Kennis

BFH over de Grunderwerbsteuer: geen wijziging bij uitval van de koopprijsvordering door insolventie van de koper!

Achtergrond: Heffingsgrondslag voor de Grunderwerbsteuer (Duitse overdrachtsbelasting) bij een onroerendgoedkoop is in beginsel de koopprijs inclusief de door de koper overgenomen overige prestaties. De koopprijsvordering wordt tegen de nominale waarde aangezet, voor zover er geen bijzondere omstandigheden

2 min leestijdAanbevolen

Achtergrond:

Heffingsgrondslag voor de Grunderwerbsteuer (Duitse overdrachtsbelasting) bij een onroerendgoedkoop is in beginsel de koopprijs inclusief de door de koper overgenomen overige prestaties.

De koopprijsvordering wordt tegen de nominale waarde aangezet, voor zover er geen bijzondere omstandigheden zijn die tot een hogere of lagere waardering kunnen leiden.

Bij het sluiten van de koopovereenkomst moeten de betrokkenen ervan uitgaan dat de koopprijs ook in de overeengekomen hoogte wordt betaald. Daarbij is niet van belang of de koopprijs later daadwerkelijk wordt betaald of dat de koopprijsvordering geheel of gedeeltelijk uitvalt.

BFH-arrest van 12-05-2016:

In de onderhavige casus ging het om de vraag of een uitval van de koopprijsvordering door insolventie van de koper leidt tot een wijziging van de heffingsgrondslag voor de Grunderwerbsteuer.

De BFH heeft geoordeeld dat een wijziging van de Grunderwerbsteuer niet aan de orde is. Wanneer over het vermogen van de koper de insolventieprocedure wordt geopend, wordt de koopprijsvordering weliswaar oninbaar voor zover de verkoper in de insolventieprocedure niet wordt voldaan. Dat raakt echter noch de geldigheid van de koopovereenkomst, noch is sprake van een verlaging van de koopprijs, omdat hiervoor het tijdstip van het sluiten van de overeenkomst en daarmee de overeengekomen koopprijs bepalend is. Hoewel volgens de Grunderwerbsteuerwet in beginsel een verlaging van de koopprijsvordering na het sluiten van de koopovereenkomst kan leiden tot een wijziging van de heffingsgrondslag voor de Grunderwerbsteuer, is een gedeeltelijke uitval van de koopprijsvordering door insolventie van de koper geen verlaging van de koopprijs in de zin van de Grunderwerbsteuerwet.

Conclusie:

De uitval van de koopprijsvordering door insolventie van de koper leidt dus niet tot een wijziging van de heffingsgrondslag voor de Grunderwerbsteuer.

Buiten het geschil om heeft de uitspraak van de BFH algemene betekenis.

Neem gerust contact met ons op als zich in een concreet geval vragen voordoen.

Bron: BFH online

Veelgestelde vragen

Veelgestelde vragen

  • Wat is de heffingsgrondslag van de Grunderwerbsteuer (Duitse overdrachtsbelasting) bij de aankoop van een onroerend goed?

    De heffingsgrondslag is in beginsel de overeengekomen koopprijs, inclusief de overige door de koper overgenomen prestaties. De koopprijsvordering wordt daarbij tegen de nominale waarde aangezet, voor zover er geen bijzondere omstandigheden zijn die een hogere of lagere waarde rechtvaardigen. Bepalend is het moment van het sluiten van de overeenkomst.

    Permalink naar de vraag

  • Vermindert het uitvallen van de koopprijsvordering door insolventie van de koper de Grunderwerbsteuer (Duitse overdrachtsbelasting)?

    Nee. De BFH heeft in zijn arrest van 12-05-2016 beslist dat het uitvallen van de koopprijsvordering wegens insolventie van de koper niet leidt tot een wijziging van de heffingsgrondslag voor de Grunderwerbsteuer. De belasting blijft verschuldigd op basis van de oorspronkelijk overeengekomen koopprijs.

    Permalink naar de vraag

  • Waarom geldt een vorderingsuitval niet als verlaging van de koopprijs in de zin van het GrEStG?

    Volgens de Duitse wet op de onroerendgoedbelasting (Grunderwerbsteuergesetz) kan een latere verlaging van de koopprijs de heffingsgrondslag weliswaar wijzigen. Een uitval van de vordering door insolventie is naar het oordeel van het BFH echter geen dergelijke verlaging, omdat de koopovereenkomst rechtsgeldig blijft en de koopprijs contractueel ongewijzigd voortbestaat.

    Permalink naar de vraag

  • Welke betekenis heeft het BFH-arrest van 12-05-2016 buiten het individuele geval?

    De beslissing heeft een algemene strekking: verkopers kunnen de eenmaal vastgestelde Grunderwerbsteuer (Duitse overdrachtsbelasting) in beginsel niet verlagen wanneer de koper insolvent wordt en de koopprijs geheel of gedeeltelijk oninbaar blijft. Het economische risico van het oninbare vorderingsbedrag draagt voor de Grunderwerbsteuer dus de verkoper.

    Permalink naar de vraag

  • Wanneer wordt de koopprijsvordering bij een onroerendgoedtransactie niet tegen de nominale waarde aangezet?

    Alleen wanneer er bijzondere omstandigheden bestaan die reeds bij het sluiten van de overeenkomst tot een hogere of lagere waarde leiden, kan van de nominale waarde worden afgeweken. Een latere oninbaarheid, bijvoorbeeld door insolventie, behoort niet tot deze omstandigheden en leidt daarom niet tot een waardewijziging.

    Permalink naar de vraag

Terug naar overzicht