Kennis

Actueel: Verrassende uitspraak van het BFH over de werkkamer thuis ten gunste van de belastingplichtigen!

Achtergrond: Tot nu toe ging het BFH altijd uit van een objectgebonden aftrek van de kosten voor een werkkamer thuis. Dit betekende voor gevallen waarin meerdere belastingplichtigen (bijv. echtgenoten) een werkkamer thuis

Actueel: Verrassende uitspraak van het BFH over de werkkamer thuis ten gunste van de belastingplichtigen!
2 min leestijdBijgewerkt: 2017-03-08Aanbevolen

Achtergrond:

Tot nu toe ging het BFH altijd uit van een objectgebonden aftrek van de kosten voor een werkkamer thuis. Dit betekende voor gevallen waarin meerdere belastingplichtigen (bijv. echtgenoten) een werkkamer thuis gezamenlijk gebruikten, dat in totaal slechts € 1.250,– als maximumbedrag in aftrek kon worden gebracht.

Actueel:

Het BFH heeft nu in twee arresten van 15-12-2016, AZ VI R 53/12 en VI R 86/13 beslist dat het maximumbedrag persoonsgebonden moet worden toegepast. Dit betekent dat bij gebruik van een werkkamer door meerdere belastingplichtigen het maximumbedrag van € 1.250,– per belastingplichtige kan worden geclaimd. Daarmee heeft het BFH zijn rechtspraak ten aanzien van § 4 (5) S. 1 Nr. 6b S. 2 EStG gewijzigd ten gunste van de belastingplichtigen.

In één zaak gebruikten de eisers, een echtpaar, gezamenlijk een werkkamer thuis in een eengezinswoning die ieder voor de helft eigendom was. Het Finanzamt en het FG erkenden de kosten voor de werkkamer thuis van jaarlijks circa € 2.800 slechts tot een totaalbedrag van € 1.250,– en kenden ieder slechts de helft van € 625,– toe.

Het BFH heeft daarentegen beslist dat het maximumbedrag van € 1.250,– in beginsel aan elk van beide echtgenoten moet worden toegekend en heeft verduidelijkt dat de kosten bij echtgenoten in beginsel ieder voor de helft moeten worden toegerekend, wanneer zij bij gelijke mede-eigendom een werkkamer thuis gezamenlijk gebruiken. In het litigieuze geval had het FG echter niet onderzocht of de eiseres in de werkkamer over een eigen werkplek beschikte in de voor haar beroepsuitoefening concreet vereiste omvang. Het BFH heeft de zaak daarom terugverwezen naar het FG.

In de andere zaak heeft het BFH bovendien benadrukt dat voor de aftrek van de kosten voor een werkkamer thuis vast moet staan dat daar überhaupt een beroeps- of bedrijfsmatige activiteit wordt verricht. Ook moet de omvang van deze activiteit het aannemelijk maken dat de belastingplichtige hiervoor een werkkamer thuis aanhoudt. Ook dit had het FG niet onderzocht. Het BFH moest de voorgaande beslissing ook in deze procedure vernietigen en de zaak terugverwijzen naar het FG.

Bron: BFH, gepubliceerd op: 22-02-2017

Veelgestelde vragen

Veelgestelde vragen

  • Wordt het maximumbedrag van € 1.250 voor een werkkamer thuis per persoon of per object toegekend?

    Volgens de BFH-arresten van 15.12.2016 (VI R 53/12 en VI R 86/13) wordt het maximumbedrag van € 1.250 persoonsgebonden toegepast. Gebruiken meerdere belastingplichtigen (bijv. echtgenoten) samen één werkkamer, dan kan elk van hen het volledige maximumbedrag claimen. Daarmee heeft de BFH zijn eerdere objectgebonden rechtspraak ten gunste van de belastingplichtigen gewijzigd.

    Permalink naar de vraag

  • Hoe worden de kosten van een gezamenlijk gebruikte werkkamer bij echtgenoten verdeeld?

    Bij gelijk verdeeld mede-eigendom worden de uitgaven voor de gezamenlijk gebruikte werkkamer in beginsel aan elke echtgenoot voor de helft toegerekend. Iedere echtgenoot kan zijn aandeel tot het maximumbedrag van € 1.250 aftrekken, mits aan zijn persoonlijke aftrekvoorwaarden is voldaan.

    Permalink naar de vraag

  • Aan welke voorwaarden moet elke belastingplichtige voldoen om de aftrek te kunnen toepassen?

    Iedere gebruiker moet in de werkkamer over een eigen werkplek beschikken, in de omvang die concreet noodzakelijk is voor zijn beroeps- of bedrijfsmatige werkzaamheden. Bovendien moet vaststaan dat daar daadwerkelijk een beroeps- of bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend en dat de omvang van deze activiteit het aanhouden van een werkkamer aannemelijk maakt.

    Permalink naar de vraag

  • Welke wettelijke grondslag regelt de aftrek van de werkkamer thuis?

    Bepalend is § 4 Abs. 5 Satz 1 Nr. 6b Satz 2 EStG. Op grond daarvan zijn kosten voor een werkkamer thuis tot 1.250 € per jaar aftrekbaar, indien voor de bedrijfsmatige of beroepsmatige werkzaamheid geen andere werkplek beschikbaar is. De BFH legt deze bepaling nu persoonsgebonden uit.

    Permalink naar de vraag

  • Wat betekent de gewijzigde BFH-rechtspraak in de praktijk voor echtparen die thuiswerken?

    Echtparen die een werkkamer gezamenlijk gebruiken, kunnen voortaan tot 2.500 € per jaar fiscaal aftrekken in plaats van zoals voorheen in totaal 1.250 €. Voorwaarde is dat elke echtgenoot afzonderlijk aan de aftrekvoorwaarden voldoet, dus over een eigen werkplek in de kamer beschikt en daar daadwerkelijk in voldoende mate werkt.

    Permalink naar de vraag

Terug naar overzicht