Achtergrond
Nadat het Bundesverfassungsgericht (BVerfG) de Erbschaftsteuergesetz (Duitse wet op de erfbelasting) ongrondwettelijk had verklaard, moest er een hervorming komen. Inmiddels liggen, zij het met vertraging, alle vereiste goedkeuringen voor. De laatste werd op 14-10-2016 door de Bondsraad gegeven. Toch blijft het afwachten of er ook tegen de nieuwe wet beroep wordt aangetekend.
Van diverse zijden wordt ook op de nieuwe wet kritiek geuit, namelijk dat de begunstigingen voor ondernemingen nog altijd te ruim zijn verankerd. Daarom moet in beginsel rekening worden gehouden met verdere procedures.
Wat is er nu concreet gewijzigd?
In beginsel blijft ondernemingsvermogen begunstigd. Dat betekent dat ook in de toekomst 85% respectievelijk 100% wordt vrijgesteld van de erf- en schenkbelasting. Net als voorheen geldt als voorwaarde voor de vrijstelling dat de overgedragen onderneming gedurende vijf of zeven jaar in beginsel ongewijzigd wordt voortgezet en dat ook de loonsom ongewijzigd blijft. Ten aanzien van de loonsommen zijn aanscherpingen ingevoerd die vooral kleine en middelgrote ondernemingen raken: de loonsommen moeten namelijk al bij bedrijven met meer dan vijf werknemers worden nageleefd; voorheen was dit twintig.
Voor de loonsomregeling geldt voortaan dus het volgende:
Verschoning van 85 procent van het ondernemingsvermogen (toepassing van de verschoning van 100 procent volgens §13a Abs. 10 ErbStG n.F.).
Aantal in de onderneming werkzame personen — te realiseren loonsommen:
– bij 0 tot 5 werknemers: geen
– bij 6 tot 10 werknemers: binnen vijf jaar 250% (binnen zeven jaar 500%)
– bij 11 tot 15 werknemers: binnen vijf jaar 300% (binnen zeven jaar 565%)
– bij meer dan 15 werknemers: binnen vijf jaar 400 procent (binnen zeven jaar 700%)
Bij de bepaling van de loonsommen (zowel de actuele als de latere) worden de lonen en salarissen van de volgende personen niet meegerekend:
- werknemers met zwangerschaps- of bevallingsverlof
- leerlingen in opleiding
- werknemers die ziekengeld ontvangen (langdurig zieken)
- werknemers die ouderschapsuitkering ontvangen
- seizoenwerkers, dat wil zeggen personen die niet uitsluitend of overwegend in de onderneming werkzaam zijn.
Bij het vaststellen van het aantal in de onderneming werkzame personen worden deze personen eveneens niet meegerekend, ook wanneer zij aan het bedrijf zijn toe te rekenen.
Let op: Werknemers met een kleine baan (geringfügig Beschäftigte) tellen zowel mee bij de bepaling van het aantal werknemers in de onderneming als bij de bepaling van de loonsom. Tot de vergoedingen die in de loonsommen moeten worden opgenomen, behoren de brutosalarissen van de werknemers, alle uitkeringen in geld en in natura (dus ook het loon in natura wegens terbeschikkingstelling van een leaseauto) en eveneens de door de werkgever forfaitair te betalen sociale premies en belastingen.
Ook in de toekomst blijft de omvang van het beheersvermogen bepalend; echter onder de nieuwe regeling thans onder andere voorwaarden:
Met onmiddellijke ingang wordt onderscheid gemaakt tussen "begunstigd" en "niet-begunstigd" vermogen. Alleen nog het "begunstigde" vermogen valt onder de belastingvrijstellingen. Daarbij is begunstigd vermogen dat vermogen dat naar zijn hoofddoel overwegend dienstbaar is aan een commerciële, vrije-beroeps- of land- en bosbouwactiviteit.
Voorheen gold namelijk dat de belastingbegunstiging volledig verviel indien het overgenomen ondernemingsvermogen voor meer dan 50% uit beheersvermogen bestond. In andere gevallen werd de belastingvrijstelling volledig verleend, hetgeen als ongrondwettelijk werd beschouwd. Met betrekking tot het beheersvermogen is nu een grens van 10% ingevoerd, die forfaitair als onschadelijk wordt aangemerkt.
Daarnaast is een zogenoemde "investeringsclausule" ingevoerd, op grond waarvan begunstigingen voor beheersvermogen gelden voor zover dit wordt geïnvesteerd in vermogen dat niet tot het beheersvermogen behoort.
Let op bij financiële middelen: hiertoe worden bijvoorbeeld banktegoeden en leverancierskredieten gerekend. Alleen wanneer na aftrek van schulden 20% van het ondernemingsvermogen niet wordt overschreden, behoren deze financiële middelen tot het begunstigde vermogen. Alles wat daarboven uitgaat, wordt naar evenredigheid toegerekend aan het "begunstigde" respectievelijk "niet-begunstigde" vermogen.
Voor ondernemingen met een waarde vanaf 26 miljoen € tot 90 miljoen € gelden verdere aanscherpingen, namelijk dat het verschoningspercentage van 85% respectievelijk 100% geleidelijk wordt afgebouwd, totdat het bij ondernemingen met een waarde van ca. 90 miljoen € volledig vervalt. Op verzoek bestaat echter recht op uitstel van betaling van de erf- of schenkbelasting voor zeven jaar. Rente wordt daarbij pas vanaf het tweede uitsteljaar in rekening gebracht.
Voor zover de erf- of schenkbelasting niet uit het beschikbare inkomen kan worden voldaan, bestaat daarnaast de mogelijkheid van kwijtschelding van de belasting. Het beschikbare inkomen bestaat uit 50% van het privévermogen en 50% van het overige, naast het ondernemingsvermogen verkregen vermogen van de verkrijger. De regeling is opgenomen omdat het BVerfG uitdrukkelijk had bepaald dat grote ondernemingen alleen dan van de erfbelasting verschoond zouden moeten blijven, wanneer dat voor het voortbestaan van de onderneming noodzakelijk is.
Conclusie
De nieuwe regelingen zijn aangenomen en alle vereiste instanties hebben ermee ingestemd. Daarmee is nu eindelijk duidelijkheid geschapen. Of er echter nog verdere procedures bij het BVerfG aanhangig zullen worden gemaakt, blijft afwachten.
Veelgestelde vragen
Veelgestelde vragen
Hoe hoog is de vrijstelling van ondernemingsvermogen bij de erfbelasting?
Ondernemingsvermogen kan ook na de hervorming voor 85% (reguliere vrijstelling) of voor 100% (optionele vrijstelling volgens §13a Abs. 10 ErbStG n.F.) worden vrijgesteld van de erf- en schenkbelasting. Voorwaarde is dat de onderneming gedurende vijf respectievelijk zeven jaar wordt voortgezet en dat aan de loonsomregeling wordt voldaan.
Vanaf hoeveel werknemers geldt de loonsomregeling na de hervorming van de Duitse erfbelasting?
De loonsomregeling geldt al vanaf meer dan vijf werknemers; voorheen lag de grens bij twintig werknemers. Bij 6 tot 10 werknemers moet binnen vijf jaar 250% (respectievelijk 500% in zeven jaar), bij 11 tot 15 werknemers 300% (565%) en bij meer dan 15 werknemers 400% (700%) van de oorspronkelijke loonsom worden behaald.
Welke werknemers worden niet meegeteld bij de loonsom?
Niet meegeteld worden werknemers in zwangerschapsverlof, leerlingen in opleiding, langdurig zieken met ziekengelduitkering, werknemers met ouderschapsuitkering en seizoenkrachten. Deze personen tellen ook niet mee bij de bepaling van het aantal werknemers. Werknemers met een minibaan tellen daarentegen wel mee, zowel bij het aantal werknemers als bij de loonsom.
Hoe wordt beheersvermogen behandeld na de hervorming van de erfbelasting?
Er wordt onderscheid gemaakt tussen begunstigd en niet-begunstigd vermogen, waarbij alleen het begunstigde vermogen onder de belastingvrijstellingen valt. Voor beheersvermogen geldt een forfaitaire grens van 10%, die als onschadelijk wordt beschouwd. Financiële middelen zoals banktegoeden behoren na aftrek van de schulden slechts tot 20% van het bedrijfsvermogen tot het begunstigde vermogen.
Welke bijzondere regels gelden voor ondernemingen vanaf een waarde van 26 miljoen euro?
Vanaf een ondernemingswaarde van 26 mln. € wordt het vrijstellingspercentage van 85% respectievelijk 100% stapsgewijs afgebouwd en vervalt het volledig bij circa 90 mln. €. Op verzoek bestaat recht op uitstel van betaling van de belasting voor maximaal zeven jaar, waarbij pas vanaf het tweede uitsteljaar rente verschuldigd is. Daarnaast is kwijtschelding van de belasting mogelijk wanneer deze niet kan worden voldaan uit het beschikbare inkomen (50% van het privévermogen en 50% van het overige verkregen vermogen).