Kennis

BFH acht bijtellingsvoorschriften bij de Gewerbesteuer in overeenstemming met de grondwet

De bijtellingsvoorschriften van de Duitse wet op de bedrijfsbelasting (Gewerbesteuergesetz) zijn naar verwachting niet ongrondwettig, oordeelde het Bundesfinanzhof (BFH). Achtergrond: het Bundesverfassungsgericht (BVerfG) spreekt in vaste rechtspraak bij de Gewerbesteuer van een „opbrengstgerichte objectbelasting“, die nog steeds voldoet aan de grondwettelijke eisen

1 min leestijd

steffen_partner-gwst-hinzurechnungDe bijtellingsvoorschriften van de Duitse wet op de bedrijfsbelasting (Gewerbesteuergesetz) zijn naar verwachting niet ongrondwettig, oordeelde het Bundesfinanzhof (BFH). Achtergrond: het Bundesverfassungsgericht (BVerfG) spreekt in vaste rechtspraak bij de Gewerbesteuer van een „opbrengstgerichte objectbelasting“, die nog steeds voldoet aan de grondwettelijke eisen. Deze beoordeling van het BVerfG werd door het Finanzgericht (FG) in Hamburg in twijfel getrokken. Het FG voerde als motivering onder meer de sinds 2008 geldende bijtellingsvoorschriften bij de Gewerbesteuer (rentelasten) aan. Het FG zag hierin een schending van het beginsel van belastingheffing naar draagkracht. Een definitieve beslissing van het BVerfG staat momenteel nog uit. Met beschikking van 16-10-2012 (AZ I B 128/12) heeft het Bundesfinanzhof (BFH) recent in een geschil ten nadele van een GmbH beslist. Deze exploiteerde een hotel, waaruit verliezen werden geleden, en alleen door de bijtelling van de rentelasten, pachtsommen en licentievergoedingen ontstond een winst van EUR 9,6 mln. Daaruit resulteerde een aanzienlijke aanslaggrondslag voor de Gewerbesteuer van EUR 62 duizend. De beslissing van het BVerfG blijft nog open, aangezien deze door de beslissing van het BFH niet wordt vooruitgenomen, maar slechts een indicatie zou kunnen zijn voor een negatieve beslissing voor de belastingplichtigen. Lees hierover een actueel advies

Veelgestelde vragen

Veelgestelde vragen

  • Zijn de bijtellingsvoorschriften van de bedrijfsbelasting (Gewerbesteuer) grondwettelijk?

    De Bundesfinanzhof (BFH) heeft bij beschikking van 16-10-2012 (Az. I B 128/12) geoordeeld dat de bijtellingsvoorschriften van de Gewerbesteuergesetz naar verwachting niet ongrondwettig zijn. Hij baseert zich daarbij op de vaste rechtspraak van het Bundesverfassungsgericht, dat de Gewerbesteuer aanmerkt als een grondwetsconforme „opbrengstgerichte objectbelasting“. Een definitieve uitspraak van het BVerfG staat echter nog uit.

    Permalink naar de vraag

  • Waarom achtte het FG Hamburg de bijtellingen ongrondwettig?

    Het Finanzgericht Hamburg zag in de sinds 2008 geldende bijtellingsregels – met name bij rentebetalingen – een schending van het beginsel van belastingheffing naar draagkracht. Het twijfelde of de kwalificatie van de Gewerbesteuer als objectbelasting door het BVerfG nog van deze tijd is en legde de vraag ter beoordeling voor aan het Bundesverfassungsgericht.

    Permalink naar de vraag

  • Welke posten worden bij de Gewerbesteuer aan de winst toegevoegd?

    Tot de bijtellingen voor de Gewerbesteuer behoren onder meer rentelasten op schulden, pachtsommen en licentievergoedingen. Deze worden naar rato aan de winst uit onderneming toegevoegd, waardoor zelfs bij een handelsrechtelijk verlies een positieve Gewerbeertrag en daarmee een Gewerbesteuer-belasting kan ontstaan.

    Permalink naar de vraag

  • Welke gevolgen kan de bijtelling hebben voor verliesgevende ondernemingen?

    In de door het BFH besliste zaak had een hotel-GmbH operationeel verlies geleden. Pas door de bijtelling van rentelasten, pachtsommen en licentievergoedingen ontstond een Gewerbeertrag van circa 9,6 mln. EUR, waaruit een Gewerbesteuermessbetrag van 62 dEUR resulteerde. Verliesgevende bedrijven kunnen dus ondanks negatieve resultaten aanzienlijke Gewerbesteuer-lasten dragen.

    Permalink naar de vraag

  • Welke betekenis heeft het BFH-besluit voor de aanhangige BVerfG-beslissing?

    Het BFH-besluit loopt niet vooruit op de beslissing van het Bundesverfassungsgericht. Het kan echter worden gezien als aanwijzing dat ook het BVerfG de bijtellingsregels eerder als grondwettelijk zal beoordelen. Belastingplichtigen dienen betreffende aanslagen open te houden totdat het BVerfG definitief heeft beslist.

    Permalink naar de vraag

Terug naar overzicht