasting verplichte instantie dit ten grondslag te leggen aan de inhouding van kerkbelasting over het gehele kalenderjaar volgend op de peildatum. Conclusie: als resultaat blijft vast te stellen dat vanaf 1 januari 2015 alle vennootschappen die kerkbelastingplichtige inkomsten uitbetalen, in ruimere mate worden betrokken bij de vervulling van fiscale verplichtingen. De staat verzekert zich daarmee van aanvullende belastinginkomsten.
Veelgestelde vragen
Veelgestelde vragen
Hoe verloopt de inhouding van kerkbelasting op kapitaalinkomsten vanaf 1 januari 2015?
Vanaf 1 januari 2015 wordt de kerkbelasting op kapitaalinkomsten die onder de Duitse bronbelasting (Abgeltungsteuer) vallen automatisch ingehouden als onderdeel van de belastinginhouding. De inhoudingsplichtige instanties, zoals kredietinstellingen, verzekeraars en kapitaalvennootschappen, vragen daartoe jaarlijks bij het Bundeszentralamt für Steuern (BZSt) de kerkelijke gezindte van de gerechtigden op. Op basis van deze informatie wordt de kerkbelasting berekend en aan het Finanzamt afgedragen.
Welke vennootschappen vallen onder de nieuwe procedure voor de inhouding van kerkbelasting?
Het betreft alle vennootschappen die uitkeringen verrichten waarover bronbelasting op kapitaalopbrengsten verschuldigd is – bijvoorbeeld winstuitkeringen aan hun aandeelhouders. Dit geldt uitdrukkelijk ook voor kleine kapitaalvennootschappen, zoals een eenmans-GmbH. Ook zij moeten zich bij het BZSt registreren voor de kerkbelastingopvraagprocedure (KiStA) en de religieuze gezindte van hun aandeelhouders opvragen.
Wat is de Sperrvermerk volgens § 51a Abs. 2e EStG en welke gevolgen heeft deze?
Met een Sperrvermerk (blokkeringsaantekening) kan de ontvanger van kapitaalopbrengsten bij het BZSt bezwaar maken tegen het doorgeven van zijn religieuze gezindte aan de inhoudingsplichtige instantie. Deze ontvangt dan slechts een nulwaarde en er wordt geen kerkbelasting ingehouden. In plaats daarvan wordt de kerkbelasting nageheven in het kader van de inkomstenbelastingaanslag, waardoor de belastingplichtige verplicht is een aangifte inkomstenbelasting in te dienen. De Sperrvermerk moet uiterlijk 30 juni van een jaar bij het BZSt zijn ontvangen om voor de daaropvolgende reguliere uitvraag te gelden.
Wanneer vindt de reguliere opvraging van de kerkbelastingkenmerken bij het BZSt plaats?
De reguliere opvraging vindt eenmaal per jaar plaats in de periode van 1 september tot en met 31 oktober. Peildatum voor de kerkbelastingplicht is 31 augustus van het betreffende jaar. Het BZSt deelt aan de inhoudingsplichtige instantie de religieuze gezindte en het toepasselijke kerkbelastingtarief mee; bij ontbrekende gezindte of een geregistreerde blokkering (Sperrvermerk) wordt een nulwaarde doorgegeven.
Welke informatieverplichtingen heeft de inhoudingsplichtige instantie tegenover ontvangers van kapitaalopbrengsten?
De inhoudingsplichtige instantie moet de ontvangers van kapitaalopbrengsten tijdig vóór de reguliere of aanleidinggebonden raadpleging schriftelijk of in een andere geschikte vorm informeren over de aanstaande gegevensopvraging bij het BZSt. Daarbij dient ook te worden gewezen op het recht van bezwaar tegen de doorgifte van de religieuze gezindte (zogenoemde Sperrvermerk). Deze informatie stelt de ontvanger in staat tijdig een Sperrvermerk aan te vragen.
Wanneer is een 'Anlassabfrage' in plaats van de 'Regelabfrage' toegestaan?
Een Anlassabfrage (incidentele opvraging) mag uitsluitend op uitdrukkelijk verzoek van de ontvanger van de kapitaalopbrengsten worden uitgevoerd, bijvoorbeeld bij een wijziging van kerkgenootschap, of bij nieuwe situaties zoals nieuwe vennootschapsverhoudingen. Zij waarborgt dat tussentijdse wijzigingen bij de inhouding van Kapitalertragsteuer (Duitse bronbelasting op kapitaalopbrengsten) correct worden verwerkt.