De bemiddelingscommissie beraadslaagt op 08.09.2016 over het wetsbesluit van de Duitse Bondsdag (BR-Drs. 344/16) en de kritiekpunten van de commissies van de Bondsraad (BR-Drs. 344/1/16) over de wet ter omzetting van de voorschriften uit het arrest van het BVerfG van 17.12.2014 (1 BvL 21/12) voor de vrijstellingen van ondernemingsvermogen in de Duitse erfbelastingwet.
In zijn inbreng bij de bemiddelingscommissie reageert het IDW kritisch op enkele geselecteerde punten. Het gaat daarbij om het behoud van de begunstiging voor deelnemingen in commercieel ingerichte personenvennootschappen en analoog in kapitaalvennootschappen, om het risico van herleving van de "Cash-GmbH" dat naar de mening van het IDW niet bestaat, en om de wijzigingen in de vereenvoudigde rendementswaardemethode ter opheffing van de overwaardering. Daarnaast pleit het IDW ervoor dat de nieuwe regels van het ErbStG niet met terugwerkende kracht per 01.07.2016, maar met werking voor de toekomst worden ingevoerd.
Het schrijven van het IDW kunt u hier lezen IDW neemt standpunt in over de erfbelasting
De wezenlijke kritiekpunten van het IDW zijn de volgende:
– De toekenning van de optievrijstelling mag niet worden gekoppeld aan de voorwaarde van maximaal 10% beheersvermogen.
– Voor commercieel ingerichte personenvennootschappen (en analoog kapitaalvennootschappen) moeten de begunstigingen behouden blijven.
– De van het beheersvermogen uit te zonderen vermogensbestanddelen moeten worden begrensd tot de bij overdrachten reële, dat wil zeggen volgens handelsrechtelijke grondslagen gewaardeerde, aanwezige stand van pensioenverplichtingen.
– Ongegrond is volgens het IDW de kritiek van de commissies van de Bondsraad op de toets van liquide middelen (inclusief de onschadelijkheidsgrens van 15%, de voorafgaande toetsing van de grens van 90% voor schadelijk beheersvermogen en de 10%-grens voor onschadelijk beheersvermogen), aangezien deze niet leiden tot een herleving van de zogenoemde "Cash-GmbH".
– De kapitalisatiefactor van de vereenvoudigde rendementswaardemethode moet aanzienlijk worden verlaagd, zodat de naar het oordeel van het IDW "realiteitsvreemde" overwaardering van ondernemingsvermogen wordt weggenomen. De volgens het IDW te hoge kapitalisatiefactor zou tot onjuiste uitkomsten leiden.
– De nieuwe regels van de erfbelastingwet zouden met werking voor de toekomst moeten gelden, niet met terugwerkende kracht per 01.07.2016. Mocht dit niet haalbaar zijn, dan moet ten minste een op verzoek toepasbare keuzemogelijkheid tussen oud en nieuw recht worden voorzien voor de periode van 01.07.2016 tot de afkondiging van het nieuwe recht.
Bron: IDW-online
Veelgestelde vragen
Veelgestelde vragen
Welk standpunt neemt het IDW in over de Optionsverschonung bij administratief vermogen (Verwaltungsvermögen)?
Het IDW spreekt zich ertegen uit om het toekennen van de Optionsverschonung te koppelen aan de voorwaarde van maximaal 10% Verwaltungsvermögen. Deze starre grens is volgens het IDW niet passend en zou daarom geen onderdeel moeten zijn van de nieuwe wettelijke regeling.
Hoe beoordeelt het IDW het risico op een herleving van de zogenoemde Cash-GmbH?
Volgens het IDW bestaat er geen risico op een herleving van de Cash-GmbH door de zogenoemde Finanzmitteltest (toets op liquide middelen). Noch de onschadelijkheidsgrens van 15%, noch de voorafgaande toetsing van de 90%-grens voor schadelijk Verwaltungsvermögen (beheersvermogen), noch de 10%-grens voor onschadelijk beheersvermogen leiden tot een dergelijk effect. De kritiek van de commissies van de Bondsraad is daarom ongegrond.
Waarom bekritiseert het IDW de kapitalisatiefactor van de vereenvoudigde rendementswaardemethode?
De huidige kapitalisatiefactor leidt volgens het IDW tot een realiteitsvreemde overwaardering van ondernemingsvermogen en daarmee tot onjuiste resultaten. Het IDW pleit daarom voor een aanzienlijke verlaging van de factor om een passende waardering te waarborgen.
Welke eis stelt het IDW aan de temporele toepassing van de nieuwe regeling voor de Erbschaftsteuer (Duitse erfbelasting)?
Het IDW wijst een terugwerkende toepassing van de nieuwe regeling per 01-07-2016 af en pleit voor toepassing met werking voor de toekomst. Mocht dit niet haalbaar zijn, dan moet ten minste voor de periode van 01-07-2016 tot de afkondiging van het nieuwe recht een keuzerecht tussen het oude en het nieuwe recht worden geboden.
Hoe moeten volgens de opvatting van het IDW pensioenverplichtingen bij het beheersvermogen worden behandeld?
Het IDW eist dat de van het beheersvermogen uit te zonderen vermogensbestanddelen worden begrensd tot de op het moment van de overdracht daadwerkelijk aanwezige pensioenverplichtingen. Doorslaggevend moet daarbij een waardering volgens handelsrechtelijke beginselen zijn, om de werkelijke stand weer te geven.